Categorie archief: film

Film noirs op YouTube [ 32 ]

gezien : Force of evil (1948)

Eigenlijk hou ik helemaal niet van misdaadfilms maar voor film noir heb ik een groot zwak. De zwartwit-cinematografie, belichting en het tijdsbeeld zuigen me altijd weer een nieuwe noir binnen. In het public domain staan honderden films waarvan het copyright om verschillende redenen niet verlengd is en die dus legaal via het internet getoond mogen worden, zoals op het YouTube-kanalen Full Moon Matinee en Cult Cinema Classics. In juni kijk ik naar tien film noirs uit de periode 1945-1964.
Vandaag: Force of evil van Abraham Polonsky.

Force of Evil 1948Net als in Odds against tomorrow laat Abraham Polonsky in deze film zijn maatschappelijke engagement zien. Force of Evil is een genadeloze aanklacht tegen het kapitalistische systeem tijdens de hey days van de American Dream. Niet toevallig viel dat samen met de second red scare, de communistenjacht onder senator McCarthy tussen 1947 en 1957. Een politieke film noir met grote gevolgen voor de carrière van Polonsky. In 1951 had Polonsky geweigerd om namen te noemen tegenover het HUAC en werd hij door de filmstudio’s op de zwarte lijst gezet. Meer dan twintig jaar zou hij geen credits meer krijgen. Daarom moest het scenario voor Odds against tomorrow op een andere naam komen. Pas in 1996 kreeg Polonsky de credits waar hij recht op had.

Joe Morse (John Garfield) is een briljante maar moreel conflicterende advocaat en zakenman die betrokken is bij de controle van de zwarte markt van aandelen in New York. Hij werkt voor zijn zwager, Fisher, een corrupte financieel magneet die de markt manipuleert om enorme winsten te maken ten koste van gewone mensen. Joe raakt steeds meer verstrikt in de morele dilemma’s van zijn werk, vooral wanneer hij ontdekt dat de praktijken van Fisher en hun zakenpartners leiden tot het kapotmaken van kleine ondernemers en gewone gezinnen. Zijn idealisme botst met zijn zakelijke loyaliteit en familiebanden. Wanneer Joe’s eigen broer, Leo Morse (Thomas Gomez), een idealistische communist en advocaat, probeert een zaak aan te spannen tegen de corrupte zakenpraktijken, komt Joe voor een zware keuze te staan tussen familie, rechtvaardigheid en persoonlijke belangen.

Intro bij Force of Evil door Eddy Muller op TCM Noir Alley (27 oktober 2019)

Film noirs op YouTube [ 31 ]

gezien: Pickup on South street (1953)

Eigenlijk hou ik helemaal niet van misdaadfilms maar voor film noir heb ik een groot zwak. De zwartwit-cinematografie, belichting en het tijdsbeeld zuigen me altijd weer een nieuwe noir binnen. In het public domain staan honderden films waarvan het copyright om verschillende redenen niet verlengd is en die dus legaal via het internet getoond mogen worden, zoals op het YouTube-kanalen Full Moon Matinee en Cult Cinema Classics. In juni kijk ik naar vijf film noirs uit de periode 1945-1964.
Vandaag: Pickup on South street van Samuel Fuller.

Pickup on South streetIn Pickup on South street (1953) zien we Richard Widmark opnieuw in de rol van kleine crimineel. In Night and the city (1950) speelde hij de oplichter Harry Fabian, in deze film de zakkenroller Skip McCoy. Het decor is verplaatst van Londen naar New York. Samuel Fuller was erg onder de indruk van de Italiaanse neorealistische film en dat is gelijk al te zien in de claustrofobische openingsscene in een volgepakte metro in New York. Toch werd de film bijna volledig in Hollywood opgenomen op sets die waren ontworpen door de veelzijdige art director Lyle Wheeler. De legendarische baas van de FBI, J. Edgar Hoover, maakte bezwaar tegen de wijze waarop zijn geheime agenten in Pickup on South Street gepresenteerd worden.

Zakkenroller Skip McCoy (Richard Widmark) steelt in de metro de portemonnee van Candy (Jean Peters), een jonge vrouw die een pakketje met microfilm bij zich draagt. Wat Skip niet weet, is dat die microfilm geheime overheidsinformatie bevat, bestemd voor communistische agenten. Candy is een onschuldige speelbal in een groter complot. Ze werkt voor haar gewelddadige ex-vriend Joey (Richard Kiley), die banden heeft met een spionagenetwerk. Zowel de FBI als de communisten zitten achter de microfilm aan, en Candy smeekt Skip om de gestolen film terug te geven. Skip, een cynische loner die alleen om geld geeft, ruikt zijn kans om de situatie uit te buiten.De enige persoon die mededogen toont, is Moe (Thelma Ritter), een oudere informante die zowel aan de politie als criminelen informatie verkoopt. Moe weet dat er grotere belangen op het spel staan en probeert Skip te overtuigen om de microfilm niet aan de vijand te verkopen. Uiteindelijk dwingen liefde, loyaliteit en fatale gebeurtenissen Skip om een keuze te maken.

Intro bij Pickup on South street door Eddy Muller op TCM Noir Alley (16 juni 2019)

Tijdreizen met YouTube [ 6 ]

Chicago in de jaren 20 en de klassieke wolkenkrabbers (2)

Als je wilt zien hoe het er honderd jaar geleden in grote wereldsteden uitzag, dan zou je eens een uitstapje kunnen maken naar het YouTube-kanaal van Nass. Hier vind je een verzameling van bijna 300 video’s met ingekleurde historische opnamen van wereldsteden van 1900 tot 1950. Deze keer: Chicago 1929 (2)

Als je foto’s of filmbeelden bekijkt van New York en Chicago uit het eerste kwart van de twintigste eeuw, dan lijkt het alsof de bouwstijlen uit het verleden een soort wondergroeimiddel hebben gekregen. Ze schieten als planten omhoog. Gotische kathedralen worden ook vaak vergeleken met planten, door de vegetatieve vormen en pilaren en pilasters die langs de muren omhoog klimmen. Met steen kon voor de Middeleeuwer een duizelingwekkende hoogte bereikt worden, maar uiteindelijk bleef deze beperkt door het gewicht van steen. De maximale hoogte die voor een stenen toren bereikt kan worden is ongeveer 161 meter. Dat is namelijk de hoogte van de Munster van Ulm, de hoogste gotische torenspits ter wereld.

Chicago 1920s in color

In 1889 liet de Franse ingenieur Gustave Eifel zien dat je met staal nog veel hoger kan bouwen. Aan de overzijde van de Atlantische Oceaan waar de frontier net was opgehouden te bestaan en waar nu “the sky the limit” werd, pakte men dat onmiddellijk op. Als eerst in Chicago waar de grote stadsbrand van 1871 het centrum had platgelegd. Chicago ging nu de hoogte in en werd zo de bakermat van de moderne hoogbouw, die gebaseerd is op een stalen constructie.

Alle vroege wolkenkrabbers in Chicago en New York hebben zo’n stalen skelet, waarover een façade getrokken is in een of andere historische stijl. “U vraagt, wij draaien” was het voor de architecten van het eclecticisme, de verzamelnaam voor het mengelmoesje van historiserende stijlen. In Amerika wordt het meestal Beaux Arts genoemd, omdat dit lekkerder bekt.

De stijl van de Beaux Arts is eigenlijk altijd al een anachronisme geweest. Rond 1860 werd de Beaux Arts populair in Parijs onder Het keizerrijk van Napoleon III. Het Opera Garnier werd hier het grote voorbeeld van. Het is een combinatie van neobarok en rococo, uitgevoerd in een tijdperk waarin stoom, glas en staal de wereld begon te domineren. In Amerika werd Beaux Arts bekend door de wereldtentoonstellingen, met name de Columbian Exposition in Chicago in 1893. De uitbundigheid van deze stijl, ontspoorde regelmatig in een delirium, waarbij de architect net iets teveel torentjes, koepeltje en zuilen aan zijn ontwerp had geplakt. De moderne architectuur keerde zich daarom af van deze pronkerige façade-architectuur.

Een van de grondleggers van de wolkenkrabber, de Amerikaanse architect Louis Sullivan (1866-1924), heeft de klassieke opbouw van de vroeger wolkenkrabber vastgelegd: eerst komt een soort “plint”, een meestal verhoogde eerste verdiepingen, daarop komen vele bouwlagen (een soort “stengel”) waarbij de gevel steeds regelmatig door ramen wordt opengebroken, en tenslotte komt een kroonlijst. De functionele internationale stijl die rond 1940 ontstaat, zal deze indeling loslaten, maar op alle vroege wolkenkrabbers kun je deze indeling toepassen.

Sullivan, die vooral vooral bekend is door zijn beroemde uitspraak form follows function, hield zich zelf overigens niet aan zijn eigen uitspraak. Zijn ontwerpen bestaan uit een functioneel stalen skelet, maar zijn bekleed met terracottapanelen, die vaak rijkelijk geornamenteerd zijn. Alsof hij zich juist schaamde voor de kale constructie. De architecten van de vroege wolkenkrabbers lijken alleemaal aan deze schaamte voor het functionalisme te lijden. Natuurlijk was dit ook een Victoriaanse kwaal uit de negentiende eeuw. Zelfs Gustave Eiffel (zijn toren bleek niets anders dan de constructie zelf!) kon het niet nalaten om in de Eiffeltoren toch wat vormen te gebruiken die niet noodzakelijk waren voor de constructie en als versiering dienden.