Categorie archief: 20e eeuw

de bekering van een dadaïst

Heilung durch Heil. Hugo Ball und die religiöse Konversion
lezing van Rüdiger Safranski donderdag 23 juni j.l. in Zürich

Hugo BallTijdens de manfestatie Dada, ich und über(m)ich – Das fragmentierte Selbst und seine Sehnsuch nach Ganzheit in Zürich was Rüdiger Safranski de laatste spreker. Ik was er graag bij geweest. Hugo Ball is samen met Joris Karl Huysmans een van de kunstenaars uit de vroege twintigste eeuw wiens levensloop mij bijzonder aanspreekt. Net als Augustinus gaven beiden zich in hun jeugd over aan uitspattingen en leefden decadent of dadaïstisch. Uiteindelijk kwamen ze door een creatieve Umwertung aller Werte uit bij de waarheidsschat van de Kerk. Waar de meeste intellectuelen niet in slagen, namelijk de overgave aan de persoonlijke God, kwamen zij tot geloof. De leap of faith is het duidelijkst bij personen die zich eerst ten volle hebben gegeven aan decadentie (Huysmans) of nihilisme (Ball). William Blake schreef “The road of excess leads to the palace of wisdom.” In de uitspattingen en dwalingen blijkt een oprecht verlangen naar waarheid en wijsheid aanwezig.

Aus psychologischer Sicht ist Dada der Versuch, dem “vernünftigen Wahnsinn” der Moderne Widerstand zu leisten, um zu einer umfassenderen und humaneren Identität zu gelangen.
Im Verlust der «psychischen Einheit» sieht Hugo Ball das zentrale Problem des modernen Menschen, das im Künstler auf exemplarische Weise sichtbar wird. Er ist Symptomträger seiner Epoche, weil er ein fragmentiertes Selbst vor Augen führt, das der Heilung durch Bewusstwerdung und Integration bedarf. Aus psychologischer Sicht ist Dada der Versuch, dem «vernünftigen Wahnsinn» (Hans Arp) der Moderne Widerstand zu leisten, um zu einer umfassenderen und humaneren Identität zu gelangen.
 
Bron: collegium.ethz.ch

Hugo BallByzantinisches Christentum: Drei Heiligenleben – door Hugo Ball
Seinem literarischen Nein von 1916 (‘Dada’) und der politischen Generalabrechnung von 1919 (‘Kritik der deutschen Intellektuellen’) ließ Hugo Ball 1923 mit seinem Buch ‘Byzantinisches Christentum’ eine religionsgeschichtlich argumentierende Neubestimmung der eigenen Position folgen. Dieses eigentümlich sperrige Werk wurde von christlichen Theologen weithin mit Kopfschütteln und Unverständnis aufgenommen und trug selbst für wohlmeinende Freunde Züge des Skandalösen. Auch die literatur- wissenschaftliche Forschung sollte sich später diesem Text verweigern. Der von Ball - auf Anregung Hermann Hesses – gewählte Untertitel, der das Buch der gängigen katholischen Hagiographie zuzuordnen scheint, tat ein Übriges, um das Werk weitgehend in Vergessenheit geraten zu lassen.
 
Bron: amazon.de

Von Dada zur Catholica [ literaturkritik.de ] | dada100zuerich2016.ch

overbelichte apocalyps

In 1916 werd William Orpen (1878-1931) oorlogsschilder

De schilderijen die de Ierse schilder William Orpen in de Eerste Wereldoorlog van het westelijk front maakte, fascineren mij. Je verwacht apocalyptische schilderijen in de sfeer van Bosch of Breughel. Maar in plaats van donker zijn de schilderijen van William Orpen juist opvallend licht. Op het eerste gezicht zien ze eruit als overbelichte foto’s. De pasteltinten verwijzen misleidend naar de lichte taferelen van het rococo en niet naar de hel op aarde. Wil Orpen ons expres op het verkeerde been zetten? Of probeert hij ons te laten kijken door de ogen van een soldaat die in de loopgraven een shell shock heeft opgelopen en vervreemd is van de wereld om zich heen?

William Orpen
William Orpen
William Orpen
William Orpen

Op 1 juli a.s. is het precies honderd jaar geleden dat de Britten aan de Slag aan de Somme begonnen en op één dag verloor het Britse leger 57.470 manschappen (waaronder 19.240 dodelijke slachtoffers). Orpen was achter het front gestationeerd in Amiens. In augustus keerde hij terug naar de Somme en schilderde het maanlandschap dat het bombardement had achtergelaten.

William Orpen
William Orpen
A terrible beauty is born

uit: Easter, 1916 van Orpen’s landgenoot W. B. Yeats

William Orpen
William Orpen

William Orpen was born at Stillorgan on 27 November 1878 the son of a Dublin solicitor. Something of an infant prodigy Orpen was accepted into Dublin’s School of Art when aged just eleven. Six years later he entered Slade School of Fine Art where he studied under Henry Tonks.
 
Having been recommended by John Singer Sargent Orpen achieved rapid initial success and established for himself a reputation as a portrait artist. In 1910 he was elected ARA. Initially tasked with routine office work at Kensington Barracks he came to the attention of Charles Masterman, responsible for the War Propaganda Bureau, at the end of 1916. Masterman recruited William Orpen as a war artist, where he was joined by others including Paul Nash, Muirhead Bone and Wyndham Lewis.
 
Bron: firstworldwar.com

William Orpen [ en.wikipedia.org ]

spektakel & vervreemding

Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band (1967) van The Beatles
La Société du spectacle (1967) van Guy Debord
Play Time (1967) van Jacques Tati

Gisteren werd ik extra attent gemaakt op de beroemde klassieker La Société du spectacle van Guy Debord doordat twee heel verschillende draden elkaar raakten. Naar aanleiding van het 49-jarige jubileum van Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band had ik zojuist gelezen in Revolution in the Head (1994) van Ian MacDonald. In deze veel geprezen biografie van Beatles songs wordt diep ingegaan op de betekenis van A day in the life.

Ik las het volgende: “At one level, A day in the life concerns all the alienating effects of “the media”. On another, it looks beyond what the Situationists calles “the society of the Spectacle” to the poetic consiousness invoked by the anarchic wall slogan of May 1968 in Paris.

Even later las ik in het kleinste kamertje van ons huis een tekst op de Filosofie Scheurkalender waarin ook verwezen werd naar het boek van Debord. Langs heel verschillende wegen kwam de spektakelmaatschappij naar mij toe, afgezien van het feit dat ik er vrijwel voortdurend in ondergedompeld ben en aan probeer te ontsnappen.

Beatles
Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band kruipt dicht tegen de massabeeldcultuur aan maar wijst tegelijkertijd naar een poëtisch alternatief.
De hoes van Sgt. Peppers is een soort selfie van de spektakelmaatschappij.

Het is waarschijnlijk geen toeval dat La Société du spectacle en Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band in 1967 verschenen. Er is nog een ander artistiek product uit 1967 dat past in de thematiek van de moderne massaconsumptiemaatschappij, namelijk de film Play Time van Jacques Tati. Halverwege de jaren zestig werd duidelijk hoe sterk de invloed van de massabeeldcultuur op onze geest is. In de kunst gaf pop art een commentaar dat op zijn minst dubbel genoemd mag worden: aan de ene kant was er een kritische houding maar aan de andere kant omhelsden en verheerlijkten pop art kunstenaars de massabeeldcultuur.

Play Time
still uit Play Time (1967)

In Play Time geeft Jacques Tati een speels-filosofisch commentaar. Net als in Mon Oncle laat hij zijn typetje meneer Hulot verwonderd rondwandelen in de moderniteit. Tati houdt zich daarbij verre van moralisme of anti-globalistisch chagrijn. Wél laat hij in even concrete als hilarische situaties zien welke vervreemding er is tussen de mens en zijn modernistische leefomgeving. Ook The Beatles kiezen natuurlijk voor het speelse. Voor Sgt. Peppers spelen ze een soort maskerade en hijsen ze zich in pakken uit de carnavalsshop en worden omgeven door een bont gezelschap. De hoes van Sgt. Peppers is een soort selfie van de spektakelmaatschappij.

Tati laat meneer Hulot verwonderd rondwandelen in de moderniteit. Hij houdt zich daarbij verre van moralisme of anti-globalistisch chagrijn.

Zoals Ian MacDonald terecht opmerkt, wijst Sgt. Peppers ook naar een poëtisch alternatief, een vluchtroute IN de werkelijkheid. De vervreemding biedt namelijk ook kansen. In navolging van het citaat van Novalis wordt in Sgt. Peppers het alledaagse leven in de consumptiemaatschappij geromantiseerd. “Doordat ik het banale een verheven betekenis, het gewone een geheimzinnig aanzien, het bekende de waardigheid van het onbekende, het eindige de schijn van oneindigheid geef, romantiseer ik het.” Natuurlijk lukt dat wat beter als je de mogelijkheden hebt om daar uit te breken met geestverruimende middelen en reizen naar India.

Maarten Doorman merkt tijdens zijn college Het romantische bewustzijn op dat de hippiebeweging een laatste opleving is van de romantiek. De bloemenkinderen verzetten zich aanvankelijk nog tegen de kapitalistische consumptiemaatschappij en vinden een poëtische uitweg. Maar de Facebookgeneratie van vijftig jaar later is volledig in de tang genomen. De verticale grensoverschrijding van Novalis die in 1967 nog volop beleefd wordt, heeft in 2016 plaats gemaakt voor horizontaal surfgedrag, van de ene piek(ervaring) naar de andere piek(ervaring).

De oceaan van het world wide web is uitgestrekter dan ooit en dijt iedere dag verder uit. Maar over het algemeen heeft deze de diepgang van een soepbord gekregen. Door ’68-ers (waaronder Debord) zou deze ontwikkeling gehekeld worden. Maar niet door hedendaagse schrijvers als Alessandero Baricco. In Barbaren legt hij zich erbij neer dat ons “oude bewustzijn” door de massacultuur muteert naar een “nieuw bewustzijn”. We hoppen over het horizontale vlak van het ene spektakel naar het andere. Wat zou daar mis mee zijn?

La Société du SpectacleLa Société du Spectacle (1967)
Dit boek moet gelezen worden in de wetenschap dat het welbewust geschreven is met de bedoeling de spectaculaire maatschappij schade te berokkenen. Het heeft nooit iets verkondigd wat buitensporig is“. Zo besluit Guy Debord (1931-1994) zijn voorwoord uit 1992 bij de derde Franse editie van De spektakelmaatschappij. Dit boek verscheen voor het eerst in 1967 als theoretisch geschrift van de Situationistische Internationale, aan de vooravond van de troebelen van mei 1968, waarin deze organisatie na tien jaar van niet aflatende agitatie en compromisloze kritiek een verregaande invloed had. Sindsdien is het boek, dat met recht en reden ‘Het Kapitaal van de twintigste eeuw’ is genoemd, vele malen herdrukt en in meer dan twaalf talen vertaald; in 1973 werd het door de auteur zelf verfilmd.

De spektakelmaatschappij [ nl.wikipedia.org ] | Play Time [ W&V ]