Er stond een filosofisch stukje in Trouw over Oud en Nieuw. Aan drie wijsgeren uit het filosofisch elftal werden de volgende vragen voorgelegd: Heeft het zin om goede voornemens te maken? Kan een mens een nieuw begin maken? Of zijn we gedoemd tot de eeuwige wederkeer van hetzelfde? Een van de spelers uit het filosofisch elftal is de rechtsfilosoof Andreas Kinneging. Na een onfortuinlijke flirt tussen Geert Wilders en zijn compaan Bart-Jan Spruyt van de conservatieve denktank Edmond Burke Stichting heb ik Andreas nog steeds hoog zitten.
Kinneging haalt Aristoteles erbij. Deze noemt de mens een gewoontedier. Want wanneer we eenmaal goede of slechte gewoonten hebben eigengemaakt, komen we daar niet snel van af, want éthos (gewoonte) wordt èthos (karakter). “Er is niets gemakkelijker dan te stoppen met roken”, zei Mark Twain. “Ik heb het al honderd keer gedaan.”
Als conservatief wijst hij op het betrekkelijke van “Nieuw” :
Ook geloof ik dat het goed is mensen de kans te geven om terug te keren op hun schreden. Het is een teken van beschaving dat als iemand berouw heeft over zijn gedrag je tegen zo iemand kan zeggen dat hij opnieuw kan beginnen, en dat er vergeving kan volgen.

Het Christelijk geloof gaat nog verder dan de humanistische levensbeschouwing van Kinneging. Vergeving is niet “een teken van beschaving”, maar iets waar ons leven vanafhangt. Nogmaals en nogmaals, zeven maal zeventig… Vergeving ( én gebed, want zonder God’s hulp gaat het niet ) is een postitieve “eeuwige wederkeer van hetzelfde” omdat zij paradoxaal genoeg in de voortdurende herhaling wéll tot iets Nieuws in staat is.
( … ) Hobbes gaat uit van een denkbeeldige natuurtoestand. Dit is een situatie waarin iedereen totaal vrij is omdat er geen interferentie van wetten is, maar waar de mens elke dag de dood vreest. Het is een toestand van oorlog van allen tegen allen: ‘homo homini lupus’ (‘de mens is voor zijn medemens een wolf’). Door geweld toe te passen kunnen mensen zich verrijken zonder zelf arbeid te hoeven verrichten. Mensen lopen dus altijd het gevaar dat anderen zich met geweld meester maken van hun producten, of dat anderen ze tot slaaf maken of zelfs doden. Door zelf sterker te zijn dan vijanden kan dat gevaar worden afgewend. Maar volgens Hobbes ontlopen mensen elkaar weinig in fysieke kracht, en ook zwakken zijn door list en bedrog in staat om van een sterkere te winnen. Zo ontstaat de natuurlijke toestand van de mens: een ononderbroken oorlog van allen tegen allen. Deze toestand wordt beëindigd doordat de mens streeft naar zelfbehoud. Hobbes meende dat mensen uit zelfbehoud bereid zijn om af te zien van het recht op gebruik van geweld, mits de anderen dit ook doen. Vrede en veiligheid worden daardoor gewaarborgd. De enige manier waarop mensen gelijktijdig afstand kunnen doen van geweldsmiddelen is door deze over te dragen aan een superieure macht. Hobbes noemt die macht 













