Categorie archief: film

groene mannetjes & rode oortjes

gezien op BBC 2: Invaders from Mars (1953)

Sinds 1984 en 2001 achter ons liggen, heeft science fiction voor mij eerder met retro te maken dan met de toekomst. Bij retro hoort nostalgie en in mijn geval zijn dat tv-series als Star Trek, Doctor Who, Blakes Seven en The Six Million Dollar Man.

Invaders from Mars
Invaders from Mars 1953

Op BBC 2 keek ik naar de zestig jaar oude klassieker Invaders from Mars, een knullige en zwaar gedateerde (kinder)film. Maar het is zo heerlijk jaren vijftig met in de hoofdrol een opgewonden elfjarig schoffie vol sproeten dat zo van een voorplaat van the Saturday Evening Post komt. Ufo’s waren tijdens de koude oorlog een aardig alternatief voor de kids en iedereen die de communistenjacht even moe was.

The Thing from another world (1951)

Rosebud [ 1 ]

maandag gezien op BBC 2: Citizen Kane (1941)

CitizenCitzen Kane (1941) is in 1999 uitgeroepen tot de beste film aller tijden en wordt beschouwd als een van de invloedrijkste films uit de geschiedenis. Om dat oordeel niet na te praten en uit eigen overtuiging te kunnen spreken, moet je de film vaak gezien hebben en heel veel andere films uit de jaren daarna. Alleen het analyseren van Citizen Kane en het onderzoeken van zijn invloed op andere films, maakt het al leuk om filmliefhebber te zijn.

Citizen Kane blinkt uit in het originele script, de vernieuwende fotografie en cinematografie en de levendige, humoristische dialogen. Het is een knappe satire op de American way life, met als hoogtepunt het laatste deel van de film dat zich afspeelt op Xanadu , een oversized kitschpaleis dat gemodelleerd is naar Hearst Castle (1919-1947). Voor de Amerikaanse de krantenmagnaat William Randolph Hearst (1863-1951 was het niet moeilijk om zichzelf te herkennen in de fictieve personage Charles Foster Kane (1856-1941).

De film begint in 1941 kort na het overlijden van Charles Foster Kane. Journalisten worden erop uitgestuurd met de opdracht om de betekenis van het woord Rosebud te achterhalen. Dit was het laatste woord dat men Kane hoorde zeggen vlak voordat hij stierf. Uiteenlopende personen die Kane goed gekend hebben, worden bezocht met de vraag wat hij met Rosebud bedoeld zou kunnen hebben. Zo worden episodes uit zijn leven vanuit verschillende perspectieven bekeken. We komen wat uit zijn kinderjaren te weten dankzij de nagelaten memoires van de bankdirecteur Thatcher . Via gesprekken met zijn compagnon Bernstein, zijn beste vriend Leland, zijn ex-vrouw Susan Alexander en tenslotte met zijn butler Raymond kijken we in flash backs terug op de succesvolle carrière van Charles Foster Kane. Deze manier om een verhaal te vertellen, zien we ook terug in The Killers (1946) al worden in deze film noir de verschillende verhalen niet in chronologische volgorde geplaatst.

Alleen het analyseren van Citizen Kane en het onderzoeken van zijn invloed op andere films, maakt het al leuk om filmliefhebber te zijn.

Ik keek ditmaal met extra aandacht naar de art direction. De set decoration van Xanadu is natuurlijk geweldig, maar nu viel mij op dat ook in andere scenes prachtige sets zijn gebouwd met expressionistische overdrijvingen. In de episode die zich afspeelt aan het einde van de negentiende eeuw, wanneer Kane samen met Bernstein en Leland in New York de krant The Inquirer begint, zitten prachtige decors. Zo is het gebouw waarin de The Inquirer gevestigd is een goed voorbeeld van negentiende eeuws eclecticisme. Het gebouw van maar drie verdiepingen zit op een straathoek tussen hogere gebouwen ingeklemd. Historische stijlen zijn net als in Beverly Hills of Las Vegas op een lachwekkende door elkaar heen gegooid. Het lijkt meer op een draaiorgel dan op een gebouw. Precies zo werd er tot het begin van de jaren twintig in New York gebouwd. Het bekendste voorbeeld is het neo-gotische Woolworth Building dat in 1913 het hoogste gebouw ter wereld werd. Alessandro Baricco heeft in zijn boek Barbaren een woord voor dit typisch Amerikaanse cultuurverschijnsel: spectaculariteit.

Tenslotte heb ik weer genoten van de magistrale fotografie en cinematografie. Citizen Kane gebruikt stijlelementen uit de expressionistische film zoals contrast in licht en donker, contrast in close up en totaal, diagonalen en schaduwen. De gouden tijd van de film noir begon niet voor niets kort na het verschijnen van Citizen Kane en duurde tot de late jaren vijftig. Orson Welles maakte overigens ook een van de allerlaatste meesterwerken in de film noir: Touch of Evil. Deze film uit 1958 begint met een ingenieuze boom shot die mij herinnert aan een beroemd shot dat in Citzen Kane tweemaal voorkomt.

El Rancho
still uit het beroemde crane shot

De camera zoomt in op een billboard aan de muur met een blonde zangeres erop, gaat daarna omhoog totdat we over een dak uitkijken. Op het dak staat een framework met grote neonletters EL RANCHO -Floor Show -SUSAN ALEXANDER KANE – Twice Nightly. De camera beweegt zich tussen de tekst EL RANCHO en Floor Show door, komt bij een glazen dakraam, zoomt in op de beslagen ruiten waaronder we een vrouw aan een tafel zien zitten.

Citizen Kane [ filmsite.org ]

imagebuilding

vanaf vanavond om 23.00 op Nederland 1: Mad Men season 5
gelezen in No Logo (1999) van Naomi Klein

Naomi Klein begint het eerste hoofdstuk van No Logo met een citaat uit het boek Confessions of an advertising man uit 1963 van David Ogilvy, een klassieker uit de reclamewereld. Het boek kwam ook even ter sprake in de episode Seven Twenty Three uit het derde seizoen van Mad Men. Roger moppert op de bestseller van Ogilvy en meent dat het een boek is dat iedereen kan schrijven. Een betere titel was volgens hem geweest: A Thousand Reasons I’m so Great.

Mad Men

Ogilvy, Mad Men en No Logo gaan over marketing en hoe reclame ons denken en handelen beïnvloedt. In een historische terugblik laat Naomi Klein in hoofdstuk 1 (A Brand New World) overtuigend zien dat in de post-industriële wereld niet langer de producten centraal staan, maar de beeldvorming bij de producten. En die beeldvorming wordt gemaakt in de reclamewereld. Imago en beeldvorming zijn de eigenlijke producten geworden die de consument krijgt aangeboden. In de jaren veertig begon een reclameman in New York zichzelf niet langer meer als straatventer te zien, maar als de “koning-filosoof van de commerciële cultuur”. (Randall Rothenberg, 1995)

In de jaren veertig begon een reclameman in New York zichzelf niet langer meer als straatventer te zien, maar als de “koning-filosoof van de commerciële cultuur”

General Electric 1920'sVroeger kocht je dingen. In de brand new world koopt de consument merken. Die merken zijn concepten. Zo gaf de legendarische reclameman Bruce Barton in de jaren twintig de merknaam General Motors een corporate identity die de gemiddelde Amerikaan diep in zijn ziel aansprak. Hij maakte van General Motors een metafoor van het Amerikaanse gezin: “persoonlijk, warm en menselijk.” Barton vond dat de de letters GE niet zozeer duidden op het anonieme bedrijf General Electrics, maar op “de initialen van een vriend”.

Terwijl in Europa in de jaren twintig de kracht van mythe en beeldvorming vooral in de politiek werd aangewend, werden in de Verenigde Staten krachtige woorden en beelden gebruikt om de consument te mobiliseren. Want ieder huishouden moest aan een radio, een elektrisch strijkijzer, wasmachine en koelkast. De banken zorgden wel voor krediet.

De tv-serie Mad Men begon in 1960 en is met seizoen vijf aangekomen in 1967. In die tijd begon het steeds duidelijker te worden, dat als je werkelijk een wereldmerk wilde, dat je dan vooral veel geld aan reclame moest uitgeven. In de jaren zestig verdienden reclamejongens in de Verenigde Staten als Sterling Cooper Draper Pryce allemaal bij elkaar een paar miljard dollar. Dat is niets vergeleken met de astronomische bedragen die merken tegenwoordig aan reclame uitgeven. In een grafiek in No Logo is het in één oogopslag te zien: van 50 miljard dollar in 1979 naar het viervoudige in 1998. Na het verschijnen van No Logo in 1999 zal de curve haar steile weg omhoog vervolgd hebben.

madmen.vara.nl | no logo [ en.wikipedia.org ]