Categorie archief: 16e eeuw

hier sta ik en ik kan niet anders

gezien met Michaela op DVD: Luther (2003)

Luther DVDIn onze beeldvorming over historische personen worden we vaak gemanipuleerd door geconstrueerde mythen. Maarten Luther (1483-1546) is een van de meest invloedrijke personen uit de geschiedenis en zijn mythe is het verhaal van één man die de macht van de Kerk brak, die wees op onze persoonlijke relatie met God en die Europa voor bijna 150 jaar in rep en roer zette. Voor de post-christelijke eenentwintigste eeuwer is de mythe van Luther vooral het verhaal geworden van het individu dat met succes in opstand komt tegen de autoriteit. Waar Erasmus diplomatiek bleef, stelde Luther zich compromisloos op tegenover de kerk van Rome.

De film Luther uit 2003 probeert weer eens het ware verhaal te vertellen. Omdat het Amerikaanse Thrivent Financial for Lutherans deze film voor een belangrijk deel gefinancieerd heeft, weten we bij voorbaat dat we een ingekleurd beeld te zien krijgen. Luther is een biopic over de grote kerkhervormer gezien door de ogen van zijn eenentwintigste eeuwse erfgenamen. Toch lijkt de film objectief omdat de gangbare visie verkondigd wordt: de katholieke kerk is een corrupt machtsinstituut geworden dat de massa uitbuit en arm houdt. Het individu, vertegenwoordigd door Luther, komt daar terecht tegen in opstand. Deze schijn van objectiviteit is er omdat Luther 500 jaar later de wereld aan zijn kant gekregen heeft. Dat was 90 jaar geleden en 400 jaar na de Rijksdag in Worms (1521) nog wel anders. Katholieken en protestanten leefden toen nog in twee werelden. Zo kun je in het katholieke Beknopte Handboek der Kerkgeschiedenis uit 1924 bijvoorbeeld lezen:

De onevenwichtigheid van zijn zielenleven openbaarde zich ook in zijn zelfverheffing en eigenwijsheid, waardoor hij zich boven allen plaatste in zijn hevig opbruisende toorn

Beknopt Handboek der Kerkgeschiedenis
( W. Nolet, 1924 )

95 stellingenIn feite is deze uitspraak een demonisering van Luther‘s persoon, aangezien zelfverheffing en oplaaiende woede de eigenschappen van Lucifer zijn. In de film zien we uiteraard een compleet ander beeld. Luther ontsteekt in zijn monnikscel soms wel in toorn, maar deze woede is een heilige verontwaardiging tegenover de verleidingen van de duivel. Luther‘s ware gezicht is dat van de devote monnik, die weet dat hij alleen in de nederigheid zijn God kan vinden. Joseph Fiennes speelt de rol van Luther met grote onschuldige ‘hier sta ik en ik kan niet anders’ ogen. Hij is intens verdrietig maar ook furieus wanneer hij ziet dat de boeren voor het gewelddadige verzet kiezen. Kortom, Luther heeft alles wat een charismatische strijder tegen het onrecht eigen is. Net als Mahatma Gandhi, Martin Luther (!) King en Nelson Mandela is hij boven alles een vredestichter. Of Luther in werkelijkheid was zoals hij in deze film wordt neergezet, valt te betwijfelen. Wel wordt duidelijk hoe groot en corrupt de macht van Rome vijfhonderd jaar geleden was. De verwerpelijke aflatenhandel als het duidelijkste voorbeeld van dat machtsmisbruik, werd toen gelukkig openlijk bestreden vanuit het moedige geweten van één Augustijner monnik. Met alle gevolgen vandien…

luther.de/nl | de 95 stellingen

meesterlijk tekenaar & graveur

gekocht: museumcatalogus over Hendrick Goltzius
Tekeningen, prenten en schilderijen

museumcatalogus Hendrick GoltziusAl eerder schreef ik iets over een methode om dure kunstboeken te verzamelen tegen een derde van de prijs: geduld. Na ongeveer vijf jaar verramsjt Uitgeverij Waanders, dé uitgever van museumcatalogi in Nederland, een deel van haar slechtlopende boeken. Daar zitten vaak juwelen tussen, want wat het grote publiek niet koopt, is zeker niet altijd oninteressant. In september kocht ik bijvoorbeeld de catalogus bij de tentoonstelling over Venetiaanse prenten (2003). Woensdag kreeg ik de catalogus over Hendrick Goltzius in huis die in datzelfde jaar verscheen bij een tentoonstelling van zijn oeuvre in het Rijksmuseum en het Metropolitan Museum. Het is een schitterend boek dat normaal € 58,90 kost en nu verramsjt wordt voor € 19,90.

Hendrick Goltzius verdient veel meer aandacht in ons land. Net als Frans Hals was hij een van de vele immigranten die zich tegen het einde van de zestiende eeuw in Haarlem hadden gevestigd. Hals kwam uit Antwerpen en bracht zijn zuidelijke zwier mee naar de Spaarnestad, Goltzius kwam uit Mülbracht en bracht uit Duitsland een virtuoze precisie mee die aan Albrecht Dürer herinnert. Als Hals, Rembrandt en Vermeer ‘de grote drie’ uit de zeventiende eeuw zijn, dan behoort Hendrick Goltzius wat mij betreft met Jeroen Bosch en Pieter Breughel tot ‘de grote drie’ van de zestiende eeuw. In 1600 toen hij al 42 was, begon hij pas te schilderen, maar evenaarde in zijn schilderijen tot aan zijn dood in 1617 niet het niveau van zijn tekeningen en gravures uit de zestiende eeuw. Daarom zal hij vooral als graficus bekend blijven. Het is een gemiste kans dat er dit jaar geen postzegel is verschenen ter gelegenheid van zijn 450e geboortedag. Hopelijk komt deze er over negen jaar alsnog bij zijn 400e sterfdag.

Hendrick Goltzius was in zijn tijd een internationale beroemdheid. Het meest bekend is hij als maker van maniëristische prenten met gedurfde composities en naakte figuren in elegante houdingen, uitgevoerd in een nieuwe graveertechniek. Behalve als een van de belangrijkste prentmakers geldt Goltzius ook als een van Nederlands beste en meest veelzijdige tekenaars. Pas op latere leeftijd begon hij met schilderen en ook deze werken getuigen van zijn grote talent. Dit is de eerste monografie die zowel werken op papier als schilderijen van Goltzius belicht.
 
Bron: ramsjkrant.nl

Hendrick Goltzius (1558 – 1617) werd geboren in het Duitse Mülbracht (tegenwoordig Bracht) bij Venlo. In 1577 volgde hij de humanistische duizendpoot Dirck Volkertsz. Coornhert, bij wie hij in de leer was, naar Haarlem. In zijn eerste jaren als kunstenaar was hij vooral graveur, eerst naar werken van anderen en daarna in zijn eigen maniëristische stijl, beïnvloed door Bartholomeus Spranger. Samen met Cornelis van Haarlem en Carel van Mander vormde hij een soort Haarlems driemanschap van het maniërisme. Na een reis naar Italiëging hij in een soberder trant graveren. Als graveur muntte hij uit in technische vaardigheid. Omstreeks 1600 begon hij te schilderen. Hij was vooral goed in portretten hoewel hij ook grotere figuurstukken heeft geschilderd.

Bron: nl.wikipedia.org

meester van de lijn | Goltzius [ wga.hu ]

Venetiaanse prenten [ 1 ]

gekocht de tentoonstellingscatalogus: De eeuw van Titiaan
door Gert Jan van der Sman e.a.

De eeuw van TitiaanDe prentkunst maakte in de 16e eeuw een enorme ontwikkeling door en het belang daarvan voor de schilderkunst is moeilijk te onderschatten. Zo hoefde Rembrandt nooit een reis naar Italiëte ondernemen omdat er in zijn tijd een levendige handel in prenten bestond. Hij kon daarom Caravaggio leren ‘kennen’ zonder ooit een schilderij van hem te hebben gezien. Het boek behandelt de periode 1470-1580 waarin aanvankelijk Andrea Mantegna en Albrecht Dürer een grote rol spelen, terwijl in de zestiende eeuw Venetië uitgroeit tot het kloppend hart van de prent- en schilderkunst. De grote Venetiaanse schilder Titiaan (1487 – 1576) bereikte zo’ n hoge leeftijd, dat we kunnen spreken over De eeuw van Titiaan.

De tentoonstellingscatalogus is afgeprijsd van € 34,95 naar € 12,50 (gebonden editie).

Venetiëbehoort in de vijftiende en zestiende eeuw tot de belangrijkste centra van prentproductie in Europa. Na een aarzelend begin komt de graveerkunst al snel tot grote bloei, vooral onder impuls van Andrea Mantegna en Albrecht Dürer. Vanaf 1505-10 richten twee van de meest beroemde Venetiaanse kunstenaars hun aandacht op de grafiek: Giorgione en Titiaan, die op hun beurt invloed uitoefenen op andere kunstenaars. Rond het midden van de zestiende eeuw dient zich een nieuwe generatie peintres-graveurs aan, onder wie Andrea Schiavone en Battista Franco. Tenslotte leveren ook de Venetiaanse prentuitgevers een originele bijdrage aan de ontwikkeling van de Europese prentkunst. Zij brengen in heel Europa prenten in omloop die een combinatie tonen van elementen uit de elitecultuur én uit de volkscultuur. De eeuw van Titiaan geeft een rijk en levendig beeld van de grafische kunsten in Venetiëgedurende de periode 1470-1580, waarbij werken in verschillende technieken (gravures, etsen, houtsneden, pentekeningen) naast elkaar worden getoond.
 
Bron: nnbh.com

Ugo da CarpiClair-obscur houtsnede
Een clair-obscur houtsnede werd gemaakt met behulp van meerdere blokken – één voor de tekening en één, twee of drie voor de kleurnuances – die na en over elkaar op een vel papier worden afgedrukt. De kleur van het papier (doorgaans wit, maar lang niet altijd) speelt eveneens een rol. Zo ontstaan verschillende gradaties van licht en donker. Ugo da Carpi liet het in 1515 voorkomen alsof hij de techniek had uitgevonden, maar het procédé werd in de beeldende kunst voor het eerst in Duitsland toegepast in 1508 door de in Augsburg werkzame schilder en graveur Hans Burgkmair.

Bron: nga.nu

De eeuw van Titiaan [ramsjkrant.nl]

verwrongen bloteriken [2]

Op 27 juni schreef ik hier iets over het maniërisme. Vaak zijn maniëristische schilderijen displays die tot de nok toe gevuld zijn met bodybuilders in allerlei krampachtige houdingen. In de tweede helft van de zestiende eeuw was men daar dol op.

Laatste Oordeel
Michelangelo, Het Laatste Oordeel
in de Sixtijnse kapel (1535-1541) Hoewel Michelangelo tot de hoog-Renaissance behoort, laat hij zich hier zien als zijn eigen navolger, als een maniërist dus.

Met verwonderinghe van al de Weerelt
Doe begaf hy hem voorts te dienen Paus Paulus de derde, voldoende met grooter vlijt het Oordeel, in welck hy eyghentlijck met een groote manier heeft ghelet op de naeckten, te weten, op de schoonheyt, volcomen proportie, en ghestaltenissen der Menschen lichamen, op alderley actituden, hier in allen anderen overtreffende, latende aen d’een sijde de vroylijcke coloreringhe, en ander duysent aerdicheden, die ander Schilders tot vermakelijcken welstandt ghebruycken, en oock eenige gracelijcke inventie in’t ordineren zijnder Historie. (…)
Acht Iaren pijnichde hem Michel Agnolo dit werck te voldoen, het welck van verre en van by hem wel wil laten sien, sonder eenighen welstant te verliesen, en is geweest gheretorqueert, en met artseringen in de diepselen seer net voldaen, niet alleen onder, daer men by can, maer boven in’t opperste, daer ick eens met een langhe leere by gheclommen ben, daer eenen ganck is met yseren leningen. Dit werck worde voldaen, en ontdeckt, Ao. 1541. (ick meen) op eenen Kerstdagh, met verwonderinghe niet alleen van Room, maer van al de Weerelt.

Karel van Mander in zijn Schilderboeck over het Laatste Oordeel van Michelangelo

Grote voorbeeld voor de maniëristen was Michelangelo. Wanneer we de vita lezen van de maniërist Giorgio Vasari valt onmiddellijk op hoeveel bladzijden hij nodig heeft om Michelangelo als een god de hemel in te prijzen. Het genie van Michelangelo had de wereld laten zien dat het menselijk een ruimtelijke vorm is. Net zoals in een 3D-programma ging men de figuren in allerlei posen om de 3 assen draaien. Men maakte er een sport van om het lichaam in een zgn. ‘verkort’ af te beelden.

Het maniërisme werd in de Lage Landen vooral in Haarlem uitgeoefend door Karel van Mander, Hendrick Goltzius en Cornelis Cornelisz. De eerste is tegenwoordig bekender om zijn Schilderboeck, dan om zijn schilderijen. Net als Vasari heeft hij de leven beschreven van schilders. De Haarlemse maniëristen stonden onder invloed van Bartholomeus Spranger uit Antwerpen die met veel succes de maniëristische stijl aan het Praagse hof had geïntroduceerd.

Wtewael
Joachim Wtewael, de zondvloed (1592)
Bloot en beweeglijk: exemplarisch voor het maniërisme.
Joachim Wtewael blonk uit in voorstellingen van mini-formaat waarin nochtans talloze figuren optreden. Deze schilderde hij op een ondergrond van koper dat volkomen glad gepolijst een grote detaillering toeliet. De stevigheid van het materiaal garandeerde bovendien dat de verflaag intact zou blijven. Wie nog twijfels heeft ten aanzien van Wtewaels kwaliteiten zal die beslist moeten laten varen bij het zien van een werk als het „Godenbanket„ dat zich tegenwoordig in een Londense privéverzameling bevindt. Het tafereel van krap vijftien bij twintig centimeter heeft niet echt een pointe, maar barst bijkans van virtuositeit.
 
Recentelijk heeft een belangrijk museum in Amerika maar liefst vijftien miljoen gulden neergeteld voor zo„n minuscuul meesterstuk. Carel van Mander, die Wtewael persoonlijk gekend heeft en in de vroege zeventiende eeuw het eerste Nederlandse kunstgeschiedenisboek publiceerde, schreef dat dergelijke werkjes destijds al onbetaalbaar waren.
 
Bron: avro.nl/beeldenstorm

In Utrecht werkten vooral Joachim Wtewael en Abraham Bloemaert in de (laat-)maniëristische stijl. Deze laatste werkte in het begin van zijn carrière overigens in Gorinchem.

wat is maniërisme?

verwrongen bloteriken [1]

maniërisme in de Lage Landen

Laatst schreef ik hier iets over de Haarlemse maniërist Hendrick Goltzius. Op de prachtige en informatieve website van het Metropolitan Museum las ik gisteren een stukje over schilders uit de Lage Landen die in de 16e eeuw de Renaissance uit Italiënaar het Noorden brachten. Tot de eerste generatie van deze kunstenaars die de Renaissance hier introduceerden behoorden Jan Gossaert (Mabuse), (1478/88-1532), Lucas van Leyden (1494-1533) Jan van Schoorl (1495-1562) en Maarten van Heemskerck (1498-1574). Vooral de stijl van de laatste is sterk beinvloed door het maniërisme dat na 1525 in de mode is gekomen en daarna een zwaar stempel gedrukt heeft op de zestiende eeuwse schilderkunst.

Cornelis Cornelisz. van Haarlem
Cornelis Cornelisz. van Haarlem 1588
Val van de Titanen. De bloteriken worden als gekleurde hagel op een boterham gestrooid.

In Nederland kwam het maniërisme tot een hoogtepunt in de Haarlemse School. Hiertoe behoorden Cornelis Cornelisz. van Haarlem (1562-1638), Karel van Mander (1548-1606) en eerder genoemde Hendrick Goltzius (1558-1616). Het werk van Bartholomeus Spranger (1546-1611) vormde voor hen een enorme bron van inspiratie.

In the sixteenth century, Rome was the cradle and capital of Western civilization. It attracted painters, engravers, and sculptors from throughout Europe, especially the Netherlands and northern France. Rome’s principal attractions were its classical ruins, works by contemporary masters like Raphael and Michelangelo, and patronage from local aristocracy and the Roman Catholic Church. Important painters from the Netherlands who made the journey and stayed in the city (often for years, sometimes decades) were: Jan Gossaert, Jan van Scorel, Pieter Coecke van Aelst, Maarten van Heemskerck, Bartholomeus Spranger, Dionijs Calvaert, and Paul Bril. They were accompanied by sculptors, including Niccolò Pippi from Arras, Gillis van den Vliete, Jacques Du Broeucq, and his pupil Jean Boulogne (Giambologna). Among the engravers were Cornelis Cort, Aegidius Sadeler, and Hendrick Goltzius. Eagerly absorbing the available Roman culture, these artists also had an intensive interaction with, and left an imprint of their own, on the cultural scene of the Italian metropolis.
 
Bron: metmuseum.org

Op de site van het Metropolitan Museum kun je verschillende prenten met een interactief vergrootglas bekijken, zoals een mooie gewassen tekening van Bartholomeus Spranger of de vier beroemde gravures uit de serie Tantalus, Icarus, Phaeton en Ixion van Hendrick Goltzius.

Goltzius
Hendrick Goltzius 1588
uit de serie Tantalus, Icarus, Phaeton en Ixion. Zoek deze figuur op het schilderij van Cornelis Cornelisz.

maniërisme
De term ‘maniërisme’ wordt gebruikt voor de periode in de kunstgeschiedenis die volgt na de Renaissance. Rond 1520 streefde een aantal Italiaanse kunstenaars ernaar hun voorgangers – beroemde meesters als Rafael en Michelangelo – te evenaren. Sommigen probeerden bepaalde aspecten van de stijl (de manier, ‘maniera’) van deze kunstenaars te overtreffen. Zij keken bijvoorbeeld naar de gespierde lichamen en ingewikkelde houdingen in Michelangelo’s Sixtijnse kapel en deden daar nog een schepje bovenop. Lichamen met overdreven proporties en sterke draaiingen waren het resultaat. De ‘maniera’ van deze kunstenaars werd hierdoor een doel op zich, bijna een ‘maniertje’. Later werd deze kunst daarom wel ‘maniërisme’ genoemd.
 
Bron: rijksmuseum.nl

Northern Mannerism in the Early Sixteenth Century | Mannerism in Italy

monument voor een dode man

gelezen: Metabletica van God van J.H.van den Berg

Metabletica van GodIn het boek Metabletica van God van J.H.van den Berg, staat een passage over de bouw van de nieuwe Sint Pieter in Rome (1506-1626) Om deze kolos te kunnen bouwen, moest eerst de Constantijnse basiliek worden gesloopt. Deze was gebouwd op de plaats waar de beenderen van Petrus lagen en stond er al vanaf 324, op dat moment dus al bijna 1200 jaar. Paus Julius II stelde Donato Bramante aan als bouwmeester en deze begon eerst als een waanzinnige te slopen. Wat onmiddellijk opvalt bij het ontwerp van Bramante, is dat hij centraalbouw voor ogen had. De nieuwe Sint Pieter zou het grondplan krijgen van een Grieks kruis (een kruis met gelijke armen). In tegenstelling met de oude basilicavorm zou er dus geen langwerpig schip meer zijn.

Bramante plattegrond
het ontwerp van Bramante met het grondplan van een Grieks kruis

Eigenlijk was Bramante’s ontwerp een ontwerp voor een grafkerk. Dit moment in de geschiedenis van de Kerk is niet zonder betekenis. De oude basiliek was nog verbonden met het vroege christendom, de nieuwe Sint Pieter werd een barokkerk in de geest van de contrareformatie, eerder een overrompelende moloch met theatrale effecten dan een ingetogen godshuis. Maar het contrast met de oude basiliek is volgens J.H. van den Berg nog groter: De basiliek was een sacrale ruimte die leidde naar het altaar van de Opgestane Heer, de nieuwe Sint Pieter was een monument voor een dode man.

basiliek van Constantijn tekening

de basiliek van Constantijn, 324-1506
De eerste Sint-Pieter werd gebouwd door Keizer Constantijn in 324, maar dit gebouw was tegen de zestiende eeuw in een zeer slechte staat. Paus Nicolaas V liet Bernardo Rossellino het gebouw opknappen, maar de pogingen werden al gauw gestaakt. In 1506 werd de oude basilica gesloopt en een nieuwe kerk ontworpen voor Paus Julius II. Na Bramante’s oorspronkelijke ontwerp, gebaseerd op het Griekse kruis, worden door de daaropvolgende hoofdarchitecten grotere en kleine veranderingen doorgevoerd. Wanneer Bramante sterft zijn slechts de funderingen voor het koor gelegd, en onder Rafaël’s leiding wordt het geheel weer gesloopt en opnieuw opgebouwd. Het schip wordt in zijn ontwerpen verlengd, waardoor alsnog een Latijns kruis ontstaat als grondvorm. De volgende bouwleider was Antonio de Sangallo, die voortborduurde op Rafaël’s ontwerp, maar desondanks een gedeelte van de kerk weer liet slopen. Als Sangallo in 1546 overlijdt, is men net begonnen met de absis en de bogen die de grote koepel zullen ondersteunen. Voor de vierde keer echter wordt de basiliek ontmanteld, wanneer Michelangelo de bouw overneemt. Hij gebruikt Bramante’s bouwtekeningen en bouwt de kerk in de vorm van een Grieks kruis. Het schip werd in 1615 alsnog uitgebreid door de architect Carlo Maderno, omdat de kerk groter moest worden dan oorspronkelijk gepland. Na deze verlenging is het schip veertig meter lang. Veel van de interne decoraties, waaronder het reusachtige baldakijn onder de koepel, zijn gemaakt door de Italiaan Bernini, die ook elders in Rome veel sporen heeft nagelaten. Momenteel bevinden zich in de Sint-Pieter 395 beelden, 44 altaren en 135 mozaïeken. De Sint-Pieter heeft een oppervlakte van 23.000 vierkante meter, en biedt ruimte aan ongeveer 50.000 mensen.
 
Bron: nl.wikipedia.org

De bouwgeschiedenis van de Sint Pieter was zeer bewogen. Na Bramante werd Raphael aangesteld als architect en hij wijzigde het ontwerp ingrijpend. Omdat de kardinalen graag processies wilden, bepleitten zij een kerk met een schip. Raphael werd opgevolgd door de architecten Sangallo en Michelangelo. Deze laatste ontwierp niet alleen de imposante koepel, maar ging ook weer zoveel mogelijk terug naar het oorspronkelijke ontwerp van Bramante, zodat het schip weer kwam te vervallen. Na zijn dood werd hij opgevolgd door Fontana, mar het was onder Maderna dat de nieuwe Sint Pieter zijn uiteindelijke gestaalte kreeg.

plattegrond Sint Pieter
het uiteindelijke grondplan van Maderna
Sint Pieter
de basiliek Het complete verhaal over het meest kostbare bouwwerk aller tijden. James-Charles Noonan vertelt in De Basiliek over de zeventien eeuwen omspannende geschiedenis van de unieke cultuurschat die het hart vormt van de machtigste kerk ter wereld.
 
Noonan vertelt over de oude Sint-Pieter – door Constantijn in de vierde eeuw gebouwd – en de nieuwe Sint Pieter, verrezen in de zestiende eeuw en gefinancierd met de door Luther zo gehate aflaten. Hij beschrijft niet alleen de zeventien eeuwen durende geschiedenis van het bouwwerk en zijn wonderbaarlijke archtitectonische eigenschappen, maar ook degenen die de bouw mogelijk maakten.
 

de oude basiliek van Constantijn | Sint-Pietersbasiliek | plattegrond van de Sint Pieter