In de Disneyklassieker Mary Poppins uit 1964 zijn speelfilm en tekenfilm geraffineerd in elkaar geschoven. Een van de leukste momenten uit die film is de scene met Dick van Dyke die danst met getekende pinguïns. Deze pinguïns zouden 24 jaar later weer terugkeren in Who framed Roger Rabbit net als veel andere figuren uit de tekenfilmgeschiedenis. De wederzijdse doordringing van tekenfilm en speelfilm gaat in laatstgenoemde film nog verder dan in Mary Poppins. De wereld van de cartoon is namelijk niet alleen getekend maar ook zwaar over the top, vooral als het om leedvermaak gaat. Een burleske slapstick van Laurel en Hardy is een understatement naast het sadistische universum van Tom en Jerry, Bugs Bunny of Tweetie. Voortdurend wordt er door muren en plafonds gevlogen, in afgronden gelazerd, verpletterd en geroosterd. Roger Rabbit overkomt het allemaal en als lijdend voorwerp is hij zo aanstekelijk, dat ook Eddie Valiant (Bob Hoskins) eraan moet geloven. Maar in een tekenfilm heeft een kat wel negentig levens en ook een geroosterd konijn loopt even later weer rond met zwart geblakerde oren en verschroeide snorharen.
Who framed Roger Rabbit is in meerdere opzichten knap gemaakt. Een legertje animators heeft een heel arsenaal tekenfilmcliché’s toegepast. Daarbij is de set decorator ook niet lui geweest; het tijdsbeeld is bijzonder overtuigend gereconstrueerd. Het verhaal speelt zich af in Los Angelos anno 1947. Het is niet alleen de gouden tijd van de tekenfilm, maar ook van de film noir. Het scenario van Who framed Roger Rabbit is eigenlijk een klassiek film noir scenario.
Bron: nl.wikipedia.org
De vamp Jessica Rabbit is duidelijk geïnspireerd door Gilda/Rita Hayworth (1946), misschien wel hét stijlicoon én sekssymbool van de jaren veertig.

Rita Hayworth als Gilda (1946) heeft model gestaan voor de vamp Jessica Rabbit
I„m just drawn that way.
Eddie Valiant: You don’t know how hard it is being a man looking at a woman looking the way you do.
Jessica Rabbit: I’m not bad. I’m just drawn that way.
(meer citaten uit de film)
Omdat er steeds meer kerstfilms komen, beginnen de herhalingen al twee weken voor kerst. Op de Belgische zender Een was zondagmiddag de moeder van alle kerstfilms te zien, It’s a wonderful life uit 1946. Komende maand zal deze zeker nog eens door een of andere buitenlandse zender uitgezonden worden. Zaterdagmiddag keek ik naar de jeugdfilm My Dog Skip die een zelfde touch and feel heeft als eerdergenoemde kerstklassieker. Dat komt vooral omdat het decor in deze films ongeveer gelijk is, een Amerikaans provincieplaatsje in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Alles oogt Amerikaanser dan Amerikaans. Je zou het ook een hoog Norman Rockwell-gehalte kunnen noemen. Voor niet-Amerikanen is dat vaak synoniem met sentimenteel en patriottisch. De Rockwell stereotypen zijn er allemaal: het schoffie, het meisje, de politieagent, de huisvader, de toegewijde moeder, de middenstander, de dronkaard, de grijsaard en natuurlijk ook de kerstman.


De Poolse regisseur en multimediakunstenaar Lech Majewski en de Amerikaanse scenarioschrijver annex kunstkenner Michael Gibson lieten zich inspireren door het schilderij ‘De kruisdraging’ van de Vlaamse schilder 












