Categorie archief: film

sociaal realisme

vannacht werd Novecento (1976) uitgezonden op Nederland 2

Guy VerhofstadtDe keuzefilm bij Zomergasten van de ex-premier van Belgiëhad die van mij kunnen zijn. Samen met La Meglio Gioventú (2003) en Heimat (1984) behoort Novecento tot de beste kronieken die ik ken tegen het decor van de twintigste eeuw. Geschiedenis wordt het beste van binnenuit begrepen. “Van binnenuit” wil zeggen: vanuit de beleving van de hoofdpersonages. In La Meglio Gioventú en Heimat zijn dat broers met totaal verschillende karakters. In Novecento kijken we naar de Italiaanse geschiedenis van 1900 tot 1945 vanuit het perspectief van Alfredo, de zoon van een grootgrondbezitter en Olmo, de onwettige zoon van een boer. De twee jongens worden dikke vrienden, maar in hun sociale positie worden ze als jongvolwassenen door de klassenstrijd uit elkaar gedreven.

Achter de botsende ideologieën woedde een eeuwenoude klassenstrijd.
novecento
Il quarto stato (Giuseppe da Volpedo) 1901
Novecento is een voortzetting van het negentiende eeuwse naturalisme en sociaal realisme met cinematografische middelen

Bertolucci filmt in de traditie van het Italiaans realisme. Net als De Sica en Passolini heeft hij zijn figuranten uit het gewone volk gekozen. De Italiaanse couleur local spat in Novecento van het doek en daarom is het nogal bizar dat er in de film Engels gesproken wordt. Wat de geschiedenis van het fascisme en communisme in Italiëbetreft, wordt mij één ding duidelijk: achter deze botsende ideologieën woedde een eeuwenoude klassenstrijd. Terwijl in de godsdienstoorlogen van de zestiende en zeventiende eeuw het protestantisme en katholicisme elkaar bevochten, stonden in de eerste helft van de twintigste eeuw politieke ideologieën tegenover elkaar. Fascisme en communisme waren een vlak geloof in het binnenwereldlijke, in een beter leven hier op aarde, een zaak om voor te sterven desnoods.

schilderachtige klassenstrijd [ woest & vredig ] | over Bernardo Bertolucci

eenzelvig & onbereikbaar

gezien met Michaela: La solitudine dei numeri primi (2010)

Op de omslag van het droomdebuut van de jonge Italiaanse schrijver Paolo Giordano (*1982) staat een intrigerend zelfportret van de Nederlandse fotografe Mirjam Rooze. Het meisje met de priemende blik deed mij onmiddellijk denken aan Giorgia, het psychisch gestoorde meisje uit La Meglio Gioventú gespeeld door Jasmine Trinca (*1981). Zo was er in mijn hoofd een connectie ontstaan tussen het Italiaanse familie epos van Marco Tullio Giordana en het boek van Paolo Giordano. Misschien had ik daarom ook hoge verwachtingen van de verfilming van La solitudine dei numeri primiMichaela bracht dit weekend de DVD mee naar huis en we keken er gelijk naar. De eenzaamheid van de Priemgetallen is een erg rommelige film geworden, die door de vele timelaps zeer moeilijk te volgen is. Er wordt rap heen en weer gesprongen tussen 1984, 1991, 2001 en 2008 waardoor the coming of age story hopeloos ten onder gaat. Regisseur Saverio Costanzo lijkt een flitsende partyscene vol hypnotiserende trance en lichteffecten te hebben ingelast om de vele trage scenes te compenseren. De finale is uitgesproken langdradig. Lees het boek!

Het boek maakte een paar jaar terug grote indruk door de prachtige schrijfstijl van Giordano die op treffende wijze de onmogelijke liefde van twee beschadigde adolescenten tot uiting bracht. Regisseur Saverio Costanzo besloot zich daar echter niets van aan te trekken en de structuur van het boek helemaal om te gooien. Dat is de slechtste beslissing die de filmmakers hadden kunnen nemen, juist omdat het verhaal van Giordano zo zorgvuldig is opgebouwd. Waar het boek begint met een proloog die laat zien waarom Alice en Mattia zich gedragen zoals ze doen, husselt de film met de chronologie waardoor de kijker zich voortdurend afvraagt waarom die twee hoofdpersonages toch zo vreemd zijn. De identificatie met Alice en Mattia, die in het boek zo sterk aanwezig was, verdwijnt dan ook volledig in de verfilming en dat is natuurlijk een doodsteek voor elke speelfilm.
 
Bron: filmtotaal.nl

recensie in het Parool | recensie in Trouw | trailer

het vis-à-vis van de angst

gisteren gelezen over de angst in de filosofie van Martin Heidegger
en daarna gekeken naar The Deer Hunter (1978)

Gisteren las ik in de biografie Heidegger en zijn tijd van Rüdiger Safranski over de beroemde §40 van zijn hoofdwerk Sein und Zeit waarin Martin Heidegger de angst analyseert. Laat op de avond werd The Deer Hunter uitgezonden die ik voor de zoveelste keer zag. De scene met het Russische roulette is waarschijnlijk veel bekender dan §40 van Sein und Zeit en maakt in één keer zichtbaar waar het bij Heidegger om gaat: Zijn of niet zijn.

John Savage in The Deer Hunter
to be or not to be
John Savage in The Deer Hunter
wat overblijft als het bestaan
door het koude vuur van de angst is gegaan, is het niets.
Voor de angst zinkt alles in al zijn naaktheid ter aarde, ontdaan van iedere betekenis. De angst is soeverein, hij kan bij het minste of geringste bezit van ons nemen. Hoe zou hij ook niet, want het eigenlijke vis-à-vis van de angst is het niets. Voor wie angst heeft, heeft de wereld niets meer te bieden, net zo min als het medebestaan van anderen. De angst duldt geen andere goden naast zich, hij verenkelt zich in twee opzichten: hij verbreekt de band met de medemensen en hij maakt dat de enkeling uit de vertrouwde betrekkingen tot de wereld valt. De angst confronteert het bestaan met het naakte dat van de wereld en van het eigen zelf. Maar wat overblijft als het bestaan door het koude vuur van de angst is gegaan, is het niets. Door wat de angst heeft verbrand is de gloeikern van het bestaan blootgelegd: het vrij zijn voor de vrijheid zichzelf te kiezen en zichzelf aan te pakken.
 
Uit: Heidegger en zijn tijd, Uitgeverij Contact 1995, vertaling: Mark Wildschut