Categorie archief: tekeningen en prenten

fotografisch geheugen

Peter van Straaten 1935-2016

Een van de leukste boekjes van Peter van Straaten vind ik Uit m’n hoofd – getekende herinneringen. Hierin heeft Peter van Straaten vanuit Amsterdam zijn jeugdherinnering aan Arnhem opgetekend. Hij werd geboren aan de Huijgenslaan 34 en fietste in de naoorlogse jaren dagelijks via de onderstaande route naar school 10 aan de Hommelseweg. Daarbij kwam hij dwars door de wijk waar ik zelf nu 27 jaar woon.

Huijgenslaan; kruising Thomas à Kempislaan; de Marechausseekazerne; de eendenvijver, Thomas à Kempislaan heuvelop; de laan ter hoogte van de Vogelwijk; de afdaling naar de Hommelseweg; het einde van de laan, bij de kruising met de Hommelseweg; het einde van de laan, bij de kruising met de Hommelseweg en de tram naar Alteveer,en aan de overkant, met de bomen, de Dalweg; en tot slot rechtsaf naar School 10 aan de Hommelseweg.
 
uit: Uit m’n hoofd
Uit m'n hoofd
Uit m’n hoofd – getekende herinneringen

Op de achterkant van het boekje schrijft hij dat zijn getekende herinneringen zullen afwijken van de werkelijkheid, deels omdat de beelden zich in zijn geheugen vervorm hebben en deels omdat de werkelijkheid na al die jaren veranderd is. “De lezer mag gaan kijken en het controleren. Ik durf niet.” Peter moet absoluut een fotografisch geheugen gehad hebben, want de tekeningen zijn treffend.

De zilveresdoorns aan de Huijgenslaan die er in Peter’s jeugd al gestaan moeten hebben, zijn onlangs allemaal gerooid. Het is nu kaal geworden op de Huijgenslaan.

Peter van Straaten (81) overleden [ arnhem-direct.nl ]

Jeff Fischer

de Australische illustrator Jeffrey Fischer

Via een illustratie van Jean-Jacques Rousseau bij het artikel How Rousseau Predicted Trump in The New Yorker, ontdekte ik het werk van illustrator Jeff(rey) Fischer. Hij werkt meestal in gemengde techniek en integreert meestal teksten zijn illustraties. In een tijd van voortschrijdende digitalisering is zijn handwerk een verademing.

Fischer
portfolio thejeffreyfisher.com

The enigmatic Jeffrey Fisher’s painterly, hand-drawn illustrations are basically really great. It’s hard to unearth much about him online apart from that he lives in Paris and hailed from Australia, and on perusal of his portfolio, it consists mainly of lyrical and delicately detailed designs for book covers. His preferred choice of media – acrylic, ink and watercolour – lend themselves well to the fluid lines that characterise his work. Bron: itsnicethat.com

thejeffreyfisher.com

Brighton 1808

Designs for the Royal Pavilion at Brighton (1808) van Humphry Repton

Het koninklijk paviljoen in de Engelse kuststad Brighton werd aan het begin van de negentiende eeuw gebouwd door John Nash. De zogenaamde Indo-Saracenic stijl maakt een exotische en sprookjesachtige indruk. Op de website brightonmuseums.org.uk is een fraai boek te zien met ontwerpen van Humphry Repton voor het Royal Pavilion in Brighton.

Brighton
titelblad

In the early 1800s, George, then Prince of Wales, decided to remodel his Marine Pavilion. In 1805 Repton was commissioned to produce a series of illustrations showing the palace redeveloped in an ‘oriental’ style.In spite of his initial interest, George eventually commissioned John Nash to remodel the Pavilion into the form that we can see today. But Repton’s vision survived in the form of a beautifully illustrated book.
 
Bron: brightonmuseums.org.uk

Brighton
gravure uit Designs for the Royal Pavilion at Brighton (1808)

Repton’s 1806 designs for the Royal Pavilion [ brightonmuseums.org.uk ]
Humphry Repton’s ‘Transformer’ book about the Royal Pavilion

frontispiece, 1764

Het frontispiece voor de Encyclopédie
van Charles-Nicolas Cochin

In 1751 verscheen het eerste deel van de Encyclopédie, ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, de voorloper van wikipedia. Met deze ambitieuze onderneming wilden de initatiefnemers Diderot en d’Alembert alle kennis bundelen die de mens tot dan toe verzameld had. De Encyclopédie is misschien wel hét symbool van de Verlichting geworden. De encyclopédisten wilden het licht van de rede overal op laten schijnen.

In 1764 ontwierp de ontwerper, graveur, schrijver en kunstcriticus Charles-Nicolas Cochin (1715-1790) een frontspiece voor de Encyclopédie. Het is een iets compactere uitvoering van de allegorie van Academie francaise van Sebastian Leclerc uit 1698. In plaats van wetenschappers met hun attributen zien we een tafereel dat hoofdzakelijk door vrouwen bevolkt is. De 18e eeuw is niet alleen de eeuw van de rede maar ook de eeuw van de vrouw.

Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
De gesluierde waarheid staat tussen de verbeelding en de rede, daaronder bevinden zich de kunsten en wetenschappen. De gravure werd in 1772 gemaakt door Bonaventure-Louis Prévost.

In 1765 werd het ontwerp van Cochin geëxposeerd in de Salon en Diderot was er gelijk zeer over te spreken. Dat er op de voorgrond een paar “nimfen” zitten die zo uit het atelier van François Boucher lijken te komen, zal hij Cochin wel vergeven hebben. De zedelijke les waar Diderot zo van hield, zat er in ieder geval duidelijk in.

Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 1: de optica, botanie, chemie en landbouw
Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 2: de muziek, schilderkunst, beeldhouwkunst en bouwkunst
Frontispiece Charles-Nicolas Cochin
detail 3: theologie met Bijbel (boven half zichtbaar), astronomie en mathematica
C’est un morceau très ingénieusement composé. On voit en haut la Vérité entre la Raison et l’Imagination: la Raison qui cherche à lui arracher son voile, l’Imagination qui se prépare à l’embellir. Au-dessous de ce groupe, une foule de philosophes spéculatifs; plus bas la troupe des artistes. Les philosophes ont les yeux attachés sur la Vérité; la Métaphysique orgueilleuse chercher moins à la voir qu’ à la deviner; la Théologie lui tourne le dos et attend sa lumière d’en haut. Il y a certainement dans cette composition une grande variété de caractères et d’expressions, mais les plans n’avancent ne reculent pas assez; le plus élevé devrait se perdre dans l’enfoncement; le suivant venir un peu sur le devant, le troisième y être tout à fait. Si la gravure réussit à corriger ce défaut, le morceau sera parfait.
 
Diderot’s commentaar op de frontispiece van Cochin

Le Antichità Romane, 1757

Le Antichità Romane (1757) van Giovanni Battista Piranesi
in de digitale bibliotheek van de universiteit van Heidelberg

PiranesiEen van de mooiste publicaties van de Italiaanse graficus Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) vind ik Le Antichità Romane die vanaf 1757 in vier delen werd uitgegeven door Angelo Rotili in Rome. Uitgeverij Taschen bracht alle etsen van Piranesi onder in twee delen (31 cm x 24cm). Maar natuurlijk gaat er niets boven het origineel of tenminste een facsimile. De universiteitsbibliotheek is in het bezit van een origineel ( 55 cm x 43,6 cm) van Le Antichità Romane van een tweede druk uit 1784 en deze is digitaal toegankelijk gemaakt. De etsen van Piranesi komen nu allemaal in het juiste verband te staan, als illustraties bij een verhaal over de oudheden in Rome. Ook de gravures van de kapitalen, die in de Taschen-uitgaven helemaal achterin in het tweede deel zijn opgenomen, staan nu op de plaats waar ze bedoeld zijn.

In Le Antichità Romane zie ik twee geesten convergeren, die van het rococo en die van de Verlichting. De zogenaamde vedute zijn gemaakt in de geest van het rococo. Piranesi werkt hier in de traditie van Giovanni Paolo Pannini (1694-1765), die halverwege de achttiende eeuw de bekendste vedutaschilder van Italië was. Pannini toverde de ruïnes in de Eeuwige Stad om in een soort snoepgoed dat gretig aftrek vond. Piranesi beschikt als etser dan niet over en palet van kleuren en toch weet hij het honingzoete en dromerige van het rococo in zwart wit over te brengen. Zijn vedute ademen atmosfeer.

Piranesi
eerste regels van het voorwoord

Maar ook de geest van de Verlichting is aanwezig. Deze komt vooral tot uitdrukking in platen met plattegronden, voorwerpen en toelichting bij bouwtechniek. Dergelijke etsen treffen we ook aan in de Encyclopédie die in dezelfde jaren gepubliceerd werd. Het dromerige van de vedute is hier verdwenen en in plaats daarvan is een helder en afstandelijk licht gekomen.

Piranesi
De beroemde ets Idea delle antiche Via Appia e Ardeatina is een uitgesponnen fantasie die zo eigen is aan het rococo.

Le Antichità Romane [ digi.ub.uni-heidelberg.de ]

rijk geïllumineerde glossy

Magazine t.g.v. 600 jaar Gebroeders van Limburg

Ze maakten “glossies” voor de hertog van Bourgondië of de hertog van Berry, maar dat er 600 jaar na hun dood een glossy onder hun eigen naam zou verschijnen, daarvan hadden de gebroeders van Limburg uit Nijmegen nooit durven dromen. Vorige maand verscheen er n.a.v. de zeshonderdste sterfdag van de gebroeders een heuse magazine met een gouden 600 op de omslag. Het binnenwerk wordt vooral bepaald door schitterende collages van de bekende miniaturen waarin levende modellen zijn gemonteerd. De fotografie en de beeldbewerking werden gedaan door Thijn van de Ven, meesterfotograaf uit Nijmegen. Het magazine is online te bestellen. Vrijdag is de laatste dag van het crowdfunding project.

Gebroeders van Limburg Magazine
fragment van de omslag van het magazine

Les Très Riches Heures du duc de Berry is een rijk geïllumineerd getijdenboek, gedateerd rond 1400. Het is geschilderd in opdracht van Hertog Jean de Berry en vervaardigd door de befaamde Nijmeegse miniatuurschilders de gebroeders Van Limburg. Ter gelegenheid van 600 jaar Gebroeders van Limburg is een servies uitgebracht voorzien van afbeeldingen uit Les Très Riches Heures.

gebroedersvanlimburg.nl | hetwoudderverwachting.nl

Bijgeloof en Verlichting

De betoverde weereld (1691) van Balthasar Bekker
en Compendium rarissimum totius Artis Magicae (ca. 1775)

De Verlichting als kraamkamerIn De Verlichting als kraamkamer wijdt Jabik Veenbaas een heel hoofdstuk aan dominee Balthasar Bekker (1634-1698). Hij is tamelijk onbekend en ik had nog nooit van hem gehoord. Maar in zijn tijd was hij een beroemdheid en dat was vooral te danken aan zijn bestseller uit 1691 De betoverde weereld. In dit boek maakt hij, in de geest van de Verlichting korte metten met het bijgeloof. Met De betoverde weereld dreef deze dominee in zijn eentje meer heksen, boze geesten en demonen uit dan alle Europese exorcisten bij elkaar. Het leek alsof al het gespuis uit de onderwereld verdampte in het licht van de Verlichting.

Met De betoverde weereld dreef deze dominee in zijn eentje meer heksen, boze geesten en demonen uit dan alle Europese exorcisten bij elkaar. Het leek alsof al het gespuis uit de onderwereld verdampte in het licht van de Verlichting.
In 1691 schreef Balthasar Bekker een bestseller De betoverde weereld. Hierin verzette hij zich krachtig tegen de bul Summis desiderantes affectibus, in 1484 uitgevaardigd door paus Innocentius VIII en het bestaan van heksen, spoken en duivels. Hij trok van leer tegen het idee van bezetenheid door de duivel – afkomstig van Plato en Hippocrates - een destijds revolutionaire gedachte. Ook het bestaan van de duivel zelf trok hij in twijfel. Tovenarij was voor Bekker een onuitputtelijke bron van humor en spot. Na de verschijning van het boek stond de Republiek te trillen op haar grondvesten. In twee maanden tijd werden 4.000 explaren verkocht. Er verschenen tweehonderd boeken en pamfletten, waarvan slechts drie in het Latijn, wat erop wijst dat er onder een breed publiek belangstelling voor bestond. In 1693 verscheen een Duitse, in 1694 een Franse en in 1695 een Engelse vertaling.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Op internet ging ik eens op zoek naar afbeeldingen waarin het bijgeloof in dat licht van de Verlichting wordt geplaatst en ontdekte een werk met de lange titel Compendium rarissimum totius Artis Magicae sistematisatae per celeberrimos Artis hujus Magistros. Anno 1057. Noli me tangere. Het verscheen omstreeks 1775 in het Duits en Latijn en bevat 31 gouaches die bevolkt worden door griezels uit de zwarte kunst. Het verbaast mij dat uitgever Taschen nog geen facsimile heeft uitgegeven, want de groteske afbeeldingen sluiten naadloos aan op hippe subculturen als street art en outsider art.

1766
Compendium rarissimum totius Artis Magicae
1766
Compendium rarissimum totius Artis Magicae
1766
Compendium rarissimum totius Artis Magicae

De Verlichting zou voor een groot deel een einde maken aan het volkse bijgeloof. Maar ook al verdwenen de weerwolven, het kwaad zou daarmee nog niet teruggedrongen zijn achter de poorten van de hel. De Jacobijnse Terreur, die zich door Rousseau en de Verlichtingsidealen liet inspireren, bleek net zo vaardig in het onthoofden als menige demon.

1766
Compendium rarissimum totius Artis Magicae
1793
Prent met het hoofd van Lodewijk XVI uit 1793