Categorie archief: 20e eeuw

kwetsbare democratie

Gelezen in Afdaling in de hel (2015) van Ian Kershaw
woelige vrede, over de kwetsbare democratie in Europa na 1919

Afdaling in de helDe eerste reeks van Heimat (1984) begint in 1919. Paul Simon is te voet van het front teruggekeerd en staat plotseling in de deuropening van zijn ouderlijk huis. Zijn ouders denken dat ze een geest zien. Repin heeft een indrukwekkend schilderij gemaakt van een vergelijkbare situatie. Een dood gewaande echtgenoot is teruggekeerd uit de goelag en verschijnt in de kamer waar de familieleden op de grond genageld staan. Deze “inbraak” zal in 1919 in menig huishouden hebben plaatsgevonden. Het is een variatie op het verhaal van de verloren zoon. 1919 is misschien wel het Jaar van de Verloren Zoon: de soldaat keert terug in het ouderlijk huis. Je kunt het ook als een metafoor zien: Europa keert na zijn hellevaart terug naar huis.

Heimat
still uit Heimat, Fernweh (1984)
1919. Paul Simon is uit Frankrijk komen lopen terwijl zijn ouders, broers en zus veronderstelden dat hij gesneuveld was.

Dat huis is inmiddels grondig veranderd. In de Grote Oorlog zijn vier rijken ten ondergegaan: Het Russische keizerrijk, het Osmaanse Rijk, het Duitse Keizerrijk en het Habsburgse Rijk. Omdat West-Europa zich handhaaft, verbrokkelt met name de kaart van Midden-Europa door de ineenstorting van deze vier imperia. De Amerikaanse president Woodrow Wilson had in januari 1918 zijn 14 punten gepresenteerd. Een van de belangrijkste punten ging over het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. De verliezers van de oorlog, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije voorop, wisten dat de etnische minderheden na de oorlog hun natiestaat zouden eisen en dat de geallieerden daarin zouden toestemmen.

Alleen al in het Habsburgse Rijk leefden meer dan tien bevolkingsgroepen en die zouden (bijna) allemaal hun eigen natiestaat krijgen. De Polen, Tsjechen (samen met de Slowaken), de Hongaren en de Slovenen (samen met de Kroaten, Serviërs en Macedoniërs) kwamen na 1919 in opvolgerstaten te wonen: Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije en Joegoslavië. Dat waren republieken met een parlementaire democratie. Maar zoals Kershaw schrijft: “In de opvolgerstaten was de parlementaire democratie nog een teer bloemetje dat niet bepaald in vruchtbare bodem was geplant.”

Europa 1920
Na de Eerste Wereldoorlog kreeg Roemenië een enorme gebiedsuitbreiding doordat het Transsylvanië kreeg met een grote Hongaarse minderheid. Maar vooral de Duitse minderheden in Sudetenland (West-Tsjechië) en Polen zouden uiteindelijk leiden tot de volgende grote wereldbrand.

In het derde hoofdstuk (“woelige vrede”) van De afdaling in de hel geeft Kershaw goede samenvattingen van de ontwikkelingen na 1919 in elk van de nieuwe democratieën die na de Eerste Wereldoorlog het licht zagen. Het interbellum betekende voor mij altijd een focus op de Weimar Republiek, Italië en de Sovjet-Unie, waarschijnlijk omdat haar daar echt goed mis ging. Maar ook in andere landen liep het uit de hand. In Spanje vestigde zich onder Miguel Primo de Rivera een militaire dictatuur, in Polen in 1926 onder Józef Klemens Piłsudski. En in Hongarije heerste in de zomer van 1919 zelfs een toestand van chaos. Op 21 maart van dat jaar werd in Hongarije een sovjetrepubliek uitgeroepen.

In de opvolgerstaten was de parlementaire democratie nog een teer bloemetje dat niet bepaald in vruchtbare bodem was geplant.

Ian Kershaw

Zeker niet alleen de Weimar Republiek was instabiel. In zekere zin was de Weimar Republiek in de tweede helft van de jaren twintig veel minder instabiel als menig andere jonge democratie in het nieuwe Europa. Toen de (hyper)inflatie eenmaal weer onder controle was, kon Duitsland gaan opkrabbelen. In Polen was dat niet het geval. De hyperinflatie van november 1923 raakte ook Polen en de nieuw ingevoerde munt, de złoty, kwam in 1925 alweer onder hoge druk te staan.

Ian Kershaw heeft ervoor gekozen om in het hoofdstuk “woelige vrede” geen aandacht te besteden aan de oprichting van de de Paneuropese Unie in 1922. De naam van Richard Coudenhove-Kalergi, de oprichter van de oudste Europese eenheidsbeweging, laat hij pas vallen in hoofdstuk 9 (“vreedzame veranderingen in de duistere decennia”).

100 jaar oktoberrevolutie

gisteren gezien op BBC2: Countdown to revolution
gelezen in De afdaling in de hel van Ian Kershaw over de Oktoberrevolutie

OktoberOp 7 november is het honderd jaar geleden dat in Petrograd (zoals Sint-Petersburg in 1917 heette) de Oktoberrevolutie (volgens de Juliaanase kalender was het op 24 oktober 1917) plaatsvond. In de media zal er deze maand dus veel teruggekeken worden op de Russische Revolutie van 1917. Gisteren was op BBC2 de documentaire Countdown to revolution te zien, waarin vanaf 245 dagen vóór 7 november 1917 wordt teruggekeken op de ontwikkelingen die tot de Russische Revolutie hebben geleid.

Ruslandhistoricus Orlando Figes schreef naast een boek over de Krimoorlog ook een boek over het revolutionaire Rusland. In Revolutionair Rusland 1891-1991 schrijft hij: “Toen de bolsjewieken de macht grepen, bleven de theaters en restaurants gewoon open en ook de trams bleven volgens de dienstregeling rijden. De revolutie van oktober was een staatsgreep die slechts door een kleine minderheid van de bevolking werd gesteund.” (bron)

Dat is een heel ander verhaal dan verteld wordt in Октябрь (1927) van Sergei Eisenstein. In deze beroemde propagandafilm, die ter gelegenheid van het tienjarige jubileum van de Russische Revolutie werd gemaakt, wordt de revolutie juist voorgesteld als een beweging van mensenmassa’s. De bolsjewistische elite had besloten dat de revolutie als hét momentum van het volk moest worden herinnerd.

Октябрь – Десять дней, которые потрясли мир Oktober – tien dagen die de wereld schokten (1927) van Sergei Eisenstein
Toen de bolsjewieken de macht grepen, bleven de theaters en restaurants gewoon open en ook de trams bleven volgens de dienstregeling rijden.

Orlando Figes

Eisenstein pleegt dus ware geschiedvervalsing. Acht jaar later zou Leni Riefenstahl een andere beroemde propagandafilm maken. Maar ditmaal waren de massa’s wél echt.

The Russian Revolution of 1917 is one of the most controversial events of the 20th century. Three men – Lenin, Trotsky and Stalin - emerged from obscurity to forge an entirely new political system. In the space of six months, they turned the largest country on earth into the first Communist state. Was this a triumph of people power or a political coup d’etat that led to blood-soaked totalitarianism? A hundred years later, the Revolution still sparks ferocious debate. This film dramatizes the 245 days that brought these men to supreme power. As the history unfolds, a stellar cast of writers and historians, including Martin Amis, Orlando Figes, Helen Rappaport, Simon Sebag-Montefiore and China Mieville, battle over the meaning of the Russian Revolution and explore how it shaped the world we live in today.
 
Bron: bbc.co.uk

Oktoberrevolutie [ nl.wikipedia.org ]