Categorie archief: 18e eeuw

Von Hamilton

de paardenportretten van Johann George von Hamilton (1672-1737)

De dierschilder Johann George von Hamilton is vooral bekend door zijn portretten van paarden voor de Spaanse rijschool in Wenen. Hamilton’s paarden glanzen als Meissener porselein en staan in een snoeperig landschap.

Hamilton
Johann George von Hamilton
Hamilton
Johann George von Hamilton
Hamilton
Johann George von Hamilton
Johann George von Hamilton war ein bekannter Tier- und Stilllebenmaler. Als Sohn des Stilllebenmalers James Hamilton stammte er aus einer schottischen Adelsfamilie, die in die Spanischen Niederlande ausgewandert war (möglicherweise als Folge der Schlacht Rullion Green in Galloway am 28. November 1666). In den 1690er Jahren kam er zusammen mit seinem Bruder Philipp Ferdinand nach Wien. Dort gelang ihm eine Anstellung beim kaiserlichen Hof von Karl VI., wo er 1712 zum Hof- und Kammermaler ernannt wurde. Ein weiterer Bruder, Karl Wilhelm von Hamilton (* 1668 oder 1670, † 1754), war ebenfalls Tiermaler. Johann Georgs Sohn Anton Ignaz von Hamilton (* 1696 in Wien, † um 1770 zu Hubertusburg in Sachsen) trat als Maler in die Dienste des Herzogs von Weimar und des Königs August III. von Polen und Sachsen. Von 1709 bis 1718 lebte er auf Schloss Wittingau (Třeboň) in Südböhmen bei Adam Franz Karl Eusebius Fürst zu Schwarzenberg. Zudem stattete er das Schloss Ohrada mit Malereien aus. Heute sind sicher seine Darstellungen von Pferden und insbesondere die Lipizzaner der Spanischen Hofreitschule seine bekanntesten Werke.
 
Bron: de.wikipedia.org
Hamilton
Deze Piebald van Johann George von Hamilton heeft iets van een buitenaards ruimteschip. Pas in 1878 zou Edward Mybridge met zijn fotoreeks Horse in Motion bewijzen dat een paard in galop er nooit uitziet zoals de traditionele schilderkunst ons wil laten geloven.

Johann Georg de Hamilton [ artnet.com ]

vergeten radicalen [ 3 ]

gelezen: de proloog van Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapDe historicus en romanschrijver Philipp Blom is overtuigd atheïst en schreef in 2010 een bevooroordeeld boek over de salon van baron d’Holbach die het derde kwart van de achttiende eeuw floreerde en prominenten uit binnen- en buitenland naar zich toetrok. De historicus verbergt zijn bewondering voor d’Holbach en Diderot niet en zijn afkeer voor Voltaire en Rousseau evenmin.

Al in de proloog merkt hij op dat het oordeel van de geschiedenis in het voordeel van de laatste twee is uitgevallen en in het nadeel van de d’Holbach en Diderot. Terwijl Voltaire en Rousseau in het Pantheon werden bijgezet als de twee grote Franse Verlichtingsfilosofen, is er geen groot eerbetoon voor d’Holbach en Diderot.

Philip Blom wil daar verandering inbrengen met zijn boek. Hij komt uit de kast als een discipel van de materialistische en atheïstische denkers d’Holbach en Diderot. Juist vanwege het atheïsme konden ze nooit in de positie komen die Voltaire en Rousseau voor zichzelf wel wisten te bemachtigen, die van de verlichte superstar. Voltaire bleef bewust zijn leven lang een deïst en was ervan overtuigd dat er een Schepper was. Alleen bemoeide deze zich niet meer met zijn Schepping. Voor het deïsme was God een uurwerkmaker die na zijn arbeid het mechanische universum aan zichzelf had overgelaten.

Rousseau is in de ogen van Philipp Blom meer een verkapte christen. Ook al had Rousseau de kerk de rug toegekeerd, zijn hele filosofie baseert zich op christelijke thema’s als paradijs, zondeval en verlossing. De invloed van Rousseau was enorm. Door zijn volgelingen werd hij vereerd en na zijn dood in 1778 werd zijn laatste rustplaats op Île des peuplier een bedevaartsoord. Tijdens de Franse Revolutie was Jean-Jacques inmiddels een seculiere heilige geworden. Zijn invloed is er nog altijd. In de eenentwintigste eeuw kunnen we in het verlangen naar authenticiteit en natuurlijk leven maar ook in de romantische religie van de nieuwetijdse spiritualiteit sporen van zijn denken aantreffen. Voor Philipp Blom is Rousseau vooral een negatieve figuur die het heldere Verlichtingsdenken van Diderot vertroebeld heeft. Rousseau stond aan het begin van de Romantiek en de Romantiek keerde zich zelfs tegen de Verlichting.

Philipp Blom pleit voor het sapere aude, de moed om zelf te blijven denken en weerstand te bieden aan de reflexen van het gevoel en terug te deinzen voor een universum dat door de radicale Verlichting metafysisch is uitgekleed. Een universum zonder doel, waarin de mens geworpen is, is door het existentialisme van de twintigste eeuw geëxploreerd, maar in de achttiende eeuw waren weinig geesten daar nog rijp voor. De kring rond Baron d’Holbach en Diderot was een grote uitzondering. Volgens Blom was hun salon in de Rue Royale Saint-Roch het brandpunt van de radicale Verlichting, een Verlichting die compromisloos de consequenties durft te trekken van het zelfstandige denken, dat zich ontworsteld heeft aan de eeuwenoude onderworpenheid aan het christelijk geloof.

Philipp Blom pleit voor het sapere aude – de moed om zelf te blijven denken en weerstand te bieden aan de reflexen van het gevoel en terug te deinzen voor een universum dat door de radicale Verlichting metafysisch is uitgekleed.

De radicale Verlichting aan de Parijse Rue Royale Saint-Roch had uitgesproken politieke ambities: het verzet tegen instituties, niet alleen tegen de katholieke kerk, maar ook tegen de monarchie die door de kerk gefaciliteerd werd. Rond 1750 was er een strenge censuur en alle geschriften waarin het christelijk geloof ondermijnd werd, waren staatsgevaarlijk. Een aanval op de fundamenten van het christendom was indirect ook een aanval op het koningschap dat gelegitimeerd werd door het droit divin.

De vrije geesten van de radicale Verlichting waren gedwongen om onder pseudoniemen te publiceren. Hun boeken moesten vaak in Nederland gedrukt worden en werden daarna Frankrijk binnengesmokkeld. Het was streng verboden deze boeken in bezit te hebben en de lezers werden net als de auteurs streng vervolgd. Deze onderdrukking van het atheïsme heeft de radicale Verlichting onvermijdelijk gepolitiseerd. Blom beschrijft de vrijdenkers uit de achttiende eeuw soms als martelaren van de geest die net als vervolgde christenen uit de eerste eeuwen moeten wegduiken in hun catacomben. Natuurlijk roept deze underdogpositie sympathie op.

Het hoofdstuk Le bon David gaat over de connectie met de Schotse filosoof David Hume. Aan het begin van de jaren zestig was Hume diplomaat in Parijs. Hij werd door de baron uitgenodigd in zijn salon aan de Rue Royale Saint-Roch. Daar ging Hume graag op in. Hij genoot van alle aandacht en hield van lekker eten, een “bijkomstigheid” waar de salon van d’Holbach bekend om stond. Bovendien spraken Baron d’Holbach en Diderot beiden uitstekend Engels. De salon verheugde zich op de komst van The Great Infidel, zoals Hume in zijn calvinistische Schotse vaderland genoemd werd.

David Hume
David Hume in 1766 door Alan Ramsay
Voor David Hume lieten materialisten en atheïsten zich verleiden tot een zekerheid die er niet is.

Toen Hume aanschoof, merkte hij op dat hij niet wist hoe atheïsten eruit zagen omdat hij er nog nooit een gezien had. “Kijkt u dan maar eens even goed om u heen”, zei zijn gastheer “van de achttien mensen hier aan tafel zijn er vijftien atheïst en drie zijn er nog niet helemaal uit!” Maar Hume die bekend stond als een Godloochenaar, zag zichzelf helemaal niet als atheïst. Voor een scepticus is de “zekerheid dat God niet bestaat” een brug te ver. Hume kon hoogstens een agnostisch standpunt innemen.

De vrijdenkers in de salon waren te politiek georiënteerd om Hume echt te kunnen begrijpen. Hun doel was het omverwerpen van de macht van Kerk en staat, terwijl Hume meer filosoof dan activist was. Voor hem draaide de Verlichting om het inzicht dat de menselijke identiteit gebaseerd is op waarneming en gewoonte en dat er nergens vaste grond te vinden is, ook niet in materialisme of atheïsme. Want materialisten en atheïsten lieten zich voor Hume verleiden tot een zekerheid die er niet is. De salon van d’Holbach was uitgesproken progressief, terwijl de radicale twijfel Hume juist conservatief had gemaakt. Want als je alles betwijfelt, kun je evengoed niets betwijfelen en kiezen voor een pragmatisch volgen van gewoonten en tradities.

Atheïsme is de foute term voor gezond verstand [ nrc.nl ]
Wij zijn aapjes die zin zoeken [ volkskrant.nl ]
in the name of godlessness [ economist.com ]

frontispiece, 1764

Het frontispiece voor de Encyclopédie
van Charles-Nicolas Cochin

In 1751 verscheen het eerste deel van de Encyclopédie, ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, de voorloper van wikipedia. Met deze ambitieuze onderneming wilden de initatiefnemers Diderot en d’Alembert alle kennis bundelen die de mens tot dan toe verzameld had. De Encyclopédie is misschien wel hét symbool van de Verlichting geworden. De encyclopédisten wilden het licht van de rede overal op laten schijnen.

In 1764 ontwierp de ontwerper, graveur, schrijver en kunstcriticus Charles-Nicolas Cochin (1715-1790) een frontspiece voor de Encyclopédie. Het is een iets compactere uitvoering van de allegorie van Academie francaise van Sebastian Leclerc uit 1698. In plaats van wetenschappers met hun attributen zien we een tafereel dat hoofdzakelijk door vrouwen bevolkt is. De 18e eeuw is niet alleen de eeuw van de rede maar ook de eeuw van de vrouw.

Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
De gesluierde waarheid staat tussen de verbeelding en de rede, daaronder bevinden zich de kunsten en wetenschappen. De gravure werd in 1772 gemaakt door Bonaventure-Louis Prévost.

In 1765 werd het ontwerp van Cochin geëxposeerd in de Salon en Diderot was er gelijk zeer over te spreken. Dat er op de voorgrond een paar “nimfen” zitten die zo uit het atelier van François Boucher lijken te komen, zal hij Cochin wel vergeven hebben. De zedelijke les waar Diderot zo van hield, zat er in ieder geval duidelijk in.

Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 1: de optica, botanie, chemie en landbouw
Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 2: de muziek, schilderkunst, beeldhouwkunst en bouwkunst
Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 3: theologie met Bijbel (boven half zichtbaar), astronomie en mathematica
C’est un morceau très ingénieusement composé. On voit en haut la Vérité entre la Raison et l’Imagination: la Raison qui cherche à lui arracher son voile, l’Imagination qui se prépare à l’embellir. Au-dessous de ce groupe, une foule de philosophes spéculatifs; plus bas la troupe des artistes. Les philosophes ont les yeux attachés sur la Vérité; la Métaphysique orgueilleuse chercher moins à la voir qu’ à la deviner; la Théologie lui tourne le dos et attend sa lumière d’en haut. Il y a certainement dans cette composition une grande variété de caractères et d’expressions, mais les plans n’avancent ne reculent pas assez; le plus élevé devrait se perdre dans l’enfoncement; le suivant venir un peu sur le devant, le troisième y être tout à fait. Si la gravure réussit à corriger ce défaut, le morceau sera parfait.
 
Diderot’s commentaar op de frontispiece van Cochin

Le Antichità Romane, 1757

Le Antichità Romane (1757) van Giovanni Battista Piranesi
in de digitale bibliotheek van de universiteit van Heidelberg

PiranesiEen van de mooiste publicaties van de Italiaanse graficus Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) vind ik Le Antichità Romane die vanaf 1757 in vier delen werd uitgegeven door Angelo Rotili in Rome. Uitgeverij Taschen bracht alle etsen van Piranesi onder in twee delen (31 cm x 24cm). Maar natuurlijk gaat er niets boven het origineel of tenminste een facsimile. De universiteitsbibliotheek is in het bezit van een origineel ( 55 cm x 43,6 cm) van Le Antichità Romane van een tweede druk uit 1784 en deze is digitaal toegankelijk gemaakt. De etsen van Piranesi komen nu allemaal in het juiste verband te staan, als illustraties bij een verhaal over de oudheden in Rome. Ook de gravures van de kapitalen, die in de Taschen-uitgaven helemaal achterin in het tweede deel zijn opgenomen, staan nu op de plaats waar ze bedoeld zijn.

In Le Antichità Romane zie ik twee geesten convergeren, die van het rococo en die van de Verlichting. De zogenaamde vedute zijn gemaakt in de geest van het rococo. Piranesi werkt hier in de traditie van Giovanni Paolo Pannini (1694-1765), die halverwege de achttiende eeuw de bekendste vedutaschilder van Italië was. Pannini toverde de ruïnes in de Eeuwige Stad om in een soort snoepgoed dat gretig aftrek vond. Piranesi beschikt als etser dan niet over en palet van kleuren en toch weet hij het honingzoete en dromerige van het rococo in zwart wit over te brengen. Zijn vedute ademen atmosfeer.

Piranesi
eerste regels van het voorwoord

Maar ook de geest van de Verlichting is aanwezig. Deze komt vooral tot uitdrukking in platen met plattegronden, voorwerpen en toelichting bij bouwtechniek. Dergelijke etsen treffen we ook aan in de Encyclopédie die in dezelfde jaren gepubliceerd werd. Het dromerige van de vedute is hier verdwenen en in plaats daarvan is een helder en afstandelijk licht gekomen.

Piranesi
De beroemde ets Idea delle antiche Via Appia e Ardeatina is een uitgesponnen fantasie die zo eigen is aan het rococo.

Le Antichità Romane [ digi.ub.uni-heidelberg.de ]

sluw duo

opnieuw gezien: Dangerous liaisons (1988)

Dangerous liaisonsIn 1989 won Christopher Hampton een Academy Award én een BAFTA Award voor zijn bewerking van de beroemde brievenroman Les Liaisons dangereuses uit 1782 van Pierre Choderlos de Laclos. Bovendien werd Hampton in 1989 door London Critics Circle uitgeroepen tot Screenwriter of the Year en de Writers Guild of America gaf hem de prijs voor de Best Screenplay Based on Material from Another Medium.

Nu ik Dangerous liaisons een paar keer gezien heb, is mij steeds meer opgevallen met welk psychologisch raffinement de dialogen geschreven zijn. De kern van het verhaal gaat over een krachtmeting tussen twee verdorven zielen: de Markiezin de Merteuil (Glenn Close) en de Burggraaf de Valmont (John Malkovich). Beiden beheersen ze het galante machtsspel van de jetset uit de achttiende eeuw tot in de details. In een vloeiende beweging en trefzekere opmerking weten ze hun omgeving te misleiden. De Merteuil en Valmont vormen een sluw en genadeloos duo. En ze genieten van hun slechtheid. Ze veinzen respect voor elkaar maar weten heel goed dat de ander een schorpioen is.

Het verhaal is een verhaal van alle tijden, over goed en kwaad, liefde en bedrog, echt en vals. Maar het is ook helemaal een verhaal uit de achttiende eeuw. In de Franse hofcultuur werd niet geleefd, maar geacteerd. Mensen waren acteurs die schitterend uitgedost in het openbaar verschenen. Er werd niet met elkaar gepraat, maar geconserveerd. Het ging er niet om of je met elkaar contact had, maar of je wellevend of amusant was. Het middel was het doel geworden. Het ware gezicht ging verstopt achter lagen make up, óók bij de mannen. Deze gekunsteldheid moest tenslotte wel leiden tot de reactie van Rousseau: de beschaving heeft de mens bedorven; we moeten de maskers afdoen en terugkeren naar onze ware natuur.

De moderne tijd is voortgekomen uit de Romantiek en Rousseau is daar de vader van. We hebben grote waardering voor authenticiteit en natuurlijkheid. We verwachten dat liefde nu écht en vrij is en niet gearrangeerd en dat we gewoon onszelf kunnen zijn. Maar nog steeds is er verwarring. Ben ik in het sociale leven mijzelf of speel ik een rol? In deze zin valt er niet te ontsnappen aan het achttiende-eeuwse spiegelpaleis van echt en vals.

Maisons Laffitte
Dangerous liaisons werd helemaal in Frankrijk gefilmd, o.a. in het kasteel Maisons Laffitte

Les Liaisons dangereuses [ nl.wikipedia.org ]

vergeten radicalen [ 2 ]

aan het lezen in: Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapIn de proloog van Het verdorven genootschap – De vergeten radicalen van de Verlichting wordt direct al duidelijk dat Philipp Blom met zijn boek een missie heeft. Hij presenteert het materialistische denken van Baron d’Holbach en Denis Diderot als het hoogtepunt van de Verlichting. In de eenentwintigste eeuw zouden we nog steeds niet écht voor de Verlichting hebben gekozen, maar ergens zijn blijven steken in een schemering van gevoelens, die vooral door de Romantiek bepaald zijn.

Blom noemt bijvoorbeeld het verzet tegen stamcellenonderzoek, de cyborg of klonen van dieren. Onze weerstand daartegen zou bepaald zijn door de romantische opvatting dat je het leven moet eerbiedigen en niet mag onderwerpen aan techniek. Ook al weten we met ons verstand, dat we met stamcellenonderzoek bepaalde ziekten kunnen voorkomen of genezen, we blijven grote moeite houden met het idee van “sleutelen aan het leven”. Philipp Blom ziet uiteindelijk de oorzaak van dit verzet in het christendom. We leven weliswaar in een postchristelijke maatschappij, maar toch werkt de christelijke erfenis, met name door de Romantiek, nog altijd diep op ons door.

Ook al weten we met ons verstand, dat we met stamcellenonderzoek bepaalde ziekten kunnen voorkomen of genezen, we blijven grote moeite houden met het idee van “sleutelen aan het leven”.

We zouden radicaal voor de Verlichting moeten kiezen, meent de schrijver en lijkt daarmee toegetreden tot de gelederen van strijdbare atheïsten als Christopher Hitchens, Richard Dawkins, Daniel Dennett en Sam Harris. Zijn grote voorbeelden zijn Denis Diderot en Baron d’Holbach. Zij waren openlijk atheïst en ondervonden in hun tijd enorm veel weerstand. Veel van hun geschriften waren verboden en werden illegaal verspreid. Hun vijand was uiteraard de toen nog machtige kerk en de monarchie, die tijdens het ancien régime twee handen op één buik waren. Nog altijd ziet het atheïsme het christelijk geloof als zijn tegenstander. Daarom ziet Blom achter de Romantiek nog altijd de geest van het christendom. Dat Rousseau, die je de geestelijk vader van de Romantiek zou kunnen noemen, juist een paganist was en niets van de Kerk moest hebben en dat de meeste romantici pantheïstisch georiënteerd waren, daar kijkt hij veel te gemakkelijk overheen.

Wat dit boek mij wel duidelijk maakt, is dat de zuivere Verlichting waarvan d’Holbach en Diderot de exponenten waren, in zijn radicalisme het zuivere licht van de rede wil en dat we alle grijstinten, die ontstaan door menging van de duisternis van het christelijk (bij)geloof, achter ons zouden moeten laten. Ook al is het christendom in de seculiere samenleving naar de marge verdrongen, nog steeds speelt religie in de postchristelijke maatschappij een grote rol. Het atheïsme accepteert geen enkel godsbeeld, ook niet dat van de nieuwetijdse spiritualiteit (New Age) waarin elke mens ten diepste het goddelijke in zich Zelf kan realiseren. Dat zou allemaal de erfenis van Rousseau zijn, die een verkeerde afslag heeft genomen en in dezelfde duisternis terecht zou zijn gekomen als het christelijk geloof.

Je zou denken dat Immanuel Kant, de Verlichtingsfilosoof bij uitstek, wél de goedkeuring zou krijgen van de radicale verlichters. Maar Kant sloot vrede met de (christelijke) religie en kiest niet radicaal voor het atheïsme. Weliswaar ziet hij de rede en niet de religie als basis voor de moraal, toch geeft hij religie de ruimte. Want, zo concludeert Kant in zijn Kritik der reinen Vernunft: de wereld zoals deze echt is, het Ding an Sich, blijft voor het verstand principieel onkenbaar. En dat schept ruimte voor het geloof.

In onderstaande illustraties heb ik de visie die Philipp Blom in zijn boek verkondigt, proberen te visualiseren. Hij is ervan overtuigd dat de zuivere Verlichting, vertegenwoordigd door d’Holbach en Diderot, de mensheid de weg omhoog wijst. We zouden ons moeten afkeren van de sprookjes die het christendom verkondigt, maar ook van de “romantische religie” die bijvoorbeeld in New Age onderdak heeft gevonden. Helaas werd de zuivere Verlichting tegengewerkt door invloedrijke figuren als Rousseau en zelfs door Kant. De laatste sloot vrede met het geloof en dat geldt voor de radicale Verlichting als een verraad.

Verlichting
het beeld vanuit de radicale Verlichting
[ klik op afbeelding voor vergroting ]

Het bovenstaande beeld kun je natuurlijk ook omkeren. Vanuit het traditionele christendom gezien is de Verlichting een dwaallicht, dat de mens bij Zijn Schepper vandaan lokt. Het verleidt de mens met de triomfen van de wetenschap. Het maakt hem klein (een dier onder de dieren) om iets groots met hem te beginnen (technologische vooruitgang). De mens wint daarbij de wereld, maar verliest zijn ziel. Hoe dieper hij afdaalt in de Verlichting, hoe meer hij gaat denken dat hij louter materie is en dat “de ziel” een misvatting is. Net als God. Als hij dit traject helemaal uitloopt, passeert hij Rousseau en Kant die het christendom wel de rug hadden toegekeerd, maar nog niet ver genoeg waren gegaan.

Verlichting
het beeld vanuit het traditionele christendom
[ klik op afbeelding voor vergroting ]

Bovenstaande illustraties tonen de tegenpolen die beide uitgaan van een radicale grondhouding. Je zou ze als de uiteinden van het religieuze spectrum kunnen zien. Alle posities daartussen worden afgewezen als laffe of vuile compromissen. Voor de radicale atheïst, zijn alle posities waarin God, het goddelijke of de ziel gespaard blijven, halfslachtig. Voor de orthodoxe christen vallen alle posities die God niet aanvaarden als persoonlijke Schepper die mens is geworden in Christus buiten het ware geloof. Om een mogelijk beeld te geven van godsbeelden, van de christelijke God tot het goddeloze wereldbeeld van atheïsme, heb ik een infographic gemaakt van het religieuze spectrum.

Verlichting
het religieuze spectrum
[ klik op afbeelding voor vergroting ]

vergeten radicalen [ 1 ]

vergeten radicalen [ 1 ]

gelezen: de proloog van Het verdorven genootschap
De vergeten radicalen van de Verlichting
van Philipp Blom

Het verdorven genootschapVrijdag kocht ik de Nederlandse vertaling van A wicked company van de Duits-Engelse historicus Philipp Blom. Al in de proloog wordt duidelijk dat hier niet alleen een historicus aan het woord is maar ook een man met een missie. Blom is geen vriend van het christendom en zijn affiniteit met de Verlichtingsfilosofen Paul Henri Thiry baron d’Holbach (1723-1789) en Denis Diderot (1713-1784) is daarom geen verrassing.

De titel Het verdorven genootschap is uiteraard ironisch en verwijst naar de veroordeling uit de achttiende eeuw: de materialistische filosofie die in de salon van Baron d’Holbach gepraktiseerd werd, was in de ogen van tijdgenoot gevaarlijk en verdorven. Met de ondertitel De vergeten radicalen van de Verlichting geeft Philipp Blom aan dat zijn bewonderde filosofen nog steeds niet de plaats hebben gekregen die ze verdienen. Ze worden nog altijd overschaduwd door Voltaire en Rousseau en daar moet deze historicus niets van hebben. Vooral van Rousseau heeft hij een afkeer: “Rousseau is als denker een stuk origineler en belangrijker (dan Voltaire, W&V), maar ook veel kwaadaardiger, egoïstischer en zelfdestructiever, en verder is hij een dwangmatig leugenaar.”

Met Het verdorven genootschap wil Blom de lezer terugbrengen naar de zuivere Verlichting, voordat deze vertroebeld werd door het romantische en religieuze verlangen van Rousseau.

In de proloog treedt Philipp Blom naar voren als een pleitbezorger van het materialistische en atheïstische denken van d’Holbach en Diderot in de eenentwintigste eeuw, een denken dat volgens hem nog steeds springlevend en aantrekkelijk is en voor onze tijd hoogst actueel. Hij sluit zijn proloog af met wat je een atheïstisch credo zou kunnen noemen: de overtuiging dat een mensheid die zich baseert op menselijkheid en wetenschap, een betere wereld zal voortbrengen dan een mensheid die zich baseert op religie. Met Het verdorven genootschap wil Philipp Blom de lezer terugbrengen naar de zuivere Verlichting, voordat deze vertroebeld werd door het romantische en religieuze verlangen van Rousseau.

Rue des moulins
De salon van baron d’Holbach werd gehouden op nummer 10 in de Rue des Moulins.

HolbachIedere donderdag en zondag hield baron d’Holbach open huis. Bij deze diners schoven vele beroemdheden en vrienden aan, zoals d’Alembert, J-J. Rousseau, Helvetius, en buitenlanders zoals Friedrich Melchior Grimm, Adam Smith, David Hume, Laurence Sterne, Ferdinando Galiani, Cesare Beccaria, Joseph Priestley, Horace Walpole, Edward Gibbon, en David Garrick. Tijdens deze ontvangsten werden de artikelen van de Encyclopédie geredigeerd. D’Holbach redigeerde er zelf zo’n 376. De woning was in de toenmalige Rue Royale Saint Roch, die thans Rue des Moulins heet. Hij is begraven in een anoniem graf in de nabijgelegen Église Saint-Roch.
 
Bron: nl.wikipedia.org