Sommige tekenaars hebben zo’n herkenbare stijl dat ze een icoon van een tijdperk zijn geworden. Bob Peak en Peter Max hebben in Nederland niet echt een bekende naam. Maar deze beide illustratoren hebben wel hun stempel gedrukt op de stylistische overgang van de sixties naar de seventies, die in de late jaren zestig internationaal duidelijk zichtbaar werd en breed is nagevolgd. Sla een willekeurig magazine open, dat tussen 1966 en 1973 verschenen is, en je vindt wel een advertentie of illustratie in de stijl van Peak of Max. De simplistische cosmic sixties style van Peter Max is gemakkelijk te herkennen aan de harde kleuren en vereenvoudigde en vaak verdubbele contouren terwijl Peak‘s stijl herkenbaar is aan een woeste maar beheerste ‘krijtstreep’.

Beide stijlen hebben een psychedelische uitstraling, vooral in het knallende ‘fauvistische’ kleurgebruik. Op flickr.com heeft Leif Peng (todaysinspiration.com) een schitterende verzameling advertenties van Bob Peak bijeengebracht, die duidelijk laat zien dat we hier niet alleen met een knap tekenaar maar ook met een groot stylistisch talent te maken hebben.
Bron: todaysinspiration.com

Voor dit affiche heeft Peak zich door Alphonse Mucha laten inspireren en hij won er in 1967 een gouden medaille voor.
Bron: polculture.blogspot.com
Born in Denver, Colorado, Bob Peak grew up in Kansas. He knew from an early age that he wanted to be a commercial illustrator. At age seven, he received a gift of brushes and paints, and by age nine he was drawing recognizable likenesses. He attended Wichita State University where he majored in geology with a minor in art and got a part time job in the art department of McCormick-Armstrong. That is where he gained the confidence to choose an art career and learned the skill of versatility-doing layout, illustration and lettering. After a stint in the military during the Korean War, Peak transferred to the Art Center College of Design in Los Angeles, and graduated in 1951.
In 1953 Peak moved to New York, landed an Old Hickory Whiskey ad campaign, and from that point on his career skyrocketed. His work appeared in major advertising and national magazines. Sports Illustrated sent him on assignments throughout the world, including a safari to hunt ibex with the Shah of Iran. He received the largest commission of an individual artist from the U.S. Postal Service to design 30 stamps for the 1984 Summer Olympics in Los Angeles, California and 1984 Winter Olympics in Sarajevo, Yugoslavia. In 1961 Peak was named Artist of the Year by the Artists Guild of New York, and in 1977 the Society of Illustrators elected him to its Hall of Fame. For his 30 years of outstanding contribution to the film industry, the Hollywood Reporter presented him the 1992 Key Art Lifetime Achievement Award.Peak’s work is included in many permanent collections, and three of these paintings-of Anwar Sadat, Mother Teresa and Marion Brando-hang in the Smithsonian Institution.
Bron: bobpeak.com
Born in Denver, Colorado, Bob Peak grew up in Kansas. He knew from an early age that he wanted to be a commercial illustrator. At age seven, he received a gift of brushes and paints, and by age nine he was drawing recognizable likenesses. He attended Wichita State University where he majored in geology with a minor in art and got a part time job in the art department of McCormick-Armstrong. That is where he gained the confidence to choose an art career and learned the skill of versatility-doing layout, illustration and lettering. After a stint in the military during the Korean War, Peak transferred to the Art Center College of Design in Los Angeles, and graduated in 1951.
Vlak voordat Giraud in 1958 voor een reis naar Mexico vertrok, ontdekte hij dat de Belgische meester Jijé bij hem in de buurt van Parijs woonde. Toen hij in 1960 zijn trip naar Mexico en zijn militaire dienst (die hij min of meer kon ontlopen door voor de militaire krant Cinq sus cinq te gaan tekenen) achter de rug had, werd het contact met Jijé omgezet in een samenwerking. Giraud kon voor de 24 jaar oudere nestor van Spirou (Robbedoes) meewerken aan de westernstrip Jerry Spring, die Jijé in 1955 begonnen was. Voor het verhaal De Weg naar Coronado mocht Giraud de platen gaan inkten die door Jijé in potlood getekend waren. Zo groeide hij in de stijl van zijn leermeester, die hij pas in 1969 zou loslaten.

Joseph Gillain – Jijé (1914-1980)
Ik maakte voor het eerst kennis met Blueberry als negenjarig jongetje begin 1973 toen het verhaal Generaal Geelkop in PEP verscheen voordat het in albumvorm werd uitgebracht. Lezen deed ik nog niet, teveel tekst en een te ingewikkeld verhaal voor een negenjarige, die zich liever beperkte tot één pagina Flippie Flink of Peanuts . Eind jaren zeventig was ik geestelijk rijp geworden voor deze anti-held en kon ik de ruigheid van de western waarderen. Met de strip Blueberry word je net als in de western ondergedompeld in een wereld van slechterikken en corrupte braverikken. Niemand deugt. Behalve dan de anti-held een beetje. Mike S. Blueberry is aan de buitenkant gemodeleerd naar de Franse filmster 












