Categorie archief: filosofie

Volksgeist

Vandaag is het de geboortedag van Johann Gottfried von Herder (1744)
en de sterfdag van David Hume (1776) en Friedrich Nietzsche (1900)

ohann Gottfried von HerderJohann Gottfried von Herder verwierp het gelijkheidsideaal uit de Verlichting. Volgens hem heeft elk volk een unieke identiteit. Herder noemde dit de Volksgeist. Hij beschouwde de volkeren en culturen als gelijkwaardig en wordt door sommigen daarom gezien als een voorloper van het cultuurrelativisme. Anderen zien hem juist als de vader van het negentiende eeuwse nationalisme. Hij stierf in 1803.

Johann Gottfried von Herder [ de.wikipedia.org ]

albezieling

de psychofysica van Gustav Theodor Fechner (1801-1887)

Gustav Theodor FechnerGustav Theodor Fechner was een Duits natuurkundige uit de negentiende eeuw en samen met Wilhelm Wundt was hij een van de grondleggers van de experimentele psychologie. Aanvankelijk hield Fechner zich bezig met natuurkunde en fysiologie en publiceerde in de jaren dertig van de negentiende eeuw een paar omvangrijke werken, waaronder Repertorium der Experimentalphysik (1832) in drie delen en Das Hauslexicon (1834-1838) in acht delen.

Door zijn titanenarbeid kreeg hij tegen zijn veertigste een zenuwinzinking en kort daarop volgde een geestelijke crisis, waaruit hij tenslotte als filosoof tevoorschijn kwam. Zijn filosofie kenmerkt zich door het zogenaamde psychologisme, een filosofische grondhouding die de verschijnselen vanuit de ziel verklaren wil. Voor Fechner is niet alleen de mens een bezield wezen, maar ook planten hebben volgens hem een ziel zoals hij in Nanna oder über das Seelenleben der Pflanzen (1848) beschrijft. En in Zendavesta (1851) gaat hij zelfs zover om aan de minerale wereld (wat Carl Gustav Carus in 1841 het Erdleben genoemd had) een ziel toe te kennen. Je kunt Fechner‘s psychologisme de tegenhanger noemen van het Vulgärmaterialismus dat rond 1850 de positivistische natuurwetenschap was gaan beheersen. In plaats van materialistisch monisme dat alles herleidt tot deeltjes, gaat Fechner uit van spiritualistisch monisme dat de wereld wil verklaren vanuit de wereldziel.

Der physische Zusammenhang
des Weltalls ist nur möglich, weil er zugleich ein psychischer ist,
ein göttliches Allbewußtsein.

Die Tagesansicht gegenüber
der Nachtansicht, 1879

Die abschließende und eindrucksvollste Zusammenfassung seiner Gedanken hat Fechner endlich in seinem persönlichsten Buche gegeben: Die Tagesansicht gegenüber der Nachtansicht (1879). Der naturwissenschaftlichen Theorie, für die nach der „Subjectivität der Sinnesqualitäten“ die Welt nur ein dunkles, stummes und innenloses System von Atomschwingungen ist, hält er das Bild des universellen Lebens, die Forderung der Realität des Seelischen mit all seinem Inhalt und all seiner Bewegtheit entgegen. Der physische Zusammenhang des Weltalls ist nur möglich, weil er zugleich ein psychischer ist, ein göttliches Allbewußtsein.
 
Bron: de.wikisource.org


biografie van Fechner (1892) door Kuntze

het vis-à-vis van de angst

gisteren gelezen over de angst in de filosofie van Martin Heidegger
en daarna gekeken naar The Deer Hunter (1978)

Gisteren las ik in de biografie Heidegger en zijn tijd van Rüdiger Safranski over de beroemde §40 van zijn hoofdwerk Sein und Zeit waarin Martin Heidegger de angst analyseert. Laat op de avond werd The Deer Hunter uitgezonden die ik voor de zoveelste keer zag. De scene met het Russische roulette is waarschijnlijk veel bekender dan §40 van Sein und Zeit en maakt in één keer zichtbaar waar het bij Heidegger om gaat: Zijn of niet zijn.

John Savage in The Deer Hunter
to be or not to be
John Savage in The Deer Hunter
wat overblijft als het bestaan
door het koude vuur van de angst is gegaan, is het niets.
Voor de angst zinkt alles in al zijn naaktheid ter aarde, ontdaan van iedere betekenis. De angst is soeverein, hij kan bij het minste of geringste bezit van ons nemen. Hoe zou hij ook niet, want het eigenlijke vis-à-vis van de angst is het niets. Voor wie angst heeft, heeft de wereld niets meer te bieden, net zo min als het medebestaan van anderen. De angst duldt geen andere goden naast zich, hij verenkelt zich in twee opzichten: hij verbreekt de band met de medemensen en hij maakt dat de enkeling uit de vertrouwde betrekkingen tot de wereld valt. De angst confronteert het bestaan met het naakte dat van de wereld en van het eigen zelf. Maar wat overblijft als het bestaan door het koude vuur van de angst is gegaan, is het niets. Door wat de angst heeft verbrand is de gloeikern van het bestaan blootgelegd: het vrij zijn voor de vrijheid zichzelf te kiezen en zichzelf aan te pakken.
 
Uit: Heidegger en zijn tijd, Uitgeverij Contact 1995, vertaling: Mark Wildschut