In de tweede helft van de achttiende eeuw ging de Duitse filosofie de Europese overheersen. Hierdoor veranderde de manier waarop niet alleen Europeanen, maar mensen overal in de westerse wereld dachten over zichzelf, de natuur, de geschiedenis van de mensheid, religie, politiek en de structuur van de menselijke geest. In dit rijke en breed opgezette boek verweeft Terry Pinkard het verhaal van „Duitsland„ – dat in die tijd veranderde van een losse verzameling vorstendommen in een opkomende natie met een karakteristieke cultuur – met een analyse van de tendensen en complexiteit van het filosofische denken dat zich daar ontwikkelde. Hij onderzoekt de dominante invloed van Kant, met zijn revolutionaire nadruk op „zelfbeschikking„, en volgt die invloed via de ontwikkeling van de Romantiek en het idealisme naar de kritiek van postkantiaanse denkers zoals Schopenhauer en Kierkegaard. Dit boek zal bij veel lezers interesse wekken voor de geschiedenis van de filosofie, de culturele geschiedenis en de geschiedenis van ideeën.Bron: uitgeverijatlas.nl
Al twee jaar keek ik uit naar de Nederlandse vertaling van Safranski’s boek
Overigens verbleef Herder tussen 1771 en 1776 in Bückeburg, de residentie van het graafschap
Zowel NRC Handelsblad en Trouw besteedden dit weekend in hun boekenbijlagen aandacht aan de nieuwe Nederlandse uitgave van Het Kapitaal van Karl Marx. Kijken in de ziel van het monster heet de bijdrage van Bernhard Hulsman in NRC Handelsblad. Deze uitdrukking komt uit Het Kapitaal, het ambitieuze onderzoek waarin Marx de ziel van het kapitalisme (het monster) probeert bloot te leggen. Hulsman stelt vast dat er sinds de kredietcrisis weer veel belangstelling is voor Marx‘ hoofdwerk. Zelf heeft hij het boek gelezen in de jaren zeventig en bij herlezing valt hem weer op hoe lastig Het Kapitaal eigenlijk te lezen is. Dat heeft vooral ook te maken met lange en gedetailleerde beschrijvingen van productieprocessen en arbeidsverhoudingen in het Victoriaanse Engeland. Marx leefde van 1848 tot aan zijn dood in 1883 in Londen en zat dus met zijn neus bovenop het negentiende eeuwse kapitalisme. Engeland was het machtigste land ter wereld, maar tegelijkertijd was de “Verelendung” van het proletariaat hier het grootst. Hulsman geeft een korte samenvatting van Marx‘ diagnose van het kapitalisme en de, volgens hem, onvermijdelijke overgang naar het socialisme. In de laatste alinea’s stelt hij de vraag waarom Marx‘ voorspelling tenslotte niet is uitgekomen. Dat komt met name doordat Marx niet genoeg oog heeft gehad (maar waarschijnlijk ook nog geen oog kon hebben) voor de levensvatbaarheid van ‘het monster’ van het kapitalisme. Het bleef zichzelf telkens vernieuwen en ‘de truc van meerwaardevorming’ herhalen. Het kapitalisme zorgde niet voor zijn eigen einde, zoals Marx voorzag, maar voor zijn eigen voortbestaan. Volgens Hulsman ligt de actualiteit van Het Kapitaal vooral in het feit dat Marx heeft aangetoond dat economie niet de harde wetenschap is die hij voorstond. In wezen is economie een sociale wetenschap die vergeleken met de natuurwetenschappen niet of nauwelijks tot voorspellingen in staat is.
Zelf zal ik Het Kapitaal niet gaan lezen. Ik heb Marx altijd terzijde geschoven vanwege zijn materialisme. Zijn uitspraak dat godsdienst opium voor het volk is, was hem door Ludwig Feuerbach ingegeven, die in zijn geschrift “Über das ‘Wesen des Christentums’ in Beziehung auf den ‘Einzigen und sein Eigentum’ ” (1841) de religie psychologisch verklaard had als een wensdroom om de ontoereikendheid van het menselijk bestaan te compenseren. Ook bij Marx verschraalde het mens- en wereldbeeld in puur materialisme. Het geestelijke inzicht dat de mens niet van brood alleen leeft, werd verworpen. Zo schreef 












