vandaag: Daedelus en Icarus
Een hengelaar, een herder en een boer zagen hen voorbijkomen – ze schrokken omdat ze dachten dat het goden waren: wie kon er anders door de lucht vliegen? Aan de linkerkant was Samos al in zicht, Delus en Paros waren al achter hen en Lebinthus en het honingrijke Calymne lagen aan hun rechterkant toen de knaap vliegen leuk begon te vinden.

De vader – die nu geen vader meer was – riep “Icarus!”, en nogmaals “Icarus, waar ben je? Waar kan ik je vinden?” Hij schreeuwde opnieuw de naam van Icarus toen hij plots de vleugels op de golven zag drijven en zijn techniek vervloekte. Hij begroef het lichaam op de kust en het eiland kreeg de naam van hem die daar begraven ligt.
Bron: satura-lanx.telenet.be/Ovidius




Publius Ovidius Naso werd geboren te Sulmo (Sulmona, ca. 120 km ten oosten van Rome, in een vallei van de Abruzzen) op 20 maart 43 v.C. Hij stamde uit een oude en gegoede familie van de ridderstand en had een broer, die precies één jaar ouder was dan hijzelf (gestorven 24 v.C.). Omdat zijn vader wenste dat hij advocaat werd, studeerde hij reeds vroeg letterkunde, welsprekendheid en recht in Rome, waar hij een schitterend student was bij bekende retoren (Arellius Fuscus en Marcus Porcius Latro) en blijk gaf van een buitengewoon geheugen. Om zich verder te vervolmaken, reisde hij naar Athene (waar hij filosofie studeerde), Klein-Aziëen Sicilië.
Een ondubbelzinnig 












