In Trouw van het afgelopen weekeind stond voor mij een zeer boeiend gesprek met de Groningse schilder Henk Helmantel over traagheid als deugd. Helmantel woont in een Middeleeuwse boerderij (de Weem ten Noorden van Groningen) en werkt (wanneer hij niet gestoord wordt) als een monnik aan zijn stillevens. Naast het lezenswaardige artikel vond ik op de website van Trouw deze video over Henk Helmantel nog als bonus.
aan het verloop van de tijd.”
Erik Oger (filosoof)

dwingt je ernaar te kijken.
Daar ben ik van overtuigd,
ik geloof in de taal van verf.”
Henk Helmantel (schilder)
Bron: trouw.nl
Wanneer Voltaire in deze tijd geleefd zou hebben, dan was hij waarschijnlijk columnist of stand-up comedian geweest. Maar in het galante tijdperk was zijn bijtende spot ongewoon. Zo werd hij in 1716 op 22-jarige leeftijd al tot 11 maanden Bastille veroordeeld wegens een satire op de monarchie. Tien jaar later was het weer raak. Voltaire had een machtige edelman, de Chevalier de Rohanwerd beledigd en werd weer veroordeeld, ditmaal werd hij voor drie jaar verbannen naar Engeland. Toen hij in 1729 terugkeerde, kon hij zich een paar jaar inhouden maar in 1734 moest hij alweer zijn biezen pakken wegens zijn kritiek op de overheid en vertrok hij naar Nederland. Voltaire ‘s sarcasme is onsterfelijk geworden en vooral bij de katholieke kerk maakte hij zich voor altijd gehaat. Zo lees ik in het katholieke Leerboek der Algemeene Geschiedenis, Uitgeverij Malmberg uit het begin van de vorige eeuw, het volgende over deze Franse filosoof:
Toen Voltaire in 1778 stierf, mocht hij niet in kerkelijke grond begraven worden vanwege zijn kritiek op de Kerk. Het schijnt dat de bisschop van Parijs gezegd zou hebben dat zijn lijk maar op de mesthoop moest worden gegooid. Tijdens het revolutionaire bewind was Voltaire een van de helden van de revolutie geworden en in 1791 werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar het Pantheon in Parijs, dat inmiddels een tempel van de Rede was geworden. Toen het Pantheon in 1815 weer een kerk werd, liet koning Lodewijk XVIII Voltaire daar rusten, omdat het volgens de reactionaire koning “hem goed zou doen om af en toe een mis te horen”.
Voltaire laat zijn hoofdpersoon uit Candide concluderen ‘dat we onze tuin moeten onderhouden’. Toen Candide 250 jaar geleden gepubliceerd werd, was Voltaire juist op een landgoed komen te wonen bij het dorpje Ferney, even ten Noorden van Genève. Door allerlei beleggingen was hij rijk geworden en de seigneur van Ferney liet het bestaande landgoed uitbreiden met akkers en wijngaarden. Dus wist hij zeer goed dat we onze tuin moeten onderhouden. De dorpsbewoners profiteerden van zijn aanwezigheid en honderd jaar na zijn dood zou het plaatsje uit eerbetoon worden omgedoopt in
De gebroeders Meester zijn twee mediagenieke filosofen. Als een Maarten van Rossum of een Midas Dekkers maken ze hun vakgebied toegankelijk voor een breed publiek en dat doen ze dus meestal met flink wat ironie. Dat ze een duo vormen, is ideaal want daardoor is er een voortdurende dialoog en dat is dé klassieke manier om te filosoferen. Natuurlijk verschillen de twee broers voortdurend van mening. Maarten is de rationalist, Frank de mysticus-romanticus. Dat botst. De plagerige toon is soms wat geforceerd, maar het levert in ieder geval wel grappige gesprekjes op en dat is natuurlijk uitstekend voor een breed publiek. Voor vakfilosofen zullen de gesprekken in meesters in de filosofie meestal de diepgang van een pannenkoek hebben, maar voor de lezers voor wie dit een eerste kennismaking met de filosofie is, kan het een uitnodiging zijn om meer te gaan lezen. De kadertjes tussendoor met wat achtergrondinformatie over de betreffende filosoof kunnen hiertoe ook een aanzet geven. Het boekje is verre van volledig en de geschiedenis van de filosofie wordt met zevenmijlslaarzen genomen. Maar het werkje is dan ook tamelijk pretentieloos. De Meesters hebben er vooral plezier in om met filosofie bezig te zijn en hun gesprekken werken erg aanstekelijk.












