Categorie archief: filosofie

meester van de roes

Károly Kerényi: Dionysos – Archetypal Image of Indestructable Life

Dinsdag kwam ik op een donker plekje in huis een deel van een studie tegen over Dionysos (1931-1969) van de Hongaarse filoloog en mytholoog Károly Kerényi. Deze heb ik in 1985 gelezen toen ik mij op de kunstacademie bezig hield met het dionysische in de kunst. Tot mijn verrassing zat er een jeugdwerk in van vriend en studiegenoot René. Het Griekse restaurant Dionysos in Nijmegen bestaat overigens nog altijd.

Dionysos
collage van René (1986)
Kerényi looked at the appearances in Greek religion not as curiosities, but as expressions of real human experience.
Károly Kerényi Károly Kerényi saw the theory of religion as a human and humanistic topic which coined his reputation as humanist further. So for him every view of mythology had to be a view of man – and hence theology always had to be at the same time anthropology. In this humanist spirit Kerényi defined himself as philological-historical as well as psychological scholar. In later years Kerényi evolved his psychological interpretation further and replaced the concept of archetypes with one that he labeled „Urbild„. This became particularly clear in some of his most important publications: Prometheus as well as especially in Dionysos, likely Kerényi’s most crucial work, which he had started as idea in 1931 and finished writing in 1969. Kerényi hence looked at the appearances in Greek religion not as curiosities, but as expressions of real human experience.
 
Bron: en.wikipedia.org

het filosofisch kwintet

vanaf 19 juni iedere zondag: Het Filosofisch Kwintet op HUMAN

In navolging van het Duitse tv-programma Das Philosophische Quartett met Peter Sloterdijk en Rüdiger Safranski gaat omroep HUMAN vanaf 19 juni iedere zondagmiddag tussen 12.10 en 13.10 Het Filosofisch Kwintet uitzenden.

HUMAN
filosofischkwintet.tv

De eerste zes afleveringen hebben als thema ons idee van de rechtstaat. In Filosofie Magazine van juni staat een interview met de presentatoren Clairy Polak en Ad Verbrugge. Beiden krijgen regelmatig het verwijt moralistisch te zijn. De conservatieve denker Ad Verbrugge:

Dat verwijt van moralisme gaat impliciet alweer uit van een bepaalde moraal, een echter die vaak impliciet blijft of valselijk als neutraal gepresenteerd wordt.

Ad Verbrugge in Filosofie Magazine

Dat verwijt van moralisme gaat impliciet alweer uit van een bepaalde moraal, een echter die vaak impliciet blijft of valselijk als neutraal gepresenteerd wordt. Zodra we het over recht, politiek, economie of welke maatschappelijke institutie dan ook hebben, is er noodzakelijkerwijs altijd al een bepaald moraal verondersteld. Zonder een gemeenschappelijk idee van goed en slecht is er überhaupt geen samenleving mogelijk en verliest ons eigen leven zijn richting en betekenis.
 
Bron: Filosofie Magazine, juni 2011, blz. 17

filosofischkwintet.tv

alles is relatief [ 2 ]

vandaag op de Filosofie Scheurkalender

M.C.EscherDe uitspraak dat “alles relatief is” staat hoog genoteerd in de toplijsten quasi-filosofische kretologie en lui denken. Vaak wordt hiermee dan bedoeld dat er geen absolute waarheid bestaat. Zo laat de relativist zich tegenover de vermeende absolutist juist kennen als de absolutist. Toch kan deze kreet soms zinvol zijn. Timon Meynen legt op de Filosofie Scheurkalender uit dat het gaat om de context en de relatie met de ander.

De Vlaamse filosoof en ethicus Etienne Vermeersch (1934) verdedigt zich (…) op een bekende wijze tegen het relativisme. Het relativisme zaagt immers de tak door waarop het zelf gezeten is, zoals Bruno Latour (1947) het uitdrukt. Met de stelling “alles is relatief” doet de relativist een beroep op een of ander criterium voor de waarheid van die stelling. En dat criterium moet zelf dus wel absoluut zijn. Kortom: hij spreekt zichzelf tegen, en dat mag niet.
 
Maar wie heeft er eigenlijk gezegd dat “alles relatief is”? En in welke context gebeurde dat? Je kunt je heel wel voorstellen dat de relativist in gesprek was met een absolutist. De zin “alles is relatief” zou dan relatief zijn ten opzichte van het gesprek waarin de relativist beweerde dat er geen universele en tijdloze criteria voor de waarheid van uitspraken bestaan, en de absolutist dat die er wel zijn. Misschien maakten beiden zich wel oprechte zorgen over de geestelijke gezondheid van de ander. De relativist was bang dat de absolutist zich door zijn illusies de wet liet voorschrijven. De absolutist was bang dat de relativist straks met tak en al naar beneden zou vallen. Zo lang zij nog de inzet hadden om elkaar te helpen wijzer te worden, was het wellicht niet zinloos dat zijn zich met die onzin bezighielden.
 
Bron: Timon Meynen, Filosofie Scheurkalender 31 mei 2011
Relativisme houdt geen moment stand onder rationele argumenten. Ten eerste is de stelling zelf een contradictie. Want zeggen dat de waarheid niet bestaat, impliceert dat de stelling zelf ook niet waar is. Omgekeerd is zeggen dat ‘de’ waarheid niet bestaat een absolutisme dat de stelling zelf beoogt te bestrijden: het is ‘een waarheid’.
 
Bron: plein2010.blogspot.com

filosofie scheurkalender | alles is relatief [ 1 ]