Categorie archief: filosofie

luchtige Verlichting

De Sudelbücher van Georg Christoph Lichtenberg

Georg Christoph Lichtenberg legde in zijn Sudelbücher (1765-1799) de vinger op de kwetsbare plekken van de Verlichting. In tegenstelling tot zijn tijdgenoot Immanuel Kant (1724-1804) was hij geen abstracte denker maar juist heel concreet en persoonlijk. Zijn Sudelbücher (kladblokken) staan vol geestige aforismen.

“Wil men een natie verlichten,
dan is het mijns inziens onontkoombaar dat zij gelucht wordt. Want wat zijn mensen anders dan oude kleren? De wind moet er doorheen kunnen waaien. Ieder kan zich deze zaak voorstellen zoals hij wil,
maar ik stel mij de staat voor als een kleerkast, en de mensen
als kleren daarin.”

Georg Christoph Lichtenberg

Georg Christoph Lichtenberg (1742-1799) war das 17. und jüngste Kind des protestantischen Pfarrers Johann Conrad Lichtenberg. 1745 zog die Familie nach Darmstadt. Der Sohn litt sein ganzes Leben an einer zunehmenden Kyphoskoliose (Wirbelsäulenverkrümmung), die nicht nur zu einem ausgeprägten Buckel und geringer Körpergröße führte, sondern auch das Atmen immer mehr erschwerte. Er erhielt bis zum zehnten Lebensjahr Privatunterricht in seinem Elternhaus, 1752 wechselte er in die Lateinschule „Darmstädter Pädagog“ (heute auch Altes Pädagog genannt). Für seinen Fleiß und Scharfsinn wurde er mehrfach ausgezeichnet. Die Schule schloss er 1761 ab, dank eines Stipendiums des Landgrafen Ludwig VIII. in Höhe von jährlich 200 Gulden konnte er von Mai 1763 bis 1766 an der Universität Göttingen studieren unter anderem bei Abraham Gotthelf Kästner Mathematik, Naturgeschichte und Astronomie. In den folgenden Jahren bis 1774 führte er astronomische Beobachtungen am alten Observatorium in Göttingen durch. Seine körperliche Behinderung und seine ständige Anfälligkeit für Krankheiten machten ihn in außergewöhnlichem Maße empfindsam. Seine Beobachtungsgabe richtete er nicht nur auf naturwissenschaftliche Erscheinungen, sondern auch auf die Umwelt und seine Mitmenschen. Nach seinem Studium unternahm er zwei längere Reisen nach England. Auf der ersteReise 1770 (als Tutor für zwei englische Studenten) führte er König Georg III. von England und Hannover durch die Sternwarte von Richmond upon Thames, worauf dieser in einem Schreiben die Ernennung Lichtenbergs zum außerordentlichen Professor für Philosophie empfahl. Die zweite England-Reise, auf der er auch Teilnehmer von Cooks zweiter Weltreise kennenlernte (so etwa Georg und Johann Reinhold Forster), unternahm er von 1774 bis 1775. Bei dieser Gelegenheit begegnete er bekannten Wissenschaftlern wie James Watt oder Joseph Priestley. Diese Reise wurde zu seinem großen Bildungserlebnis.
 
( Bron: de.wikipedia.org )
Georg Christoph Lichtenberg
postzegel van Georg Christoph Lichtenberg ter gelegenheid van zijn 250e geboortedag in 1992
1770 wurde Lichtenberg Professor für Physik, Mathematik und Astronomie an der Universität Göttingen, doch erst ab 1776 hielt er regelmäßig Vorlesungen. 1777 machte er die Bekanntschaft von Maria Dorothea Stechardt (1765-1782). Ab 1780 – bis zu seinem Tod – war er Ordinarius für Physik. 1782 trat Margarethe Elisabeth Kellner in seinen Dienst. Im Oktober 1789 setzten krampfartige Asthmaanfälle ein (eine Folge der Wirbelsäulenverkrümmung), die ihn monatelang ans Bett fesselten. 1793 wurde er zum Mitglied der Royal Society in London ernannt. 1777 ließ Lichtenberg vor der Ankunft des „Magiers“ Meyer Philadelphia in Göttingen ein Plakat aushängen, auf dem er Philadelphias Programm so ankündigte, als stamme es von diesem selbst. Auf diesen Plakaten wurde behauptet, Philadelphia werde blitzschnell den Wetterhahn der Jacobikirche mit der Fahne auf der Johanniskirche vertauschen. Meyer Philadelphia verließ Göttingen, ohne auch nur eine Vorstellung gegeben zu haben. Von 1780 bis zu ihrem frühen Tod war die „kleine Stechardin“ Lichtenbergs Lebensgefährtin („ohne priesterliche Einsegnung meine Frau“). 1783 begann ein eheähnliches Verhältnis mit Margarethe Elisabeth Kellner, die er 1789 ehelichte, um ihr und den gemeinsamen Kindern das Erbe zu sichern.
 
( Bron: de.wikipedia.org )
Georg Christoph Lichtenberg

lichtenberg-gesellschaft.de | Lichtenberg bibliografie | Lichtenberg in Göttingen

fitna, de beproeving

gelezen in de bijlage Letter & Geest (Trouw)
Islamisering is allang binnengeslopen door Nahed Selim

Geert WildersDe meeste reacties op Fitna in Trouw stelden mij teleur. Te gemakkelijk richtte men zich voornamelijk tegen de persoon van Wilders. Gelukkig waren er ook een paar reacties die wéll inhoudelijk over de boodschap van Fitna gingen, o.a. een ingezonden stuk van Jan Kloosterman en Harry van der Molen, respectievelijk voorzitter van de SGP-jongeren en van het CDJA. Ze vinden dat hun partij in het Fitna-debat van afgelopen dinsdag te eenzijdig gereageerd heeft vanuit de reflex: ‘Wilders polariseert en toont geen respect.’ De werkelijke problematiek wordt op deze manier doodgedrukt. Wilders heeft wel degelijk een punt: dé islam kent een gewelddadige variant en deze past niet zonder slag of stoot in de westerse samenleving. En over die breuklijn moet juist gesproken worden.

De moslimfeministe Nahed Selim stelt het nog duidelijker: Er bestaan in haar visie wel gematigde moslims, maar er bestaat géén gematigde islam. In de weekendbijlage van Trouw (Letter & Geest) stelt ze Wilders ook voor een deel in het gelijk. Maar ze gaat zelfs nog verder. Wanneer Wilders in Fitna een toekomstbeeld geeft van een verislamiseerd Nederland, kunnen we lezen: “De moskee zal onderdeel worden van het Nederlandse overheidssysteem.” Nahed Selim reageert daarop:

Ik ben bang dat dit al begonnen is. Wat betekent het anders als een ambtenaar van Jeugdzorg pas zijn werk kan doen, wanneer hij zich laat vergezellen door een imam? De staat delegeert zodoende een deel van zijn taken aan de moskee. Ook bewijst dit dat zulke moslimgezinnen alleen loyaal zijn aan hun geestelijken, en niet aan de overheid en haar ambtenaren.
 
Jammer dat Wilders niet meer aandacht heeft besteed aan deze aspecten. Anders had hij ook kunnen constateren dat niet alleen moslims daar debet aan zijn. Heel vaak is deze institutionele islamisering mogelijk dankzij autochtone Nederlanders die alvast aan het zelfislamiseren slaan, omdat ze totaal geen benul hebben van de scheiding tussen kerk en staat.
 
verder lezen: www.trouw.nl
“Heel vaak is deze institutionele islamisering mogelijk dankzij autochtone Nederlanders die alvast aan het zelfislamiseren slaan, omdat ze totaal geen benul hebben van de scheiding tussen kerk en staat.”

Nahed SelimNahed Selim, (Dakhalia, Egypte, 1952) is een tolk-vertaler, columnist, publicist en schrijfster. Nahed Selim studeerde Engelse literatuur aan de Universiteit van Caïro en verhuisde in 1979 naar Nederland, waar ze aan de filmacademie studeerde. Ze werkt als tolk-vertaler Arabisch en schrijft regelmatig columns voor NRC Handelsblad en Opzij. De in Zwijgen is verraad gebundelde columns handelen over vrouwonvriendelijke praktijken die in naam van de islam worden gepleegd. Selim noemt zichzelf moslimfeministe en zet zich af tegen vrouwen die hoofddoekjes dragen. Orthodox noemt ze die. Nahed Selim kreeg de Harriët Freezerring 2006. Het feministische maandblad Opzij reikt sinds 1978 jaarlijks de Harriët Freezerring uit. Deze prijs is bestemd voor een vrouw wier werk belangrijk is voor de emancipatie.
( Bron: nl.wikipedia.org )

Wat is extremisme?
Neem de ramadan. Het normale geloofsprincipe is dat de vasten een maand duurt. Zo staat het immers in de Koran. Radicaal of extreem is het pas om het hele jaar door te vasten. Of neem het bidden. Volgens de islam dient dat vijf keer per dag te gebeuren. Een religieuze stroming die verwacht dat de gelovigen de hele nacht wakker moeten blijven om achter elkaar te bidden, kan met recht omschreven worden als extremistisch of radicaal. Die wijkt te veel af van wat er in de bronnen voorgeschreven staat. Een eenvoudig principe, lijkt me.
 
Maar stel nu dat het andersom was. Ik ken moslims die bepaalde geneesmiddelen niet willen gebruiken als er alcohol in zit, omdat de Koran zegt dat je geen alcohol mag drinken. Zijn zij radicaal? Of is de Koran radicaal? Ook staan in de Koran instructies voor de gelovigen om de ongelovigen af te slachten. De meeste moslims vinden dat te ver gaan. Ze weigeren deze voorschriften uit te voeren. Mij lijkt het dat zij verstandiger zijn dan hun heilige teksten. Maar stel dat er iemand is die om welke reden dan ook deze bevelen serieus neemt en ernaar gaat handelen. Is hij dan extreem of is zijn heilige tekst dat?
 
Je hoeft niet alles te doen wat in Koran staat, zeg ik wel eens tegen andere moslims, bijvoorbeeld als het gaat om de hoofddoek. Gegarandeerd krijg ik dan te horen dat dat wel moet, juist omdat zo„n voorschrift uit een heilig boek komt.
 
verder lezen: www.trouw.nl

meer essays van Nahed Selim in Letter & Geest (Trouw):
Gelovige weeskinderen / Tornen aan een goddelijk bevel
Lessen in afvalligheid
Strijden voor humor, liefst met een grap

maand van de filosofie 2008

vanavond begint de maand van de filosofie
het thema voor dit jaar: de stad
Onze wereld is in rap tempo aan het verstedelijken: In 2008 woont voor het eerst in de geschiedenis meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad in Nederland is dat al sinds 2001 zo. Moeten we blij zijn met deze ontwikkeling? Kunnen wij die uitdaging wel aan? Leven in een stad kan een vloek of een zegen zijn. We kunnen er kansen op groei in zien, voor ontplooiing, opleiding, banen, maar ook problemen: segregatie, criminaliteit, kansen op vervreemding en vereenzaming.
 
Alain de Botton, the Architecture of HappinessGenieten we van de diversiteit van de stad, of voelen we ons er onbehaaglijk bij? Willen we graag onze gang gaan, of vooral graag onze buren kennen? Wordt de stad van morgen een oord van het goede leven, een domein van vrijheid en openbaarheid?
 
In april 2008 zal er een Maand lang gefilosofeerd worden in de traditie van stadsdenkers. Zoals Socrates die dagelijks op de markt in Athene doceerde, Walter Benjamin die de schoonheid beschreef van de straten en de winkels van Parijs, en, recent, Alain de Botton die het rechtstreekse verband tussen architectuur en geluk vaststelde.
 
Bron: maandvandefilosofie.nl