“Rel in VS over artikel islam” kopt het Nederlands Dagblad vandaag op de voorpagina. Verderop in de krant is een Nederlandse vertaling te lezen van het artikel van de baptistenpredikant Willis E. Elliott dat door de Washington Post geweigerd is. Amerikaanse websites, waaronder pajamasmedia.com, die voor de vrijheid van meningsuiting willen opkomen, hebben het artikel van Elliott daarna integraal geplaatst.
Willis E. Elliott
Bron: pajamasmedia.com
The True Islamophobia at the Washington Post | Nederlands Dagblad
Willis E. Elliott On Faith [ Washington Post ]
De representaties van een prettig leven op aarde, die de reclame voorschotelt, ontmaskeren we bij voorbaat als leugens. De reclame komt de consument in zijn wantrouwen tegemoet. Als overtuigen niet meer werkt, dan moet het maar over een andere boeg gegooid worden. Met aanstekelijk amusement. Als je met een grappig spotje de kijkers voor de buis kunt krijgen, heb je als merk toch weer credits opgebouwd. ‘O ja, die verzekeringsmaatschappij met dat gave spotje!’ (…maar welke verzekeringsmaatschappij was het nou?) Met humor lijk je alles te kunnen verkopen. Zelfs de Belastingdienst probeert het, maar kan daarin niet te ver gaan, omdat ze het nu eenmaal niet leuker kan maken. Ook de dominee weet dat hij het niet leuker kan maken. Je kunt preken als een getalenteerde verkoper, maar als je waarschuwt over de gevaren op de geestelijke weg, kun je die gevaren niet gaan opleuken. Alleen degenen die deze gevaren erkennen, zullen de boodschap dan nog willen horen en blijven zitten.

De polarisatie van Hegel‘s volgelingen in twee kampen, een behoudende rechtervleugel, de Althegelianer , en een progressieve linkervleugel, de Junghegelianer, ontstaat met een controverse in het midden van de jaren dertig. Aanleiding van deze controverse is Das Leben Jesu uit 1835 van de 27-jarige David Friedrich Strauss. In dit boek zet Strauss de tradionele christologie op losse schroeven en dat veroorzaakt in Duitsland grote commotie .
David Friedrich Strauß studierte ab 1825 Theologie am Evangelischen Stift zu Tübingen. 1830 wurde er Vikar und 1831 Professoratsverweser am Seminar zu Maulbronn; er ging aber noch ein halbes Jahr an die Universität zu Berlin, um Georg Wilhelm Friedrich Hegel und Friedrich Daniel Ernst Schleiermacher zu hören. 1832 wurde er Repetent am Tübinger Stift und hielt zugleich philosophische Vorlesungen an der Universität.












