Sinds 1984 en 2001 achter ons liggen, heeft science fiction voor mij eerder met retro te maken dan met de toekomst. Bij retro hoort nostalgie en in mijn geval zijn dat tv-series als Star Trek, Doctor Who, Blakes Seven en The Six Million Dollar Man.

Op BBC 2 keek ik naar de zestig jaar oude klassieker Invaders from Mars, een knullige en zwaar gedateerde (kinder)film. Maar het is zo heerlijk jaren vijftig met in de hoofdrol een opgewonden elfjarig schoffie vol sproeten dat zo van een voorplaat van the Saturday Evening Post komt. Ufo’s waren tijdens de koude oorlog een aardig alternatief voor de kids en iedereen die de communistenjacht even moe was.
Citzen Kane (1941) is in 1999 uitgeroepen tot de beste film aller tijden en wordt beschouwd als een van de invloedrijkste films uit de geschiedenis. Om dat oordeel niet na te praten en uit eigen overtuiging te kunnen spreken, moet je de film vaak gezien hebben en heel veel andere films uit de jaren daarna. Alleen het analyseren van Citizen Kane en het onderzoeken van zijn invloed op andere films, maakt het al leuk om filmliefhebber te zijn.
Naomi Klein begint het eerste hoofdstuk van No Logo met een citaat uit het boek 
Vroeger kocht je dingen. In de brand new world koopt de consument merken. Die merken zijn concepten. Zo gaf de legendarische reclameman Bruce Barton in de jaren twintig de merknaam General Motors een corporate identity die de gemiddelde Amerikaan diep in zijn ziel aansprak. Hij maakte van General Motors een metafoor van het Amerikaanse gezin: “persoonlijk, warm en menselijk.” Barton vond dat de de letters GE niet zozeer duidden op het anonieme bedrijf General Electrics, maar op “de initialen van een vriend”. 












