het aprilnummer van Filosofie Magazine is verschenen
Komende maand is het weer de Maand van de Filosofie. Dit jaar staat deze in het teken van de ziel. Descartes meets Swaab, zoals Daan Rovers in het voorwoord van de nieuwste filosofiemagazine.nl schrijft. De media, boekhandels en universiteiten doen weer mee. Wetenschapsjournalist Steven de Jong schreef gisteren een artikel in NRC Handelsblad onder de provocerende titel Na God, moet nu ook de ziel eraan geloven. Allemaal hersenspinsels. Hersenonderzoeker Dick Swaab zal dat van harte, maar niet zielsgraag, onderschrijven. De auteur van Wij zijn ons brein meent namelijk dat de ziel een misvatting is. Hij verwijst met dat woord naar Richard Dawkins die meent dat God een misvatting is. Materialisten en atheïsten houden blijkbaar van ferme taal.
Dick Swaab
Bert Keizer die wekelijks een column heeft in Trouw, schreef afgelopen weekend in de vernieuwde zaterdagbijlage Letter & Geest het essay We zijn meer dan ons brein. In de nieuwste filosofiemagazine gaat hij in debat met Dick Swaab over de ziel. Nog niet zo lang geleden hoorde ik Keizer het hartgrondig oneens zijn met cardioloog Pim van Lommel, die bij het grote publiek bekend is van zijn bestseller Eindeloos Bewustzijn. “Ik geloof in hersenen zonder bewustzijn, maar niet in bewustzijn zonder hersenen, zoals Pim van Lommel.” Maar Bert Keizer blijkt weer wéll aan het begrip ziel te hechten.

Voordat ik een duik neem in het thema van de Maand van de Filosofie, wil ik eerst een kleine historische aanloop nemen. Ik ga eerst eens wat lezen in de Frans-Duitse uitgave van l’Homme Machine (1748) van Julien Offray de la Mettrie, die bij mij nog steeds ongelezen in de kast staat. Het schaamteloze hard boiled materialisme van De la Mettrie, maar ook dat van Jakob Moleschott (Ohne Phosphor keine Gedanken) blijkt nog altijd springlevend als je Dick Swaab, Richard Dawkins en Daniel Dennett hoort. Een beetje ironie van Kraftwerk erbij kan daarom geen kwaad. Voor de broodnodige bezieling.
Swaab: “Jij houdt dus vast aan de ziel uit praktische overwegingen?“
Keizer: “Inderdaad. Ik wil gelovigen erbij houden. Vervolgens laat ik natuurlijk wel zien dat er geen reden is om aan te nemen dat die ziel na de dood blijft bestaan.“
Swaab: “Zo„n slecht karakter heb ik niet. Ik zeg gewoon waar het op staat: de ziel is onlosmakelijk verbonden met het geloof in leven na de dood, en dat geloof berust nergens op.“
uit het gesprek tussen Bert Keizer en Dick Schwaab in Filosofie Magazine

Eigenlijk nam de systeemfilosofie van Hegel tijdens de Vormärz dezelfde positie in als het systeem Leibniz-Wolff in de eerste helft van de achttiende eeuw: het rechtvaardigde de staat. Zoals de theodicee van Leibniz (“God heeft de beste wereld van alle mogelijke werelden geschapen.”) in Duitsland de verlichte despoten in het zadel hield, zo steunde de centrale gedachte van het systeem van Hegel (“het werkelijke is redelijk en het redelijke is werkelijk.”) de Restauratie. De staatsfilosoof zag dat het goed was. Pas na de maartrevolutie van 1848 was het met de hegemonie van Hegel aan de Duitse universiteiten gedaan en begon men open te staan voor de pessimistische filosofie van Schopenhauer. Deze was na dertig jaar wachten op erkenning zo verzuurd geraakt, dat hij niet meer van zijn succes heeft kunnen genieten. 
Van nadenken over de deugden word je niet deugdzaam, denkt André Comte-Sponville (1952). In feite ben je juist de afstand aan het meten die je ervan scheidt. Als je nadenkt over hoe deugden werken, heb je het eigenlijk over onze tekortkomingen. In twee opzichten word je door na te denken wéll deugdzamer: Intellectueel, omdat je beseft hoe rijk de filosofische traditie is, en moreel, omdat je niet onder het feit uit kunt ‘dat we vrijwel alle deugden bijna altijd ontberen en dat we er toch niet in kunnen berusten dat ze ontbreken












