Categorie archief: religie

kan ik dat echt? [ 2 ]

gelezen: jezelf aanvaarden, durven leven vanuit geloof
door Romano Guardini
Wie werkelijk nadenkt, moet leren door de schijn van de vanzelfsprekendheid heen te dringen en in de diepte te duiken die daaronder verscholen ligt.
Laten we een waarheid van die aard onder ogen zien – die waarheid namelijk die ons het meest raakt: dat ik degene ben die ik nu eenmaal ben – dat ieder van ons zichzelf is.
We drukken deze waarheid uit met de zin: “Ik ben voor mijzelf datgene wat zonder meer gegeven is.” Ik ben datgene waarvan het voor mij zonder meer vanzelfsprekend is dat het bestaat; dat de voorwaarde vormt voor de rest; datgene waarop ik alles betrek en van waaruit ik alles benader.
Inderdaad, bij alles veronderstel ik mezelf al. Elke uitspraak die ik doe, bevat het woord “ik”, of het nu duidelijk uitgesproken wordt of in de uitspraak is inbegrepen. Elke daad die ik stel, wordt door “mij” gedragen. Wat er in mijn leven gebeurt, raakt “mij”. Ik ben er altijd bij: direct, door direct te handelen, iemand te ontmoeten of ergens invloed op uit te oefenen – of indirect doordat “mijn” omgeving, “mijn” land, “mijn” wereld daarbij betrokken is.
Ik kan mij daarbij steeds verder van mijn directe ik verwijderen. Er werd gesproken van een “omgeving”, “land”, “wereld”, maar dit houdt altijd verband met mij: het gaat over de omgeving die mij omringt, het land waarin ik woon, de wereld tot dewelke ik behoor. Ik kan proberen boven mijzelf uit te stijgen en over dingen te spreken alsof ik niet bestond. Dat is uitstekend: een oefening van de geest om bekwaam te worden zichzelf buiten beschouwing te laten. De verbinding blijft niettemin bestaan, want steeds weer ben ik het toch die probeer op die manier boven mijzelf uit te stijgen – nog helemaal afgezien van het feit dat ik mezelf daarbij toch meeneem en dat elke blik die ik op iets richt, hoe eenvoudig hij ook is, mezelf bevat.

Romano GuardiniIn dit opmerkelijke boekje stelt Romano Guardini de vraag naar de oorsprong, het begin van de mens, niet historisch, maar existentieel. En hij ontdekt: ik ben er, ik heb mijn leven van ergens anders ontvangen. Dat houdt een enorme opgave in: te aanvaarden dat ik er ben, dat ik ben zoals ik ben, en dat ik een bedoeling heb. Op zeer indringende wijze spreekt Guardini daarbij over de angst die een mens kan overvallen, wanneer hij voor de vraag naar de aanvaarding van zijn bestaan staat.

Romano Guardini ( 1885 – 1968 )

fout!

Wat niet goed is wordt niet langer kwaad genoemd, want dat klinkt te abstract, te moralistisch, het riekt naar metafysica. ‘Wat dat betreft zijn we allemaal enorme relativisten, ervan doordrongen dat dit subjectieve waarden zijn, voor jou weer anders dan voor mij. Dat erken ik ook wel, maar ik denk alleen dat onze morele begrippen afglijden. Wat niet goed is, wordt tegenwoordig ‘fout’ genoemd. Dat is een devaluatie van het begrip goedheid. ‘Fout’ klinkt zoveel milder dan ‘kwaad’ of ‘slecht’. Het woord is ook verbonden met het uiterlijk: we hebben het over ‘een fout pak’. De term wekt de suggestie dat een morele categorie te maken heeft met imago, dat er iets te herstellen valt met een jasje dat beter afkleedt. Die vervlakking van begrippen komt ook door de snelheid waarmee we oordelen.
Schrijfster Désanne van Brederode in Filosofie Magazine

Met het wegvallen van de christelijke religie als bindend normen en waardensysteem zijn in onze postmoderne tijd de begrippen ‘goed’ en ‘kwaad’ problematisch geworden. Vaak wordt het denken in de tegenstelling goed en kwaad gelijkgeschakeld met denken in zwart en wit. Dat is een al te gemakzuchtige visie. Denken in termen van goed en kwaad kan ongenuanceerd zijn, maar niet denken in termen van goed en kwaad kan ook ongenuanceerd zijn. Je komt de grijzen pas tegen als je licht en donker wilt waarnemen.

De visie die denken in termen van goed en kwaad verwerpt, wordt voortgebracht door een verkrampt relativisme waarin ‘goed’ en ‘kwaad’ per definitie inwisselbaar moeten zijn. Het enige absolute kwaad dat dit verkrampte relativisme nog toelaat, is het gezicht van fascisme en rascisme. Decennialang kon je alleen door deze woorden te gebruiken een (politieke) tegenstander demoniseren en elk serieus debat lamleggen.

Relativisme is een (beschermings)mechanisme om ons te behoeden voor totalitair denken. We moeten ons geestelijke onderscheidingsvermogen ontwikkelen door het waarnemen van de grijzen om ons heen. Maar het clair-obscur van goed en kwaad hebben we uiteindelijk wel nodig om die grijzen te kunnen waarnemen. Vanuit onszelf zijn we niet in staat een ethiek te ontwikkelen, want ons bestaan wordt ons geopenbaard in een morele dimensie, in een clair-obscur van goed en kwaad denken en handelen.

Een relativisme dat zich hiervoor afsluit, brengt ons helemaal niet bij de nuance, maar maakt ons juist geestelijk blind. Vergelijk het met een virus dat het verdedigingssysteem van het lichaam aanvalt. Wanneer dit eenmaal gesaboteerd is, kan een verkoudheid al fataal worden. Wanneer we onszelf door een krampachtig relativisme laten opleggen dat denken in termen van goed en kwaad verkeerd is, dan verdedigen we onze ziel niet goed en kunnen er vervolgens allerlei gedachten binnendringen die onze ziel schaden. Bovendien hebben we dan geen geestelijk kompas meer in huis om richting te kiezen in de morele dimensie van ons bestaan.

binnenkant

Dinsdag keerde Ayaan Hirsi Ali terug in de Tweede Kamer. Dagblad Trouw schreef daar afgelopen woensdag o.a. het volgende over:

Steeds meer VVD’ers vinden dat de toon en strijdwijze van Hirsi Ali niet past bij de liberale traditie ten aanzien van godsdienst. Belangrijkste zegsman van deze groep is oud-partijleider Wiegel die vindt dat Hirsi Ali zich voor een liberaal ‘ongepast’ uitlaat over de islam. Herhaaldelijk stelde zij gisteren dat zij moslims niet hun geloof wil afnemen. ,,Het gaat me om een beperkt aantal beginselen dat in strijd is met de liberale democratie en dat ik aan de kaak wil stellen. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de onderdrukking van vrouwen, het ontbreken van gewetensvrijheid, geen scheiding tussen kerk en staat en het doden van ongelovigen en afvalligen. Moslims mogen die opvattingen hebben zolang zij daar maar niet naar handelen. Vrouwen mogen kortom niet het slachtoffer worden van eerwraak en mogen niet geslagen worden omdat God dat zo zegt.” Hirsi Ali schuift daarmee in de richting van haar fractievoorzitter Van Aartsen. Hij zei maandag in een toespraak in Groningen dat politici niet geïnteresseerd moeten zijn in de ‘binnenkant’ van godsdiensten. ,,We moeten ons beperken tot de buitenkant: alleen het gedrag en de woorden die tot dat gedrag aanzetten.”

Ik vraag mij af waar de slagvaardigheid van de politiek ligt als deze zich niet met de binnenkant van een maatschappelijk probleem zou mogen bemoeien. Als de huisarts je doorverwijst voor diagnose, dan zeg je toch ook niet dat hij zich maar tot de buitenkant moet beperken. Maatschappelijke problemen vinden hun oorzaak aan de binnenkant en een politica als Hirsi Ali toont de moed en de daadkracht dit te onderzoeken. Voor sommige VVD’ers lijkt daarmee afstand te worden gedaan van “de scheiding tussen Kerk en Staat”. Maar uiteindelijk is die scheiding een politieke idee en zeker niet onaantastbaar. Maatschappelijk leven en religie horen bij elkaar zoals de buitenkant van ons lichaam bij de binnenkant hoort. Dat politieke levensovertuigingen als liberalisme en socialisme het daar niet mee eens zijn, verandert daar niets aan.

Hirsi Ali door in liberale traditie [ Trouw.nl ]