Categorie archief: tekeningen en prenten

meester van de lijn [ 1 ]

Hendrick Goltzius (1558-1617)

De tekenaar, graveur en schilder Hendrick Goltzius was een echte maniërist, een 16e eeuwse navolger van de Renaissance. Maniërisme, dat is Michelangelo over the top. Veel anabole steroïden dus. Een van Goltzius’ bekendste prenten, de Farnese Hercules, ziet er eerder uit als een Michelinmannetje dan als een levend wezen. (Een andere Hercules ziet eruit alsof hij door een zwerm bijen gestoken is en werd in de volksmond de Knollenman genoemd.) Goltzius was als kind van zijn tijd nu eenmaal gebonden aan deze stijl en kwam er ook niet meer van los. Hij stierf (waarschijnlijk) op nieuwjaarsdag 1617 als een gerespecteerd meester samen met een heel tijdperk. Inmiddels had het maniërisme plaats gemaakt voor de barok.

Goltzius
detail van een gravure

De reden waarom ik nu over Goltzius schrijf, is dat ik op dit moment veel naar zijn techniek aan het kijken ben. Evenals Dürer is hij een meester in de tekening en de gravure. Zijn prenten hebben voor mij dan ook meer waarde dan zijn schilderijen die technisch wel erg goed zijn, maar toch teveel ingekleurde tekeningen blijven. Logisch, want Goltzius was een tekenaar, een meesterlijk tekenaar. Het mooist vind ik zijn houtsneden met landschappen die hij maakte tussen 1595 en 1600 en waar je net als bij Van Gogh in een kolkend lijnenspel de natuur tevoorschijn ziet komen.

De nabij Venlo geboren Hendrick Goltzius leerde het vak van glasschilder bij zijn vader Jan Goltz te Duisburg. Van 1574 tot 1576 kreeg hij les in de graveertechniek van de uit Haarlem uitgeweken dichter, graveur, theoloog en wijsgeer Dirck Volckertsz Coornhert te Xanten. In navolging van Coornhert vestigde hij zich in Haarlem, waar hij in 1582 een bloeiend atelier had. Samen met de Vlaamse schilder-theoreticus Karel van Mander en de schilder Cornelis Cornelisz richtte hij in Haarlem een ‘Academy’ op. In deze periode perfectioneerde Goltzius een extreem elegante stijl, beïnvloed door het maniërisme van Bartholomeus Spranger.
 
In 1590-91 reisde hij naar Italië, waar hij enkele maanden in Rome verbleef en waar hij de beroemdste antieke beelden natekende. De kennismaking met de werken uit de oudheid en Renaissance betekende een ommekeer in Goltzius’stijl, die soberder en realistischer werd. Na zijn terugkeer in 1591 ontstonden zijn meest beroemde prenten, de zogenaamde ‘Meisterstiche’, taferelen uit het leven van Maria gemaakt op de manier van oude meesters als Albrecht Dürer en Parmigianino. Tegen 1600 begon Goltzius ook te schilderen. Zijn schilderijen hebben meestal mythologische onderwerpen. Zijn tekeningen, waarvan Teylers Museum een groot aantal bewaart, hebben belangrijk bijgedragen aan de ontwikkeling van de kunst in zijn tijd, vooral door zijn weergave van het landschap en de (naakt)figuur.
 
Bron: teylersmuseum.nl
Goltzius
Goltzius’ dertigjarige rechterhand 1588
pen en inkt op bruin papier
(Teylers Museum Haarlem)

GoltziusIn 2003 was er in het Metropolitan Museum in New York een tentoonstelling over het leven en werk van Hendrick Goltzius. Een deel van de werken zijn nog altijd online te bekijken. Rechts de catalogus bij deze tentoonstelling.

De Haarlemse Maniëristen
Hendrick Goltzius , Carel van Mander , Dirck Volkertsz. Coornhert en Cornelis van Haarlem Andere maniëristen:
Bartholomeus Spranger en Jacques de Gheyn II (overgang naar het naturalisme van de 17e eeuw)

virtuoos tekenaar

herlezen: Blueberry Trilogie van Giraud en Charlier

Gisteren weer eens genoten van het legendarische Blueberry-drieluik uit de eerste helft van de jaren zeventig. Jean Giraud was een jaar of 35 toen hij eraan begon en had zich al ontwikkeld als een meestertekenaar. Ik vind hem nog steeds een van de allerbeste tekenaars die ik ken. Zijn lijnvoering is schilderachtig zoals die van onze eigen Hans G. Kresse of de Belgische striptekenaars Jijé en René Follet. In hun visie bevinden ze zich ergens tussen schilderkunst en tekenkunst en niet voor niets tekenen ze met een penseel. De klare lijn, waar vooral de Belgische school wereldberoemd om is, is bij deze heren dus tevergeefs te zoeken. In plaats van heldere tekeningen, schilderachtige plaatjes met een vaak borstelige streek. Giraud tekende ook onder het pseudoniem Möbius in een stijl die gekenmerkt wordt door virtuoze arceringen. Wanneer je ziet hoe de rotspartijen in de verhalen van Blueberry getekend zijn, zie je duidelijk de hand van Möbius.

  
eerste drukken van Chihuahua Pearl, De man die $500.000 dollar waard was en Ballade voor een doodskist, alledrie in mijn boekenkast.

Giraud had als meestertekenaar beschikking over een meesterscenarist: Charlier. De trilogie voert een behoorlijk aantal personages ten tonele, staat boordevol met intriges, heeft scherpe dialogen en is erg goed gedocumenteerd. Het verhaal speelt zich af in 1869, een paar jaar na de Amerikaanse burgeroorlog in het grensgebied tussen Mexico en de verenigde Staten. De yankees worden nog steeds gehaat door zuidelijke rebellen en in Mexico is de gehate keizer Maximilliaan afgezet door president Juarez. In dit decor ontmoet luitenant Mike S. Blueberry in het woestijnstadje Chihuahua een Amerikaanse schone, Chihuahua Pearl genaamd. De omstandigheden zijn echter niet ideaal: als outlaw moet hij een geheime opdracht uitvoeren onder rechtstreeks bevel van Washington. Mike is niet bepaald een brave jongen, maar de vele slechterikken die hem achtervolgen, zijn zeker niet braver en maken het hem wel erg lastig. Gelukkig heeft hij in deze wereld van list en bedrog nog twee vrienden: Kopernek en de ouwe zuiplap MacGlure.

eerste pagina uit Chihuahua Pearl, 1973
Jean Giraud is in 1938 in Frankrijk geboren. In een beetje een turbulente jeugd vol scheidende ouders ontdekt hij al snel Science Fiction en werkt mee aan kleine blaadjes allerhande. In 1955 vertrekt hij naar Mexico en lá, il découvre en même temps la marijuana, le be-bop et les expériences de l’âge adulte zoals één van zijn biografieën het zo mooi zegt. Later keert hij terug naar Europa (om zijn legerdienst te vervullen) en blijft hangen.
Hij werkt zich op in de Europese stripwereld, eerst via het Kuifje, later start hij met Charlier in Pilote met Blueberry. Hij werkt ook regelamtig samen met Opta, een Science Fiction-tijdschrift. Na nog enkel bezoeken aan Mexico verandert Giraud’s stijl, mede onder invloed van hallucinogene drugs: In Pilote tekent hij vernieuwende reeksen die grote invloed zullen uitoefenen op komende generaties tekenaars, zoals Arzach en Majoor Fataal. Langzaam raakt hij ook in de ban van de film, en hij werkt onder meer (samen met Jodorowsky) mee aan Dune
Onder invloed van de spirituele beweging geeft hij uiteindelijk tabac, alcohol en andere drugs op, om ascetisch en vegetarisch te worden. Als de commune naar Tahitit trekt om er een vredig leven te leiden, vindt ook Giraud het een beetje overdreven worden, en bovendien lonkt Hollywood…
Met films wordt het nooit meer zoals met Dune maar met Jodorowsky maakt hij wel De Incal, en dat wordt een enorm succes. In Los Angeles trekt hij de aandacht van Marvel Comics, waarvoor hij onder meer enkele verhalen van Stan Lee illustreert (The Silver Surfer).
Sindsdien geniet Giraud van zijn cultstatus en bolt rustig uit, links en rechts nog eens aan een project meewerkend. En hoewel die cultstatus meer dan verdiend is, zagen velen hem liever nog actiever…

canyonblueberry.com | moorsmagazine.com