Categorie archief: filosofie

Kritiek van de praktische rede

Kritik der praktischen Vernunft (1788) in het Nederlands vertaald

Jabik Veenbaas (foto rechtsonder), een van de vertalers van Immanuel Kant’s Kritik der praktischen Vernunft, schrijft dit weekend in Trouw

Wij maken deel uit van een wereld die aan alle kanten beheerst wordt door het kennen, door de wetenschap, en door de toepassing daarvan, de techniek. En natuurlijk, die wetenschap heeft haar geweldige kanten. Maar ze bedreigt ons ook. Jabik VeenbaasEn dan doel ik op de dreiging van een denktrant, van een wereldbeeld. Er bestaat een neiging om onze hele wereld in wetenschappelijke termen te benoemen. DNA, quasars, snaren – dat alles zoemt en wervelt om ons heen. De wetenschappelijke kwalificering lijkt de mens te reduceren tot een wirwar van deeltjes en processen, tot een kluwentje dat hulpeloos rondspartelt in een kleine uithoek van het heelal.
 
Kants filosofie toont ons een uitweg uit dat wereldbeeld. De mens is niet alleen een radartje, opgenomen in een causaal gedetermineerd geheel, hij is dat zelfs niet in de eerste plaats, hij is voor alles een wezen dat moreel handelt en zich als zodanig tot het hele universum moet en kan verhouden. Zo kan hij zich staande houden in dat immense, door wetmatigheden beheerste heelal. Daarin bestaat zijn waardigheid. Dat is uiteindelijk de betekenis van Kants veel geciteerde uitspraak aan het slot van de Kritiek van de praktische rede:
‘Twee dingen vervullen de geest met steeds nieuwe en toenemende bewondering en eerbied, hoe vaker en langduriger het denken zich ermee bezighoudt: de sterrenhemel boven mij en de morele wet in mij’

Boeken van Immanuel Kant bij Uitgeverij Boom
De drie kritieken
Kritiek van de zuivere rede (vert. Jabik Veenbaas en Willem Visser)
De religie binnen de grenzen van de rede
Naar de eeuwige vrede
Kritiek van de praktische rede (vert. Jabik Veenbaas en Willem Visser)
Prolegomena (vert. Jabik Veenbaas en Willem Visser)
Fundering voor de metafysica van de zeden
Bron: immanuelkant.nl (doorlink naar boomsun.nl)

integrale grondtekst van de drie kritieken in het Duits:
Kritik der reinen Vernunft, 1787 (Wat kan in weten?)
Kritik der praktischen Vernunft, 1788 (Wat moet ik doen en mag ik hopen?)
Kritik der Urteilskraft, 1790

Kritiek van de praktische redeIn de Kritiek van de zuivere rede had Kant de mogelijkheidonderzocht van de menselijke kennis. Hij kwam tot de slotsom dat die beperkt blijft tot het domein van de zintuiglijke ervaring, en dat we niets kunnen weten over zaken die die ervaring te boven gaan: over de ziel, de wereld als geheel en God. In de Kritiek van de praktische rede stelt Kant echter dat we als praktische, moreel handelende wezens onafhankelijk zijn van de zintuiglijke wereld en deel krijgen aan de wereld van de bovenzin-tuiglijke dingen. Omdat alle belang uiteindelijk moreel is, heeft de praktische rede voor Kant het primaat boven de zuivere rede. Kants tweede Kritiek is de „sluitsteen„ van zijn filosofische systematiek en het kloppende hart van zijn filosofisch oeuvre.
 
Bron: boomsun.nl

de woeste stroom van het worden

gelezen in Letter & Geest : nawoord van Luuk van Middelaar bij:
over Nut en nadeel van geschiedenis voor het leven door Nietzsche

NietzscheVolgende week verschijnt een nieuwe uitgave van Friedrich Nietzsche’s Tweede Traktaat tegen de Keer (Unzeitgemaesse Betrachtungen) Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven. Ik bezit de uitgave uit 1983 verschenen bij de Historische Uitgeverij Groningen met een nawoord van Frank Ankersmit.

Bij de nieuwe uitgave (zie afbeelding rechts) zal een nawoord verschijnen van politiek filosoof Luuk van Middelaar. Trouw drukte afgelopen weekend in het katern Letter & Geest een voorpublicatie af van het eerste deel van het nawoord.

Op het oog heeft onze tijd de belangrijkste les van „Nut en nadeel„ ter harte genomen. De boodschap dat een overmaat aan historische kennis het leven schaadt, schijnt welbesteed aan ons vroeg-eenentwintigste-eeuwers. De hedendaagse Bildungsbürger houden weliswaar de cultuurbijlages bij, hebben de kinderen op toneelles en bezoeken in de Provence weleens een Romaans kerkje, maar voor, zeg, de val van het Romeinse rijk, de tiende penning of het Molotov-Ribbentrop-pact geldt: they couldn„t care less.
 
vaderlandse geschiedenisDe politieke en culturele elite heeft decennialang het geschiedenisonderwijs laten verslonzen. Niet vanwege een mogelijk nadeel van de geschiedenis voor het leven, maar omdat het geen voordeel opleverde. Zo verdween het verleden uit de publieke ruimte. De bescheiden golf de andere kant op die sedert enige jaren valt te ontwaren, doet hier weinig aan af. Met politici die voor historische musea pleiten en beleidsmakers die de vaderlandse geschiedenis aan immigranten willen onderwijzen, zijn we weliswaar, nog enigszins onwennig, terug van het nadeel bij het nut, maar diep doorvoeld is dit allemaal niet. De „grenspalen„ tussen heden en verleden staan nog netjes overeind. De enige verandering: waar eerst achteloosheid heerste, zou nu een zeitgemässer polemist aandacht kunnen vragen voor een gebrek aan historisch besef.
 
Kunnen we dus opgelucht ademhalen, omdat het gevaar dat Nietzsche signaleert is geweken? Deze conclusie is voorbarig. Het ging Nietzsche niet sec om de conjunctuur van de historische belangstelling. De bron van zijn probleem zit veel dieper. Het raakt aan de omgang van de moderne mens met de tijd. Niet voor niets maakt „Nut en nadeel„ op ons zo„n indruk. Ik wil daarom de stelling verdedigen dat het probleem van Nietzsche een andere gedaante heeft aangenomen en in feite is verergerd. Voorzover het historische bewustzijn inderdaad is afgesleten, komt dat doordat het is geradicaliseerd.
 
De „woeste stroom van het worden„ is zo sterk geworden dat de moderne mens het verleden niet meer nodig heeft om van die ontwortelende kracht doordrongen te raken. De dagelijks ervaren verandering kan het stellen zonder de plechtige adstructie met de geschiedenis. De beweeglijkheid van de wereld, de kwetsbaarheid van het heden, de onvoorspelbaarheid van de toekomst – ze zitten inmiddels als het ware in eenieders hoofd. Elke generatie ziet haar omgeving veranderen van vorm en kleur in een richtingloze versnelling die velen naar adem doet happen. Wie wil dit alles? Wie of wat drijft dit aan? De voorzienigheid? De wereldleiders? De wet van vraag en aanbod? Niemand weet het. En iedereen weet dat niemand het weet.

Bron: trouw.nl

hoofdzonden die nergens toe leiden

gisterenavond gezien op Net 5: Se7en (1995) van David Fincher

se7enDe geweldadige thriller is niet mijn favouriete genre. Maar als deze knap gemaakt is, dan kijk ik er toch naar. Dat was de reden om eindelijk eens Se7en te gaan zien, naast Pulp Fiction een van de meest bejubelde films van de jaren 90. Het is een donkere vette film met mooie rollen van Morgan Freeman als bedaarde rechercheur en Brad Pitt als agressieve jonge hond. Ze worden op een zaak gezet die leidt naar een gestoorde seriemoordenaar waardoor de thriller dicht het horrorgenre nadert. Maar David Fincher is spaarzaam met shockeffecten en gebruikt meer de suggestie en de dialogen om de gruwelijkheden ‘in beeld’ te brengen.

Zoals in elke betere thriller is het juist de psychologische laag die de film interessant maakt. De seriemoordenaar, genaamd John Doe (Pietje Huppeldepup), is geobsedeerd door de zeven hoofdzonden en gebruikt zijn moorden om te ‘preken’. De moorden komen met elkaar in verband te staan doordat er telkens bij het slachtoffer een van de hoofdzonden met grote letters geschreven is. Het eerste slachtoffer, een dikke man wordt gevonden met het woord ‘vraatzucht’, het tweede slachtoffer, een advocaat met het woord ‘hebzucht’. Later in de film zegt de moordenaar: „We zien elke dag een zonde gebeuren, maar we accepteren het. Omdat het normaal is. Omdat we het hebben aanvaard als de gang van zaken.„

Se7en
Rechercheur Sommerset en Mills in de schuilplaats van de seriemoordenaar

In vlagen doet deze John Doe mij denken aan kolonel Curtz uit Apocalyps Now, of aan Raskolnikov uit Crime and Punishment: ze hebben met elkaar gemeen dat ze een ‘logica’ zijn gaan aannemen, waar geen speld tussen te krijgen is, maar die uiteindelijk wéll extreem immoreel is. Ik geloof dat ik deze figuren niet zo interessant vind. Wat mij wéll intrigeert, is dat ze gedeeltelijk onder mijn huid kruipen. Ze confronteren mij met de immoraliteit die diep in mij leeft en hoe ik deze in het dagelijks leven kanaliseer.

Wie naar het zwaard grijpt,
zal door het zwaard omkomen.

In het proces dat Raskolnikov doormaakt, wordt dit het zorgvuldigst uitgewerkt en met het enige echte resultaat: de bekering door het berouw. In Apocalyps Now en Se7en maken de gestoorde geesten dit proces niet mee en laten ze zich gretig slachtofferen, dat eigenlijk neerkomt op zelfmoord op verzoek. Apocalyps Now en Se7en blijven voor mij daardoor sombere films die geen hoop geven, heel anders dan in Schuld en Boete dat wéll naar een uitweg wijst uit de duivelse logica waarin de moordenaar gevangen zit.

Het verhaal is u waarschijnlijk welbekend: rechercheur Somerset (Morgan Freeman) wordt tijdens zijn laatste week opgezadeld met een jongere collega die hem zal opvolgen, David Mills (Brad Pitt). Wat mooi is aan het team van deze film, is dat ze de gemeenplaatsen overstijgen. Ik bedoel, een white cop, black cop team, dat is toch een huizenhoog cliché? Maar hier hebben de twee flikken het niet zo voor elkaar, ze verschillen als dag en nacht: Somerset is een bedaarde intellectueel die met een sombere blik (Freeman op z„n best) door het leven stapt. Hij heeft alles al gezien, en aanvaard, hoewel het hem niet bevalt. Mills is een gretige jonge hond, niet al te slim, die denkt de wereld te kunnen verbeteren. Deze twee zijn blank en zwart in meer dan één betekenis.
 
Bron: digg.be

sevenmovie.com