een interview met Bart Jan Spruyt
In de vijfde eeuw voor Christus was er in Athene een democratie. Dat was toen al iets bijzonders. Dus er waren filosofen die nadachten over de vraag wat democratie betekent. Het betekent dat het volk regeert, maar waarover? Over zichzelf. Maar kán een volk over zichzelf regeren en zo ja, onder welke voorwaarden? Daar heb ik eens een onderzoekje naar gedaan bij de oude filosofen. Ik vond een aantal centrale voorwaarden waaraan een democratie moet voldoen, wil ze goed functioneren. dat is dat je eerbied hebt voor ouderen, voor wat er aan je is voorafgegaan. Gehoorzaamheid aan de wetten. Respect voor de traditie. Onder traditie werd onder meer verstaan de verering van de goden. Dat is de basis van alles. Als dat besef van het heilige, van het sacramentele weg is, en als daaruit voortvloeiend vrijheid niet langer de betekenis heeft van de ruimte om te doen wat je behoort te doen, dan ontaardt democratie in een ochlocratie. Dan regeert niet de demos, het volk, maar de ochlos, de massamens. De ongevoelige, onopgevoede, slecht opgeleide massamens. Die alleen maar vrijheid wil, mateloosheid, en geen rekening met de ander houdt.Dat staat allemaal in Plato, Polybios en Cicero. Zij zeggen dat als dát gebeurt, je twee dingen kunt krijgen. Of het wordt steeds gekker en je krijgt chaos of anarchie, of mensen gaan denken: dit kan zo niet. Dan gaan mensen zoeken naar een nieuwe orde. Die orde moet worden gebracht door de sterke man of door de sterke staat. Al die boeken zijn 2500 jaar oud, maar het proces dat dar werd beschreven, zien we hier en nu gebeuren.
Wat ik hoop is dat als mensen dit doorzien er een bewustwordingsproces op gang komt. Waar is het fout gegaan? Dat is toch doordat we onze kinderen in geestelijke zin te vondeling hebben gelegd. We hebben hun niets meer meegegeven. We hebben niet meer nee durven te zeggen. We hebben geen grenzen meer durven stellen.
Bart Jan Spruyt in Beweging, 74e jaargang nummer 3
Het is bijna onmogelijk om in onze gemedialiseerde wereld de media te ontwijken. Overal zijn klemmen, fuiken en lijmstokken opgesteld om ons te vangen in de mediablob, die ons ervan wil overtuigen dat we helemaal vrij zijn. In werkelijkheid worden we permanent verleid om onze boodschappenmand te vullen. De laatste twintig jaar heeft de mediablob de vorm van een web aangenomen, dat ons inmiddels van onder tot boven ingesponnen heeft. Het internet presenteert zich als een MeWorld, waar ík achter de knoppen zit en waar ík de baas ben. Zolang ik mij horizontaal beweeg, lijkt dat misschien zo. Maar zodra ik mij verticaal ga bewegen en mij losmaak van de oppervlakte, de diepte van het verleden induik of voor de hoogte van de reflectie kies, dan blijkt deze horizontale vrijheid voornamelijk een horizontale gevangenschap. En toch ook weer niet helemaal. Er wordt wel eens beweerd dat het world wide web de weidsheid van een oceaan heeft maar de diepgang van een soepbord. Misschien geldt dat voor 99 procent van alle websites. Toch vind je ook de verdieping en de reflectie op het internet, al is het maar in historische teksten die de waan van de dag relativeren. En bevestigen. Zoals de tekst
Denk niet dat er vogel bestaat die zich makkelijker op de lijmstok laat vangen, en ook niet één vis die zich voor iets lekkerder aan de haak laat slaan, dan alle meuten mensen die zich gretig tot slavernij laten paaien met het kleinste beetje honing dat men hun om de mond smeert. (…) Theaters, spelen, kluchten, opvoeringen, vreemde beesten, medailles, schilderijen en andere verdovende middelen van dat soort waren bij de volken in de oudheid het lokaas voor de slavernij, de prijs voor hun vrijheid, en het gereedschap van de tirannie. Dit middel, deze praktijk, deze verlokkingen gebruikten de oude tirannen om hun onderdanen onder het juk te laten inslapen. Dus de verdwaasde mensen vonden deze vormen van tijdverdrijf schitterend: geamuseerd door ijdel plezier dat hun ogen streelde namen zij de gewoonte aan te dienen, even onnozel – maar ongelukkiger – als kleine kinderen die leren lezen door naar de glanzende plaatjes van geïllustreerde boeken te kijken.
La Société du Spectacle (1967)












