Categorie archief: 18e eeuw

huilen met Rousseau

gelezen: Jean-Jacques Rousseau – een rusteloos genie (2012)
door Leo Damrosch

RousseauOp 28 juni 2012 was het precies 300 jaar geleden dat Jean-Jacques Rousseau in Genève geboren werd. Maarten Doorman schreef een boekje over zijn persoonlijke relatie met de vader van de moderne autobiografie (en nog wel meer) en Uitgeverij Ten Have/Veen bracht in 2012 een bijna vuistdikke vertaling van Rousseau – Restless Genius (2005) van Leo Damrosch op de markt. Een paar jaar later kwam het in de ramsj en ik kocht het om het bijna twee jaar ongelezen in de boekenkast te laten staan.

Deze zomer kwam een mooie gelegenheid om het te lezen: tijdens onze vakantie in de Jura bezochten we Môtiers, het Zwitserse bergdorpje waar Rousseau en zijn levensgezellin Thérèse tussen 1762 en 1765 in ballingschap zouden wonen. Helaas was het kleine museum gesloten, maar het was toch fijn om even op de beroemde waranda te hebben gestaan, al is in de afgelopen 250 jaar bijna alles vernieuwd.

Môtiers
Môtiers …op de trap naar de waranda van het huis waar Rousseau na de publicatie van Emile en Le contract social in 1762 verbleef.
(Foto genomen op 11 juli 2018)

In Frankrijk zijn er nog tientallen andere “Rousseau bedevaartsplaatsen”. De meeste dateren van kort na zijn dood in 1778 toen er een Rousseaucultus ontstond. In de achttiende eeuw hoorde je in de voetsporen van Rousseau je zakdoek te pakken en enkele tranen te plengen. Ik hield het droog in Môtiers.

boekbespreking door Sebastien Valkenberg in Trouw [ trouw.nl ]

vivre libre ou mourir

gelezen: Cette histoire qui a fait l’Alsace tome 9
Allons, enfants… (de 1792 à 1815)

histoire l'alsaceDe meeste boeken over de Franse Revolutie in het Nederlandse taalgebied concentreren zich op Parijs. De Zonnekoning had van Frankrijk de meest gecentraliseerde staat van Europa gemaakt waarbij hijzelf in het middelpunt stond. Het revolutionaire Frankrijk centraliseerde nog verder, de oude regio’s werden vervangen door departementen, er werd een agressieve taalpolitiek in de regio gevoerd en Parijs werd nog meer het administratieve centrum dan het al was. Toch is Frankrijk veel meer dan Parijs. Neem de Elzas, een gebied dat Lodewijk XIV in 1681 op het Duitse Rijk veroverde en wat cultuur betreft (nog altijd!) veel beter aansluit bij de Rijnlandse dan bij de Franse cultuur.

Toen de Franse Revolutie op 14 juli 1789 en definitief op 10 augustus 1792 doorbrak, hoorde de Elzas ruim honderd jaar bij Frankrijk. Maar de bevolking sprak hoofdzakelijk nog een Duits dialect en de gebruiken waren voornamelijk Duits. De Straatsburgse vrouwen droegen bijvoorbeeld een Schneppenhauben, een verzilverde of vergulde kam in het haar. In oktober 1793 toen de Jakobijnen in de Elzas een anti-Duitse koers gingen volgen, moesten alle vrouwen deze inleveren omdat het als nationalistisch symbool werd gezien. De onderstaande (anonieme) prent werd door tekenaar Francis Keller gebruikt voor de omslag van het educatieve stripboek.

Schneppenhauben
Les Strasbourgeoises déposent leurs bonnets d’or et d’argent, “les Schneppenhauben”, comme dons patriotiques.[credits: Musée Carnavalet, Histoire de Paris]

Het is interessant te lezen hoe de Revolutie in de Elzas verliep. De Elzas is altijd een grensgebied geweest met een uitwisseling tussen de Duitse en Franse cultuur. Het was overwegend katholiek maar na de Reformatie waren er ook protestante enclaves ontstaan, bijvoorbeeld binnen de zogenaamde Tienstedenbond (décapolis), tien vrije rijkssteden die van 1354 tot 1648 deel uitmaakten van het heilige Duitse Roomse Rijk. Kort na het uitbreken van de Revolutie vluchtten veel ci-devants (aristocraten) de Rijn over naar Duitsland waar ze zich voorlopig vestigden in de hoop dat de Franse Revolutie een mislukt project zou blijken. De Duitstalige bevolking van de Elzas werd vanaf de linker Rijnoever (Baaden) gevoed met politieke (royalistische!) geschriften om een contrarevolutie te ontketenen. vanuit Parijs werd dit keihard bestreden, want het vaderland heette nu eenmaal “één en ondeelbaar”.

Van de Franse Revolutie in de Elzas kunnen we leren wat de veerkracht van de regio en de traditie kan zijn.

In 1793 werd de guillotine ook in de Elzas geïntroduceerd. De Duitse Franciscaan en hoogleraar Euloge Schneider werd in Straatsburg openbaar aanklager en hij is een van de vele voorbeelden van de revolutionair die anderen naar het schavot verwees maar tenslotte ook zélf “gekopt” werd. Op 25 maart was er in Molsheim een royalistische opstand waarbij luidkeels “vive le roi” werd geroepen. De leiders van deze opstand werden terechtgesteld; het was de eerste keer dat in de Elzas de guillotine gebruikt werd. Het grootseminarie van Straatsburg werd in het voorjaar van 1793 tot gevangenis omgebouwd. Toen op 17 september 1793 in heel Frankrijk de Loi des Suspects werd doorgevoerd, konden gevangenen zonder proces tot de guillotine veroordeeld worden. De terreur, en dus de guillotine, zou daarna op volle toeren gaan draaien.

Op 12 september 1793 gaat het revolutionaire Frankrijk aan de Rijn in de aanval. Kehl (aan de overkant van Straatsburg) en Breisach worden allebei onder vuur genomen omdat daar Oostenrijkse troepen liggen. Ook al wordt Breisach in as gelegd, de Oostenrijkers worden niet verdreven. De Oostenrijkse veldmaarschalk Würmser valt via Wissembourg in het Noorden de Elzas binnen en rukt op naar de hoofdstad Straatsburg. De revolutionairen zijn zich bewust van de vijfde colonne die zich op dat moment nog binnen de stadsmuren bevinden en kondigen een ultimatum af op 15 november. Alle ci-devants (lees: royalisten) moeten onmiddellijk de stad verlaten.

De revolutionairen weten het tij te keren. Dan radicaliseert het. Net als de Notre Dame in Parijs wordt de kathedraal van Straatsburg omgedoopt tot de tempel van de Rede. Religieuze beelden en schilderijen worden vernietigd tijdens een jakobijnse beeldenstorm. Ook in Colmar wordt veel christelijk erfgoed kapotgemaakt. De Revolutie toont zijn meest intolerante gezicht: vivre libre ou mourir. In Hitzbach wordt een Mariabeeld rood-wit-blauw opgeschilderd en mag daarom blijven staan. In december 1793 worden straatnamen omgedoopt. De Rue Saint Louis heet voortaan Rue Guillotine en de Quai Saint Nicolas is nu de Quai de Bonnet Rouge .

Tempel van de Rede
Monument élevé à la Nature dans le Temple de la Raison à Strasbourg la 3.me décade de Brumaire l’an 2 de la République

De Franse Revolutie houdt de huidige tijd een spiegel voor. Ook nu zijn er weer krachten werkzaam die straatnamen willen veranderen en die tolerantie en diversiteit prediken, maar in werkelijkheid intolerant zijn en uniformiteit eisen. Van de Franse Revolutie in de Elzas kunnen we leren wat de veerkracht van de regio en de traditie kan zijn.

En 23 ans se succèdent la République révolutionnaire, le Directoire, le Consulat, le Premier Empire, la Première Restauration, les Cent-Jours et le début de la Seconde Restauration ! Chaque changement politique apporte son cortège de revirements, d’épurations et de remaniements. L’Alsace où, à l’époque, très peu de gens savent le français, est pour cette raison souvent suspecte aux autorités parisiennes, surtout après la Grande Fuite de 1793. Pourtant, les départements du Rhin ne sont pas en reste sur les autres pour ce qui est du civisme ! Beaucoup d’alsaciens figurent parmi les généraux de la République et de l’Empire. L’épopée napoléonienne marquera durablement les esprits.
Bron: babelio.com

allons, enfants

vandaag bezochten we het geboortehuis van Rouget de Lisle
de componist van het Franse volkslied

In de Jura merk je niet veel van Quatorze Juillet. De plaatselijke oorlogsmonumenten zijn weliswaar voorzien van tricoleres, maar een feestdag? Misschien sparen de Fransen hun energie voor morgenavond als ze in Moskou wereldkampioen voetbal worden? In ieder geval was de nationale Feestdag voor mij een aanleiding om in Lons-le-Saunier het geboortehuis van Claude Joseph Rouget de Lisle te bezoeken, nu een klein museum. De componist van het Franse volkslied was in de winter van 1791/1792 officier in een garnizoen dat in Straatsburg gelegerd was.

Rouget de Lisle
patriottisch standbeeld van Claude Joseph Rouget de Lisle in Lons-le-Saunier

Het is algemeen bekend dat dit revolutionaire strijdlied zijn naam kreeg doordat garnizoenen uit Marseille dit zongen terwijl ze naar Parijs marcheerden. Maar het werd geschreven in Straatsburg in april 1792. Rouget de Lisle was bevriend met Dietrich, de burgemeester van Straatsburg, die bekend was met het muzikale talent van zijn vriend. In zijn Portraits de Révolutionnaires schrijft Alphonse de Lamartine over de geboorte van de Marseillaise.

Marseillaise
Hoe le Chant de guerre de l’Armee du Rhin vanuit Straatsburg via Marseille naar Parijs kwam

Op de avond van 25 april 1792, terwijl er hongersnood heerste in Straatsburg , zei Dietrich tegen zijn vriend “L’abondance manque à nos festins: mais qu’importe, si l’enthpusiasme ne manque pas à nos fêtes civiques et le courage aux coeurs de nos soldats? J’ai encore une dernière bluteille de vin dans mon cellier.” tegen een van zijn dochters zei hij ” Qu’on l’apporte et buvons-la à la liberté et à la patrie! Strasbourg doit avoir bientôt une cérémonie patriotique: il faut que De Lisle puise dans ces dernières gouttes un de ces hymnes qui portent dans l’âme du peuple l’ivresse d’où il a jailli.”

Rouget de Lisle kreeg dus van de burgemeester van Straatsburg de opdracht een lied te componeren “dat de volksziel in de roes brengt waaruit dit lied is opgeborreld.” Patriottischer kun je het niet verwoorden. De vonk vloog over en in de nacht van 25 op 26 april 1792 componeerde Rouget de Lisle het Chant de guerre de l’Armee du Rhin dat in dde zomer van 1792 massaal bekend zou worden onder een andere naam: de Marseillaise.

Musée Rouget de Lisle [ juramuseers.fr ]

koningin zoekt boerderij

gisteren gezien op Arte: Marie Antoinette und die Geheimnisse von Versailles

De Zonnekoning was al zeventig jaar dood toen de koningin van Frankrijk, Marie Antoinette, in de tuin van Versailles haar droom liet realiseren: een boerendorpje waar ze zichzelf letterlijk even kon bevrijden van het knellende korset van het protocol. Hier kon ze even vrij adem halen, van een geïdealiseerd boerenleven genieten en met haar koninklijke handen de koeien melken of de (geparfumeerde!) schapen hoeden. Een boerderij op Versailles, Lodewijk XIV zou zich omdraaien in zijn graf.

Hameau de la reine
Hameau de la reine
… ontmoeting tussen rococo en romantiek …

En toch had de stichter van Versailles onbedoeld de aanzet hiertoe gegeven. Hij was de bedenker van een hofcultuur waarin hij de complete adel van Frankrijk in een soort bijenkorf gevangen hield en deze vervolgens om hem heen liet zwermen. Wie het best zijn rol speelde, werd beloond door bijvoorbeeld ‘s morgens aanwezig te mogen zijn tijdens het koninklijk toilet. Er ontstonden ontelbare regels die de etiquette aan het hof bepaalden en waarin iedereen zat ingesponnen. Het korset van de dames was een materialisatie van dat andere korset: de etiquette. Degenen die zich het beste aanpasten, hadden de meeste kansen om op Versailles te overleven én om hogerop te komen.

Deze hofcultuur waarbij alles draaide om de rol die men behoorde te spelen, moest wel tot een heftige reactie leiden. Versailles was in feite een theater en de hovelingen waren de acteurs. De mens zou door een mens in opstand komen tegen dit nepleven. Die mens heette Jean-Jacques Rousseau. De wal had voor hem het schip gekeerd. De Franse cultuur, die inmiddels de toenmalige beschaafde wereld in zijn greep had gekregen, was overgecultiveerd geworden en moest terug naar de natuur.

Het appèl van Rousseau vond overal gehoor. In de jaren zeventig van de achttiende eeuw nam zijn invloed steeds meer toe en toen hij in 1778 stierf, brak er een Rousseau-mania uit. Marie Antoinette was toen 23 jaar en al acht jaar gekneed aan het hof van Versailles. Ze droeg belachelijk hoge kapsels die in de tweede helft van de jaren zeventig mode waren geworden. De rol van koningin die ze vanaf 1775 moest spelen, was de hoogste rol die er voor een vrouw was en dus een voorbeeld voor alle andere vrouwen aan het hof.

In 1775 had ze van haar gemaal Lodewijk XVI het Petit Trianon cadeau gekregen, een klein paleisje dat op afstand lag van het grote paleis van Versailles. Door zich daarin terug te trekken, kon ze ook afstand nemen van alle etiquette waarin het leven aan het hof van Versailles verstrikt was. Na 1780 ging er een andere wind waaien. De ideeën van Rousseau en andere Verlichtingsdenkers kregen steeds meer invloed. Ook de koningin van Frankrijk wilde terug naar de natuur.

Marie-Antoinette
Op een portret uit 1783 dat Elisabeth Vigée-Lebrun van Marie-Antoinette schilderde, draagt de koningin een jurk van dunne stof, een hoed van stro en misschien wel het opvallendst van alles: ze draagt geen juwelen. Dit portret is een statement waarmee de koningin wil laten zien dat ook zij een volgeling van Rousseau wil zijn: terug naar de natuur.

De afkeer van het protocol aan het hof van Versailles en de terugkeer naar de natuur zouden er komen. Rond 1785 werd achter het Petit Trianon een Engelse tuin aangelegd met daarin een pittoresk boerendorpje. Het telt een tiental huizen waaronder een watermolen (die verder geen functie heeft), een schapenstal en een boerderij. Of Marie-Antoinette nu een authentiek mens was geworden, valt te betwijfelen. Ze speelde nu gewoon af en toe ook een andere rol, die van boerin.

Hameau de la reine
Hameau de la reine
Den Höhepunkt ihres Gestaltungswillens und ihrer Sehnsucht nach Privatsphäre bildet das tief im englischen Landschaftsgarten verborgene Hameau – von außen ein beschauliches Bauerndörfchen, doch im Inneren ein echtes Schmuckstück. In gerade einmal 20 Jahren hat Marie Antoinette Versailles ihre ganz persönliche Prägung verliehen: Zwar wurde das Schloss von Ludwig XIV. erbaut, doch die Innenarchitektur trägt die Handschrift der Königin. Nach der Revolution begann der Zahn der Zeit am Hameau de la Reine zu nagen. Nach umfangreichen Restaurierungsarbeiten ist er nun in alter Pracht wiedererstanden und erstmals seit dem 18. Jahrhundert der Öffentlichkeit zugänglich. Kunsthandwerker legen im restaurierten Hameau letzte Hand an, Möbel und Nippes finden ihren ursprünglichen Platz. Aus dem Halbdunkel beobachtet eine einsame Marie Antoinette das Geschehen. Der letzten Königin von Frankreich wurde zum Verhängnis, dass sie ihrer Zeit voraus war und für sich das Recht auf Glück in Anspruch nahm.
 
Bron: arte.tv
Hameau de la reine
Hameau de la reine

annus horribilis [ 3 ]

deze week uitgelezen: 1793 van Victor Hugo

1793De meeste historici markeren de Franse Revolutie tussen twee dagen: 14 juli 1789 en 18 Brumaire van het jaar VIII ofwel 9 november 1799. Deze twee data staan voor de Bestorming van de Bastille en de Staatsgreep van Napoleon die een einde maakte aan het directoire. Victor Hugo werd geboren in 1802, twee jaar na het einde van de Franse Revolutie. Zijn hele leven heeft hij nagedacht over de betekenis van de Revolutie voor zijn land en voor de wereld. Pas aan het einde van zijn leven – in 1874 – schreef hij een roman waarin hij zijn gedachten over de Revolutie bundelde. Deze roman heet Quatrevingt-Treize (93) en Hugo’s tijdgenoten wisten precies waar dat getal op sloeg. Het was een getal zoals Nine Eleven. Quatrevingt-Treize gaat over 1793, het annus horibilis van de Franse Revolutie.

De koning van Frankrijk, Lodewijk XVI was op 21 januari 1793 onthoofd. Voor de revolutionairen was hij citoyen Capet (“meneer Capet”) geworden of men sprak triomfantelijk over Lodewijk de Laatste. Zijn terechtstelling had grote gevolgen voor het revolutionaire Frankrijk dat nu alle omringende monarchieën als vijand kreeg. Frankrijk werd ingesloten door vijanden. De dreiging kwam aanvankelijk uit het Oosten, van Oostenrijk en Pruisen. Maar na het onthoofden van de koning 1793 kwam er voor het revolutionaire Frankrijk een nieuwe vijand bij die zich binnen de landsgrenzen bevond. In de Vendée en Bretagne brak burgeroorlog uit doordat de royalisten in opstand kwamen.

marat
illustratie uit 1793

De royalisten waren voor de revolutionairen opstandelingen, maar ze zagen zichzelf juist als de getrouwen van de koning en het koningschap. Daarbij konden ze op sympathie van Engeland rekenen. De Franse Revolutie, waarin Parijs het centrum vormde, werd serieus bedreigd omdat de royalisten de Engelsen in Bretagne wilde laten landen om samen de revolutionairen te verslaan. Het werd hard tegen hard. Er volgde een verschrikkelijke, meedogenloze strijd en nog steeds loopt er in Frankrijk een debat of er tijdens de Opstand in de Vendée van genocide kan worden gesproken. Als dat het geval is, dan hebben beide partijen zich schuldig gemaakt aan genocide.

Dieu le RoiVictor Hugo koos bewust de Opstand in de Vendée als decor voor zijn roman over de Franse Revolutie. Het is een historisch decor maar tegelijkertijd een mythologisch decor. Twee partijen zijn geradicaliseerd en overschrijden de grenzen van menselijkheid. Bij de geradicaliseerde jakobijnen worden in naam van de Republiek en bij de geradicaliseerde royalisten worden in naam van God en de koning de meest smerige wreedheden begaan. De eerste kiezen voor de Rede, de laatsten voor het hart. 1793 is een verhaal over radicalisering. Hoe kunnen mensen in de overtuiging het goede te dienen in staat zijn tot zoveel kwaad?

En hoe is de spiraal van geweld te doorbreken?

Hugo laat zien dat geradicaliseerde partijen dat niet meer kunnen. Alleen een wonder, een goddelijk ingrijpen, kan de menselijkheid weer terugbrengen in de hel van een burgeroorlog. In de ingenieuze plot van Hugo zijn het drie kleine kinderen die het licht in de duisternis doen schijnen. 1793 leest soms als een sprookje vol metaforen en toch gaat het ook helemaal over de Franse Revolutie, een gebeurtenis die niet alleen achter ons ligt, maar nog dagelijks doorwerkt in onze gedachten over mens en samenleving. ‘Boven het revolutionaire absolute, bevindt zich het menselijke absolute.’ is het inzicht waarmee Hugo zichzelf en de lezer boven de strijdende partijen kan plaatsen.

guillotine
illustratie uit 1793

annus horribilis [ 1 ] | annus horribilis [ 2 ]

goede smaak

gisteren gezien op Arte: Der erotische Blick – Johann Winckelmann
documentaire van Christian Feyerabend over “de vader van de archeologie”

WinckelmannDe Frans-Duitse zender Arte legt vaak het Frans-Duitse cultuurverschil bloot. In de documentaire Der erotische Blick – Johann Winckelmann die gisterenavond te zien was, kwamen een Duitse en een Franse kunsthistorica aan het woord. In Duitsland wordt Winckelmann in de eerste plaats gezien als kunsttheoreticus en als de vader van de archeologie, maar in Frankrijk staat hij vooral bekend als een politiek denker.

Dit verschil heeft alles te maken met de invloed van de klassieke oudheid op de kunst en politiek in de tweede helft van de achttiende eeuw. Winckelmann propageerde de kunst van de antieken en zag deze als superieur. De geest van de klassieke kunst vatte hij krachtig samen in de oneliner edele eenvoud, stille grootsheid. Het rococo van zijn tijd was daar ver van afgedwaald en getuigde volgens Winckelmann niet van goede smaak. Om weer terug te keren naar de goede smaak moest de kunstenaar zich verdiepen in de klassieke kunst.

Gedanken über die Nachahmung der griechischen Werke in der Malerei und Bildhauerkunst uit 1755 was Winckelmann’s eerste geschrift over zijn esthetische opvattingen en vestigde zijn naam. Het werd een bestseller. Winckelmann had de juiste snaar weten te raken en zijn devies vond overal navolging. Tussen 1770 en 1780 vond er een stijlverandering plaats. De frivole rococo begon langzaam maar zeker plaats te maken voor een strenge en serieuze stijl, het neo-classicisme. In Frankrijk werden de esthetische opvattingen van Winckelmann gehoord door Jacques-Louis David en kregen ze een sterke politieke lading mee.

David 1774
Jacques-Louis David Erasistratos ontdekt welke ziekte Antiochius heeft (1774)
In dit vroege werk van David is duidelijk de overgang van het rococo naar het neo-classicisme te zien. De compositie is nog overvol, de kleuren gloeiend en de posen barok. In de jaren 1780′s zal David zijn sobere en koele stijl vinden.

Op de klassieke kunst van de Romeinen en de Grieken werd ook een vrijheidsideaal geprojecteerd. Toen Winckelmann zijn ideeën begon te verkondigen, was de Verlichting doorgebroken, maar was de staat nog allesbehalve verlicht. De meeste mensen zuchtten nog onder de onderdrukking door het ancien régime. De klassieke kunst fascineerde niet alleen door haar schoonheidsideaal, maar gaf ook hoop. Vergeleken bij het rococo, die de smaak van het hof vertegenwoordigde, leek de klassieke kunst zich niet te richten op aardse genoegens maar op deugden. Jacques-Louis David pakte dat op en zijn schilderijen zouden dit gaan laten zien. Ze zouden het volk gaan onderwijzen in burgerdeugden en het patriottisme aanwakkeren.

Johann Joachim Winckelmann
Geschichte der Kunst des Altertums 1776

Door de invloed van Winckelmann op David en het neoclassicisme, dat de officiële stijl van de Franse Revolutie zou worden, wordt Winckelmann in Frankrijk dus meer gezien als een politieke denker dan als een archeoloog.

Für Winckelmann war die Schönheit schlechthin das Maß aller Dinge, und so wurde er zu einem wahren Meister des guten Geschmacks. Sein wohl bekanntester Spruch lautet: „Edle Einfalt, stille Größe”, und er bewunderte die Kunst der stilsicheren Griechen, nicht zuletzt mit seinem Werk „Gedanken über die Nachahmung der griechischen Werke in der Malerei und Bildhauerkunst” (1755). So ebnete er den Weg für den Klassizismus – seiner Ansicht nach sollten sich die Menschen und die Kunst von Rokoko und Barock distanzieren und vielmehr die griechische und römische Antike neu entdecken.
 
Bron: schwaebische.de

messidor architectuur

gelezen in 1793 van Victor Hugo

Toen Victor Hugo de zeventig gepasseerd was, schreef hij zijn laatste roman 1793. Zijn hele leven had hij al een roman willen schrijven waarin hij zijn gedachten over de Franse Revolutie kon uitwerken. Hij koos voor het jaar 1793, het annus horribilis van de Franse Revolutie, waarin een verschrikkelijke burgeroorlog woedde in Bretagne en de Vendée en het jaar waarin de beruchte Loi des suspects van kracht werd, waardoor het schrikbewind op een dieptepunt kwam.

1793 is een roman én geschiedenisboek. Het tweede deel is een soort intermezzo met o.a. een uitgebreide beschrijving van de Convention Nationale. Hugo geeft een lange opsomming van namen die hij vaak van voetnoten heeft voorzien. Na 180 bladzijden zijn er al 375 voetnoten voorbijgekomen. Voor de romanlezer kan dat storend zijn, maar voor degene met interesse voor geschiedenis van de Franse Revolutie, is het een bonus.

Convention Nationale
het kale interieur van de Convention Nationale
c’était quelque chose comme Boucher guillotiné par David.
Het was alsof Boucher door David was geguillotineerd.

Hugo over het interieur

Vooral de beschrijving die Hugo geeft van het interieur van de Nationale Conventie vind ik boeiend. De sobere, uitgeklede variant van het classicisme, wordt in Frankrijk l’architecture messidor genoemd. Hugo schrijft: “Na de overweldigende orgiën van vorm en kleur in de achttiende eeuw, ging de kunst op dieet, en alleen nog de rechte lijn was toegestaan. Een dergelijke ontwikkeling mondt uit in lelijkheid. Je krijgt een kunst die gereduceerd is tot skelet. Dat is het nadeel van een dergelijke zedigheid en onthouding; de stijl is zo sober dat hij schraal wordt.”

Convention Nationale
Hugo geeft een beschrijving van het spreekgestoelte. Links de Déclaration des droits de l’homme uit 1789 en rechts de grondwet.
Tout cet ensemble était violent, sauvage, régulier. Le correct dans le farouche; c’est un peu toute la révolution. La salle de la Convention offrait le plus complet spécimen de ce que les artistes ont appelé depuis ‘l’architecture messidor’ c’était massif et grêle. Les bâtisseurs de ce temps-là prenaient le symétrique pour le beau. Le dernier’ mot de la Renaissance avait été dit sous Louis XV, et une réaction s’était faite. On avait poussé le noble jusqu’au fade, et la pureté jusqu’à l’ennui. La pruderie existe en architecture. Après les éblouissantes orgies de forme et de couleur du dix-huitième siècle, l’art s’était mis à la diète, et ne se permettait plus que la ligne droite. Ce genre de progrès aboutit à la laideur. L’art réduit au squelette, tel est le phénomène. C’est l’inconvénient de ces sortes de sagesses et d’abstinences; le style est si sobre qu’il devient maigre. En dehors de toute émotion politique, et à ne voir que l’architecture, un certain frisson se dégageait de cette salle. On se rappelait confusément l’ancien théâtre, les loges enguirlandées, le plaforid d’azur et dé pourpre, le lustre à facettes, les girandoles à reflets de diamants, les tentures gorge de pigeon, la profusion d’amours et de nymphes sur le rideau et sur les draperies,toute l’idylle royale et galante, peinte, sculptée et dorée, qui avait empli de son sourire ce lieu, sévère, et l’on regardait partout autour de soi ces durs angles rectilignes, froids et tranchants comme l’acier; c’était quelque chose comme Boucher guillotiné par David.
 
Bron: Quatre-vingt-treize, deuxième partie, livre troisième: la convention
Convention Nationale
een bladzijde met een illustratie van de Conventie uit de oorspronkelijke uitgave van Quarte-vingt-treize (1874)

Nationale Conventie [ nl.wikipedia.org ]