Vroeger had de leukste oom in onze familie een schavuitensnorretje. Dat had hij afgekeken van Clark Gable. Of van Errol Flynn. Of van Michael Redgrave. Of van Douglas Fairbanks.

Of van Robert Donat. Of van Brian Donlevy. Of van Edgar P. Jacobs, de geestelijk vader van Blake en Mortimer.

Na de oorlog ging het snel bergafwaarts met het Angelsaksische schavuitensnorretje. Net als met het Duitse schavuitensnorretje overigens. Mannen deden niet meer aan gezichtsbeharing. Op een enkele leuke oom na …

De Jack Russell trouwens ook.



In het fin de siècle (1890′s) was er in de kunst grote belangstelling voor het occultisme. In de aantrekkingskracht van het duistere speelde de verleiding een grote rol. Deze werd verzinnebeeld door de vrouw en de slang. Salomé was waarschijnlijk de meest afgebeelde femme fatale aan het einde van de negentiende eeuw. Oscar Wilde schreef een toneelstuk en Gustave Moreau maakte misschien wel de beroemdste afbeelding van haar (L’apparition 1876). Salomé was een geliefd onderwerp omdat het oriëntalisme uit de negentiende eeuw en het fin de siècle elkaar in haar konden ontmoeten.
Salomé was de dochter van Herodias, de vrouw met wie koning Herodes samenleefde. Johannes de Doper had dit afgekeurd en daardoor kwaad bloed gezet bij Herodias. Zij probeerde haar man te bewerken en wilde dat hij Johannes de Doper een kopje kleiner maakte. Maar omdat Johannes de Doper geliefd was bij het volk, durfde Herodes hem niet te doden. Hij liet hem opsluiten. Herodias wachtte intussen haar moment af. 

















