Categorie archief: filosofie

de enen en nullen zijn onder ons

het digitale leven

De digitalisering van onze leefruimte zie ik als de eindfase van het seculariseringsproces dat sinds de Renaissance de Westerse cultuur (en daarmee de hele wereld) vooruit gestuwd heeft. Digitalisering is radicale onttovering. Middeleeuws bijgeloof is uitgebannen en in toenemende mate wordt ook het geloof zélf uit het openbare leven weggedrukt. In de publieke ruimte schijnt het koele en zakelijke licht van de Verlichting. Aangesloten op een wereldwijd netwerk van computers persen we triljoenen enen en nullen door de kabel om onszelf van informatie te voorzien.

digitaal leven als mysterium tremendum
doorbraak in cyber space

Met Google Maps overzien we bijna elke vierkante meter van de aardbol en zo hebben we de illusie van overzicht, beheersing en onafhankelijkheid steeds verder geperfectioneerd. Tegelijkertijd worden we steeds afhankelijker van datgene waarmee we ons leven calculeren, de computer. De boze geesten lijken verdreven, maar de enen en nullen zijn onder ons.

her-innering en re-ligio

Alberto Savinio over herinnering en religie in Valori Plastici 1921

Afgelopen week vond ik een tekst terug die ik 25 jaar geleden van mijn toenmalige kunstdocent Han Janselijn (1942-2005) gekregen heb. Het zijn fragmenten uit de primi saggi di filosofia delle arti van de schrijver en schilder Alberto Savinio die hij tussen 1918 en 1921 in het Italiaanse tijdschrift Valori Plastici publiceerde.

Savinio
citaat van Alberto Savinio in Valori Plastici III 1921, blz. 103-105
De herinnering is onze cultuur. Het is de geordende verzameling van onze gedachten. Niet alleen van onze eigen gedachten: het is ook de verzameling gedachten van alle mensen die ons in de geschiedenis voorafgegaan zijn. En aangezien de herinnering de geordende verzameling van onze gedachten en die van anderen is, is zij ook onze religie – religio. ( … )
 
De liefde tussen Zeus en Mnemosyne bracht negen kinderen voort, de muzen. Wanneer ze afdalen naar de aarde slaken zij een zucht van verlichting. Zo is de kunst dus geboren uit de vruchtbare schoot van de herinnering (Mnemosyne). Daarom ademt de kunst een soort nostalgie. Geen terugverlangen naar de hemel, maar naar de pracht die in den Beginne hier beneden bloeide: de onsterfelijkheid van de aarde. Daarom wordt alleen in de kunst de herinnering aan het oorspronkelijk goede geboren, leeft zij daar weer en wordt zij weer tot wonderbaarlijke zekerheid.
 
citaat uit primi saggi di filosofia delle arti van Alberto Savinio in Valori Plastici III 1921, blz. 103-105.
Giorgio di Chirico
Giorgio di Chirico Piazza d’Italia, 1913
Alberto Savinio was de broer van Di Chirico
Zo is de kunst geboren
uit de vruchtbare schoot
van de herinnering

Alberto Savinio

Kultur, Memoria und Mythos [ books.google.nl ] | Valori Plastici

wereldbeeld & geschiedenis [ 3 ]

de veertiende eeuw – de ontluiking van een nieuw zelfbewustzijn
van introspectie naar extraspectie

Filosofie van het LandschapVijfentwintig jaar geleden las ik voor het eerst Filosofie van het Landschap (1970) van Ton Lemaire. Het boek was een openbaring voor mij. Toen we in de zomer van 1984 in de Provence waren, moest en zou ik dan ook naar de top van de Mont Ventoux omdat Lemaire daar in zijn boek over geschreven had. Ik las daarin voor het eerst dat de beklimming van deze berg door de humanistische dichter Petrarca in het jaar 1336 algemeen beschouwd wordt als een sleutelmoment in de Westerse geschiedenis. Het is achteraf gekozen als hét moment geworden waarop mens de blik naar buiten keert en de nieuwe mens van de Renaissance geboren wordt.

De beklimming is des te symbolischer omdat Petrarca aangekomen op de top de Belijdenissen van Augustinus openslaat en zich schaamt over zijn toeristische uitstapje. Want, schrijft Augustinus , “buiten de ziel is niets de moeite waard om bewonderd te worden”. De in zichzelf gekeerde mens van de Middeleeuwen is in onze moderne ogen een eenkennig wezen, maar je zou ook kunnen zeggen dat hij een geestelijk wezen is, omdat hij geestelijke kennis volgt en zich afsluit voor de zintuiglijke maar vergankelijke aardse werkelijkheid. In de eeuw na Petrarca zal de wereld openbarsten en zich in al zijn aardse schoonheid in de spiegel van de kunst aan het oog van de mens uitspreiden. Op de top van de Mont Ventoux wordt de moderne mens geboren, die wij sinds de Renaissance allemaal geworden zijn.

Als Petrarca de top van de berg heeft bereikt en het uitzicht over de wereld zich onder zijn voeten opent, wordt hij bijna door angst bevangen en, naar Italiëkijkend, door heimwee naar zijn vaderstad overmand. Hij zoekt troost voor zijn verwarring in de Belijdenissen van Augustinus die hij bij zich had, en zijn oog valt tot zijn schrik op de volgende passage: „En de mensen gaan hoge bergen bewonderen en de wijde zee en machtige stromen en de onmetelijkheid van de oceaan en de loop van de sterren, en zij verliezen daarmee zichzelf.„ Petrarca betreurt dan zijn vermetele beklimming van de berg en verwijt zich zijn verkeerde mentaliteit, want hij had toch, zegt hij bij zichzelf, moeten weten dat nihil praeter animum esse mirabile: dat buiten de ziel niets de moeite waard is om bewonderd te worden.
 
Bron: Filosofie van het Landschap [ www.dbnl.org ]
Mont Ventoux
uitzicht vanaf de Mont Ventoux
nihil praeter animum
esse mirabile

buiten de ziel is niets de moeite waard
om bewonderd te worden (Augustinus)

Hier, boven op de Mont Ventoux, vindt in feite een dramatische ontmoeting plaats tussen Augustinus en Petrarca, tussen de geest van de Middeleeuwen en die van de moderne tijden, tussen zelfinkeer en expansie. Petrarca’s tocht is de articulatie van twee wereldbeschouwingen: die van het traditionele christendom waarvoor menselijke zelfverwerkelijking gelegen is in zelfinkeer, introspectie, en die bang is zich aan de grote wereldruimte te verliezen; en die van de ontluikende moderne geest die haar heil zoekt in „extraspectie„, expansie en verkenning van het andere, en voor wie de wereldruimte het bereik is waarin ze geestdriftig zichzelf wordt. Aan de ene kant de beslotenheid van de bespiegeling, waarin de ziel zich probeerde te rechtvaardigen voor de eeuwigheid, aan de andere kant de ontsluiting van de wereld en de beginnende existentie van het individu. Deze aarzelende bewondering voor de grootsheid van de wereld betekent een heroriëntering van het Westen, en Petrarca’s vergezicht is als het ware een visioen bij de opening van een nieuw tijdperk: de bestijging van de hoge berg zal het christelijke wereldbeeld verruimen en verruimtelijken, en ten slotte zal ze het doen verdampen.
 
Bron: Filosofie van het Landschap [ www.dbnl.org ]
En de mensen gaan hoge bergen bewonderen en de wijde zee en machtige stromen en de onmetelijkheid van de oceaan en de loop van de sterren, en zij verliezen daarmee zichzelf

Augustinus

Apollo 8 foto
de ultieme extraspectie
Dit beeld is volgens de Duitse schrijver en filosoof Rüdiger Safranski dé icoon van het globalisme. Tijdens de Apollo 8 missie in 1968 werd voor het eerst de planeet aarde in zijn geheel door een mens waargenomen. Net als Petrarca op de Mont Ventoux geeft het een sleutelmoment aan: de mens heeft maximale afstand van de wereld genomen, hij is als het ware op de stoel van God gaan zitten.

Filosofie van het Landschap [ www.dbnl.org ]