Categorie archief: filosofie

Denker des Vaderlands

Hans Achterhuis (1942) is de eerste Denker des Vaderlands
Hans AchterhuisIk vind het wel belangrijk om als filosoof buiten een discussie te kunnen stappen. Standpunten lijken vaak maar twee kanten te hebben: voor en tegen. Vervolgens worden de posities geframed, en hebben de voor- en tegenstanders zich ingegraven. Ik wil als Denker des Vaderlands in publieke debatten verschillende posities duidelijk maken, en vervolgens onzeker maken wat schijnzeker leek. Die zekerheid tref ik ook in mijn eigen milieu aan. Bij lezingen, die altijd door een bepaald publiek bezocht worden, krijg ik nu al een jaar of drie de vraag: wat vindt u van Wilders? Ik proef bij de aanwezigen op zo’n moment een moreel onbehagen, waarop ik heel makkelijk kan inspelen. Doe ik dat, dan knikt iedereen en zijn we het fijn eens. Dat lijkt me geen taak voor de Denker des Vaderlands.
 
Bron: Hans Achterhuis op 1 april j.l. in Trouw
Ik proef bij de aanwezigen op zo„n moment een moreel onbehagen, waarop ik heel makkelijk kan inspelen. Doe ik dat, dan knikt iedereen en zijn we het fijn eens.

Hans Achterhuis

Hans Achterhuis [ nl.wikipedia.org ]

onvervalst

vrijdag begint de Maand van de Filosofie
met als thema het echte leven

SocratesDe filosofie heeft de wijsheid lief. Maar wat is wijsheid? De filosoof zoekt voortdurend zijn geliefde. Traditioneel zag hij haar nabij komen in het Ware, het Goede en het Schone. In onze postmoderne tijd is de Waarheid doodverklaard. Leve de “eigen waarheid”! Maar hoe betrouwbaar, hoe écht is die “eigen waarheid”? Sinds we de Waarheid hebben afgeschaft, is de vraag naar authenticiteit belangrijk geworden. Maar hoeveel houvast biedt authenticiteit? En nog belangrijker: bestáát authenticiteit eigenlijk wel? Gisteren viel bij ons de Filosofiekrant op de mat over de Maand van de Filosofie. Dit jaar is het thema Het echte leven. Daan Roovers, de hoofdredacteur van Filosofie Magazine schrijft op de voorpagina van de Filosofiekrant het volgende:

De tiende Maand van de Filosofie (april 2011) staat in het teken van “Het echte leven”. We zijn obsessief op zoek naar wat écht is. We willen écht eten, een échte Bang & Olufsen, échte liefde, écht contact. Wat écht is, is puur, eerlijk en onbedorven. Echt staat tegenover schijn, virtueel, leugen en bedrog. Tv-programma’s waarin het échte leven centraal staat -zoals Oh oh Cherso en Boer zoekt vrouw – zijn bijzonder pupolair. Maar hieruit blijkt ook meteen de paradox: deze programma’s verheerlijken spontaniteit, maar in feite worden ook real-life tv-programma’s sterk geregisseerd. Echtheid blijkt een romantische fictie: “zuivere echtheid” bestaat niet. Is authenticiteit dan alleen een overspannen en modieus ideaal? Hoe kan het dan dat authenticiteit voor veel mensen toch een krachtige morele insspiratiebron is? Een maand lang gaan we erover filosoferen. (Daan Roovers in Filosofiekrant )

Ons verlangen naar authenticiteit lijkt ergens op fantoompijn: een brandend verlangen naar een zuivere maar verloren staat van bewustzijn, naar het verloren Paradijs, naar échte geborgenheid. Sinds we afgesneden zijn van het Paradijs, regeert de leugen en zijn we zelf ook vals geworden en verlangen we terug naar onze ware, échte ik. Maar voor het hedendaagse denken is het Paradijs een spook uit de oude metafysica en bestaat het niet écht. We leven nu eenmaal in een verwarrende wereld van list en bedrog en koesteren daarin de oude wensdroom van waarachtigheid. Het is maar wat je geloven wilt en waar je op inzet. Daan Roovers meent dat “zuivere echtheid” niet bestaat. Het is jammer dat dit a priori als een algemene waarheid verkondigd wordt. De vraag of ikzélf authentiek, zuiver, echt en eerlijk ben, lijkt me een vraag die telkens weer gesteld en beantwoord moet worden. De conclusie “zuivere echtheid bestaat niet” is mij nét iets te gemakkelijk.

Maand van de Filosofie

art power

Boris Groys : Art Power (2008)
Art PowerArt has its own power in the world, and is as much a force in the power play of global politics today as it once was in the arena of cold war politics. Art, argues distinguished theoretician Boris Groys, is hardly a powerless commodity subject to the art market’s fiats of inclusion and exclusion. In Art Power, Groys examines modern and contemporary art according to its ideological function. Art, Groys writes, is produced and brought before the public in two ways a commodity and as a tool of political propaganda. In the contemporary art scene, very little attention is paid to the latter function; the official and unofficial art of the former Soviet Union and other former Socialist states, for example, is largely excluded from the field of institutionally recognized art, usually on moral grounds (although, Groys points out, criticism of the morality of the market never leads to calls for a similar exclusion of art produced under market conditions).
 
Bron: mitpress.mit.edu
Waardeoordelen en selectiecriteria binnen de kunstwereld zeggen meer over de heersende sociale opvattingen en machtsstructuren dan over de kunst an sich.

Bert Herps (Filosofie Scheurkalender)

The notion of art,“ Boris Groys writes near the start of Art Power, “is today almost synonymous with the notion of the art market.“ In less dexterous hands, this argument could swiftly slip into hollow polemic. But Groys continues with something surprising: “to perceive the critique of commodification as the main or even unique goal of contemporary art is just to reaffirm the total power of the art market – even if this reaffirmation takes a form of critique.
 
Bron: artmargins.com

borisgroys.com