Vorige maand was ik onder de indruk van La Meglio Gioventu, een Italiaanse familiekroniek die zich afspeelt tussen 1966 en de tegenwoordige tijd. Het riep bij mij de herinneringen op aan het epos Novecento dat ik een jaar of twintig geleden voor het laatst zag. Anders dan La Meglio Gioventu is Novecento typisch Italiaanse cinema met veel schilderachtige fotografie. De cinematografie is die van het brede gebaar, dus met veel pans. Ook al is de landstreek waar de film zich afspeelt van een indrukwekkende saaiheid (een dijk langs rijen aangeplante bomen), door de atmosferische opnamen krijgt het iets verhevens en tijdloos. Eigenlijk wel jammer dat de film in het engels is opgenomen.

Sommige beelden uit Novecento zouden bijna uit een communistische propagandafilm kunnen komen: close ups van getekende boerenkoppen en wapperende rode vlaggen. Bernardo Bertolucci heeft van zijn rotsvaste geloof in het socialisme dan ook nooit een geheim willen maken. De fascisten zijn in zijn film ondubbelzinnig de slechterikken. In de linkse jaren van polarisatie toen Novecento werd opgenomen (1976) had men met dit zwart-witbeeld dan ook helemaal geen moeite.
Bron: rug.nl
Una giornata particolare
Afgelopen weekend deed NRC Handelsblad Una giornata particolare (1977) van Ettore Scola aan zijn lezers cadeau. Net als in Novecento vormt het fascisme in deze film een decor. Maar terwijl Bertolucci met Novecento ook een politiek pamflet heeft gemaakt, is Scola’s film een indringend verhaal geworden over twee mensen die de gevangenen zijn van de omstandigheden en troost vinden bij elkaar.
Una giornata particolare
Het verhaal is doodsimpel: Professor Immanuel Rath is een leraar aan het gymnasium en een typisch negentiende eeuwse autoriteit (in de scenes die zich afspelen in het leslokaal klinkt vele malen “Setzen sie sich!”) en dus ook een bewaker van normen en waarden. Wanneer hij ontdekt dat een van zijn leerlingen foto’s bij zich heeft van het varietétheater Der Blaue Engel , besluit hij hen ‘s avonds te volgen en ze ter plekke te betrappen. Varieté is in zijn ogen lichtzinnig en past niet in zijn Bildungsideal. In Der Blaue Engel ontmoet hij het zangeresje Lola Lola en valt als een blok voor haar. Daarmee begint zijn eigen ondergang. De autoriteit probeert zich nog staande te houden maar heeft zich door het seksuele roofdier eigenlijk al laten verslinden. 
Babelsberg, ein ehemaliges Fabrikgelände, wird seit 1912 für die Filmproduktion genutzt. Die Bioscop, eine kleine Berliner Filmfirma, kauft 1911 das große Areal, baut an das alte Fabrikgebäude ein neues Glasatelier an und produziert dort 1912 den ersten Film: Der Totentanz (RE: Urban Gad). Hauptdarstellerin ist der erste große europäische Filmstar Asta Nielsen. Durch ihr zurückhaltendes Spiel vor der Kamera erhebt die Nielsen das junge Medium Film zur seriösen Kunst. In Erdgeist (1923; RE: Leopold Jessner) zeigt sich die Dänin in ein raffiniertes Fransentuch gehüllt, das als Tischdecke auch ihre Berliner Wohnung zierte und heute in der Ausstellung zu sehen ist.













