Categorie archief: religie

virtuele reis door de hel [1]

deze maand daal ik met Dante en Vergilius af in de hel

Na de Metamorphosen die Ovidius aan het begin van onze jaartelling in Rome schreef, neem ik een sprong van 13 eeuwen om te belanden in het Florence rond 1300. Het romeinse rijk is uiteengevallen en in het noorden van Italiëzijn een aantal stadstaatjes ontstaan waaronder Genua, Pisa, Sienna en Florence. Vooral in de laatste stad zal een eeuw later het humanisme zo gaan bloeien, dat we dan over de renacimiento spreken, de wedergeboorte van de Romeinse en Griekse Oudheid. Als Dante zijn meesterwerk schrijft, is het zover nog niet. Europa is nog doordrenkt van het Middeleeuwse christendom. Maar de antieke beschaving wordt in de Commedia al volop gereanimeerd. Zo is er niet alleen de Romeinse dichter Vergilius, de gids die hem door de hel leidt, Dante doorspekt zijn epos met tientallen personages uit de Oudheid. Alleen al in het limbo (de eerste kring) ontmoeten Dante en Vergilius een groep Griekse en Romeinse filosofen, wetenschappers en dichters waaronder Cicero, Euclides, Homerus en… Ovidius !

eerste pagina Divina Commedia
De eerste pagina uit La Divina Commedia

Ik ben de Metamorphosen en de Commedia (Divina is een toevoeging uit latere tijd) gaan lezen omdat ik ‘boeken die iedereen kent maar niemand gelezen heeft’ eigenlijk gewoon gelezen wil hebben. De Metamorphosen was dat betreft even wennen, bij de Commedia is het niet anders. We hebben een vrij uitvoerig notenapparaat nodig om de tekst nog te kunnen verstaan. Ovidius en Dante leefden in zo’ n totaal andere tijd dan de onze, dat we hun mens- en wereldbeeld moeten reconstrueren. Dat vind ik eigenlijk ook het boeiende van deze teksten: ze roepen niet alleen een andere wereld op, maar leggen ook een heel ander denken bloot. Bij het lezen van de Commedia is het daarom eigenlijk noodzakelijk om iets te weten over de cultuurfilosofische als de geopolitieke achtergronden van de tijd waarin Dante leefde. Anders blijft het een onverteerbaar boek. Makkelijk is een reis door de hel toch al niet.

Dante schreef in tegenstelling tot de meeste tijdgenoten niet in het Latijn maar in een Florentijns dialect waaruit het moderne Italiaans zich ontwikkeld heeft. De vorm is niet, zoals bij Ovidius, in hexameters (zes dactylen), maar in terzinen die als schakels met elkaar verbonden zijn: de eerste zin rijmt op de derde en de tweede op de eerste en derde van de volgende terzine. Door dit omarmende rijm ontstaat een keten van terzines.

Nel mezzo del cammin di nostra vita (A)
mi ritrovai per una selva oscura (B)
ché la diritta via era smarrita. (A)
Ahi quanto a dir qual era è cosa dura (B)
esta selva selvaggia e aspra e forte (C)
che nel pensier rinova la paura! (B)

Inferno, canto I: 1-6

“Halverwege mijn levensweg vond ik mijzelf terug in een donker woud…”

De Commedia is een gestructureerd episch gedicht: zoals bekend bestaat het uit drie delen getiteld Inferno (Hel), Purgatorio (Louteringsberg of Vagevuur) en Paradiso (Paradijs). Elk deel bevat 33 canti (“zangen”), van elk ongeveer 100 terzinen.
Inferno heeft nog een inleidende canto, waarmee het totale aantal op 100 komt.

Dante stelt zich de hel voor als een trechter die vlak onder het aardoppervlak breed begint en dan toeloopt naar het (ijskoude!) middelpunt der aarde, waar Lucifer zetelt. Hij onderscheidt negen kringen. Deze maand zal ik in negen stukjes telkens iets laten zien van wie en wat Dante en Vergilius in elk van de negen kringen telkens ontmoeten. Telkens ontmoetten ze grotere zonden en grotere zondaars.

Dante 1965
Dante op een postzegel uit Italië
bij zijn 700ste geboortedag in 1965

Ik vind het wel twijfelachtig dat Dante niet alleen historische personages, maar ook veel van zijn tijdgenoten in feite naar de hel wenste. Want door ze daar keurig op te bergen, maakte hij ze gelijk ook onsterfelijk in deze onfortuinlijke positie. Misschien was dat juist zijn genoegdoening tegenover degenen die hem uit Florence verbannen hadden en tegenover wie hij zoveel wrok koesterde. In welke kring plaatste Dante de wraakzuchtigen ook alweer? Het is maar goed, ook voor Dante zelf, dat het allemaal zijn eigen fantasie is.

Biografie | Dante Online | Dante on the Web | download de integrale tekst
nieuwe Dante-vertaling | la Divina Commedia in de cinema

hoofdzonden die nergens toe leiden

gisterenavond gezien op Net 5: Se7en (1995) van David Fincher

se7enDe geweldadige thriller is niet mijn favouriete genre. Maar als deze knap gemaakt is, dan kijk ik er toch naar. Dat was de reden om eindelijk eens Se7en te gaan zien, naast Pulp Fiction een van de meest bejubelde films van de jaren 90. Het is een donkere vette film met mooie rollen van Morgan Freeman als bedaarde rechercheur en Brad Pitt als agressieve jonge hond. Ze worden op een zaak gezet die leidt naar een gestoorde seriemoordenaar waardoor de thriller dicht het horrorgenre nadert. Maar David Fincher is spaarzaam met shockeffecten en gebruikt meer de suggestie en de dialogen om de gruwelijkheden ‘in beeld’ te brengen.

Zoals in elke betere thriller is het juist de psychologische laag die de film interessant maakt. De seriemoordenaar, genaamd John Doe (Pietje Huppeldepup), is geobsedeerd door de zeven hoofdzonden en gebruikt zijn moorden om te ‘preken’. De moorden komen met elkaar in verband te staan doordat er telkens bij het slachtoffer een van de hoofdzonden met grote letters geschreven is. Het eerste slachtoffer, een dikke man wordt gevonden met het woord ‘vraatzucht’, het tweede slachtoffer, een advocaat met het woord ‘hebzucht’. Later in de film zegt de moordenaar: „We zien elke dag een zonde gebeuren, maar we accepteren het. Omdat het normaal is. Omdat we het hebben aanvaard als de gang van zaken.„

Se7en
Rechercheur Sommerset en Mills in de schuilplaats van de seriemoordenaar

In vlagen doet deze John Doe mij denken aan kolonel Curtz uit Apocalyps Now, of aan Raskolnikov uit Crime and Punishment: ze hebben met elkaar gemeen dat ze een ‘logica’ zijn gaan aannemen, waar geen speld tussen te krijgen is, maar die uiteindelijk wéll extreem immoreel is. Ik geloof dat ik deze figuren niet zo interessant vind. Wat mij wéll intrigeert, is dat ze gedeeltelijk onder mijn huid kruipen. Ze confronteren mij met de immoraliteit die diep in mij leeft en hoe ik deze in het dagelijks leven kanaliseer.

Wie naar het zwaard grijpt,
zal door het zwaard omkomen.

In het proces dat Raskolnikov doormaakt, wordt dit het zorgvuldigst uitgewerkt en met het enige echte resultaat: de bekering door het berouw. In Apocalyps Now en Se7en maken de gestoorde geesten dit proces niet mee en laten ze zich gretig slachtofferen, dat eigenlijk neerkomt op zelfmoord op verzoek. Apocalyps Now en Se7en blijven voor mij daardoor sombere films die geen hoop geven, heel anders dan in Schuld en Boete dat wéll naar een uitweg wijst uit de duivelse logica waarin de moordenaar gevangen zit.

Het verhaal is u waarschijnlijk welbekend: rechercheur Somerset (Morgan Freeman) wordt tijdens zijn laatste week opgezadeld met een jongere collega die hem zal opvolgen, David Mills (Brad Pitt). Wat mooi is aan het team van deze film, is dat ze de gemeenplaatsen overstijgen. Ik bedoel, een white cop, black cop team, dat is toch een huizenhoog cliché? Maar hier hebben de twee flikken het niet zo voor elkaar, ze verschillen als dag en nacht: Somerset is een bedaarde intellectueel die met een sombere blik (Freeman op z„n best) door het leven stapt. Hij heeft alles al gezien, en aanvaard, hoewel het hem niet bevalt. Mills is een gretige jonge hond, niet al te slim, die denkt de wereld te kunnen verbeteren. Deze twee zijn blank en zwart in meer dan één betekenis.
 
Bron: digg.be

sevenmovie.com

de geile en de heilige berg

Enkele beschouwingen bij het lezen van de Metamorphosen
met betrekking tot de Westerse kunstgeschiedenis

Van de Griekse goden leer je weinig wijsheid. Ze zijn eigenlijk net als wij, verliefd, jaloers, wraakzuchtig. De oppergod is een geile baas die vanaf de Olympus badende meisjes beloert. Die berg is overigens meer een plaats van lichte zeden dan een plek waar hoogstaande personen resideren. Voortdurend worden de Olympiërs verliefd, op elkaar of op stervelingen.

Negen jaar geleden was ik aan de voet van die andere berg in Noord-Griekenland, de Athos (2033 m), na de Olympus (2917 m) en de Moussala (2925 m) in Bulgarije een van de hoogste bergen in Zuid-Oost Europa. Daar ontmoette ik drie Italiaanse mannen uit Rome, drie Romeinen dus, die na de Olympus ook de Athos gingen beklimmen. Anders dan de Moussala die ik twee jaar geleden bij het Rilaklooster in Bularije zag, is de Athos een majestueuze berg die pal uit de zee oprijst tot een hoogte van ruim twee kilometer.

De Athos wordt overigens ook al in het eerste boek van de Metamorphosen genoemd. Maar toen was het nog niet de Heilige Berg die het sinds 963 is. Het schiereiland waar de Athos ligt, wordt de Tuin van de Moeder Gods genoemd en is alleen toegankelijk voor mannen. Er liggen tientallen kloosters en skites die door duizenden monniken bewoond worden. De Athos en de Olympus zijn voor mij symbolen van het orthodox-christelijke Griekenland en het antieke heidense Griekenland. Op de Athos heerst kuisheid, op de Olympus vooral hartstocht en overspel.

Adam als jonge god door Michelangelo

En toen ontdekte men in de Renaissance die antieke godenwereld weer. Het had een magnetische aantrekkingskracht op schrijvers, dichters, beeldhouwers en schilders. Waarom was die aantrekkingskracht eigenlijk zo groot? Ik denk dat de zintuigen en hartstochten een enorme injectie kregen van al die welgevormde nimfen en geile saters. Dus ontstonden er voorstellingen van pastorale landschappen met badende nimfen, mythologische wezens en vrijende paartjes. Die deden het natuurlijk goed in de paleizen die de rijken voor zichzelf hadden laten bouwen.

In de kerk komen deze expliciete voorstellingen aanvankelijk niet voor. Maar al snel treedt er een vermenging op tussen klassieke mythologische en christelijke thema’s. De Moeder Gods wordt dan voorgesteld als herderinnetje in een arcadisch landschap terwijl cherubijntjes met rozige billetjes in de lucht bungelen. Maar het echte bloot komt de kerk nog niet binnen. Dat verandert pas in 1508 wanneer Michelangelo de Sixtijnse kapel onder handen gaat nemen. De paus vindt het allemaal prachtig, maar een kardinaal merkt op dat zulke fresco’s in een taveerne thuishoren en niet in een kerk. Maar het hek is nu van de dam en de vergeestelijkte Middeleeuwse kunst heeft definitief plaats gemaakt voor de zintuigprikkelende kunst van de antieken. De goden met hun fraaie lijven zijn afgedaald van de Olympus om de plaats in te gaan nemen van Bijbelfiguren. Adam en David worden jonge goden en de Moeder Gods wordt een kruising tussen de kuise Diana en de beeldschone Venus.

Hemel van de PausLeestip
Ross King, De Hemel van de Paus
Toen Michelangelo in 1508 van Julius II de opdracht kreeg het gewelf van de Sixtijnse kapel te beschilderen, had hij weinig ervaring met het maken van fresco’s. Toch nam hij de opdracht aan.