Categorie archief: film

een Rus in Italië [ 2 ]

gezien op VHS: Nostalghia (1983) van Andrei Tarkovski

NostalghiaOnbetwiste meesters van de filmkunst leveren per definitie auteursfilms af. Of ze nu een boek verfilmen of zelf een script schrijven, het publiek herkent de hand van de meester onmiddellijk. Dat geldt voor Silence van Martin Scorcese, misschien wel zijn meest persoonlijke film waarin religie een centrale rol speelt. Bij Tarkovski stond religie al vanaf zijn eerste meesterwerk Andrei Rublev (1966) in het middelpunt en in zijn laatste film Offret (1986) ging het nog steeds over religie.

Nostalghia is Tarkovski‘s voorlaatste film en misschien wel zijn meest persoonlijke film. Samen met scenarist Tonino Guerra (1920-2012) schreef hij aan het begin van de jaren tachtig het script. De hoofdpersoon is de Russische schrijver Andrei Gorchakov in wie we een alter ego kunnen zien van Tarkovski. Gorchakov werkt aan een studie over een Russische componist uit de achttiende eeuw in Italië en verblijft daarom zelf ook in dat land. Net als zijn studieobject lijdt hij in Italië aan heimwee naar zijn vaderland. Tarkovski leefde de laatste jaren van zijn leven in ballingschap in Europa. Heimwee naar het vaderland was voor hem dan ook een actueel onderwerp.Tarkovski verbindt het specifieke heimwee naar Rusland met het verlangen naar huis als universeel religieus thema.

Tarkovski verbindt het specifieke heimwee naar Rusland met het verlangen naar huis als universeel religieus thema.

Gorchakov leeft in Italië samen met zijn vrouwelijke tolk Eugenia. Hun relatie lijkt zuiver platonisch. Ze noemt hem een heilige, een zonderlinge man die iets zoekt wat de meeste mannen niet zoeken. Bij het kuuroord waar ze verblijven ontmoet hij Domenico, een geestverwant die net als hij op zoek is naar iets dat alle grenzen overstijgt. Domenico is een dorpsgek maar ook een roepende in de woestijn. Tegen Gorchakov zegt hij dat hij zijn gezin wilde redden en ze daarom zeven jaar lang in een kelder heeft opgesloten. Daarna zag hij dat dit niet genoeg was. Hij wil nu alle mensen redden. Daarvoor moet iemand met een kaars door het bad van de heilige Catharina lopen.

Nostalghia
still uit Nostalghia (1983)

De rol van Domenico wordt gespeeld door de Zweedse acteur Erland Josephson die drie jaar later in Offret de hoofdrol zal spelen. Ook daar speelt hij een man die een offer brengt. Wie goed oplet merkt dat er tussen Nostalghia en Offret allerlei parallellen lopen. Zo spreekt Domenico al over het in brand steken van je huis. Het huis is een telkens terugkerende metafoor in het werk van Tarkovski. Het staat voor onze bestemming maar ook voor onze gebondenheid aan bezit. In het laatste beeld uit Nostalghia versmelten Rusland en Italië in één beeld: Italië als het land van ruïnes en Rusland als het land van herinnering.

Een Rus in Italië [ 1 ]

een Rus in Italië [ 1 ]

gisteren een begin gemaakt aan Nostalghia (1983) van Andrei Tarkovski

NostalghiaNet als de films van Ingmar Bergman (1918-2007) gelden de films van Andrei Tarkovski (1932-1986) als moeilijke films. Voor het grote publiek blijft het oeuvre van Bergman en Tarkovski een gesloten boek maar voor een selecte groep cinefielen en filmcritici wereldwijd zijn ze het neusje van de zalm. Dat een bepaalde mate van ontoegankelijkheid grote aantrekkingskracht heeft op de elite lijkt een natuurwet. Natuurlijk kun je je met een voorliefde voor moeilijke en ontoegankelijke kunst onderscheiden van de massa, maar dat verklaart niet waarom Bergman en Tarkovski door de elite in het hart gesloten worden. De kijker moet bij de lange takes en traagheid van Tarkovski een offer brengen en alleen door dat offer kunnen er geheimen prijsgegeven worden en krijgt de beschouwer toegang. Voor wie dat offer teveel (tijd) kost, blijft het waarschijnlijk een trage, vervelende, onduidelijke film.

Nostalghia
still uit Nostalghia (1983)

Tarkovski was zichzelf zeer bewust van de betekenis van het offer. In zijn twee laatste films Nostalghia (1983) en Offret (1986) die hij in ballingschap in resp. Italië en Zweden maakte, staat het brengen van een offer door de hoofdfiguur centraal. Het onderwerp religie wordt door Tarkovski in een vorm gegoten waar de intellectueel niet voor terugdeinst. Zijn vertelling is dichterlijk, suggestief, gelaagd en raadselachtig en trekt een soort damp rond de kijker op die hem in contact brengt met het ondefinieerbare dat zijn intellect overstijgt.

In zijn beschouwingen over filmkunst die hij publiceerde in de bundel De verzegelde tijd (1977) schrijft Tarkovski dat de lange takes nodig zijn om de werkelijke tijd in de filmische tijd toe te laten. In de meeste films wordt de tijd vernietigd, wordt het wachten ingedikt tot een beeld van wachten. Maar Tarkovski ziet het levensgrote belang van wachten in en haalt het wachten binnen in zijn films als een offer dat hij van zijn publiek vraagt.

In een volgende aflevering meer over de film Nostalghia.

Nostalghia [ imdb.com ]

Miklós Rózsa 110

vandaag is het de 110e geboortedag van Miklós Rózsa

Vandaag is het 110 jaar geleden dat in Boedapest een van de grootste filmcomponisten van de 20e eeuw geboren werd. Miklós Rózsa schreef tussen 1937 en 1994 scores voor bijna honderd films, eerst in Europa, daarna in de Verenigde Staten. Jungle Book (1942) was de eerste Amerikaanse film waarvoor hij de muziek schreef. Hij werd de huiscomponist voor MGM. In 1946 won hij zijn eerste oscar voor de score van Spellbound en vier jaar later zijn tweede voor A double Life. Zijn derde oscar kreeg hij voor de soundtrack bij Ben Hur (1959). Mijn favoriete scores: Double Indemnity (een oscar nominatie in 1945) en vooral El Cid (een oscar nominatie in 1962). Het gevoelige love theme (the falcon and the dove) uit El Cid contrasteert met het doorgaans bombastische werk van Rózsa.

Double Indemnity
Double Indemnity (1944)
Ben Hur
Ben Hur (1959)

Rózsa schreef tussen 1951 en 1961 epische filmmuziek voor spektakelfilms als Quo Vadis (1951), Ivanhoe (1952), Julius Caesar (1953), Ben Hur (1959), King of Kings (1961) en El Cid (1961). Het monumentale karakter van de laatste drie films werd gevisualiseerd in monumentale typografie.

El Cid
El Cid (1961)

Miklós RózsaMiklós Rózsa (1907-1995)
Hij kreeg op 5-jarige leeftijd viool- en altvioollessen van zijn oom Lajos Berkovits in zijn geboortestad. Berkovits was lid van het orkest van de Koninklijke Hongaarse opera. Van zijn moeder, die een collega van Béla Bartók aan het conservatorium in Boedapest geweest was, leerde hij pianospelen. Op het gymnasium werd hij voorzitter van het “Ferenc Liszt-gezelschap” en zette zich voor de uitvoering van eigentijdse Hongaarse muziek in. De familie had een eigen huis in Nagylóc, noordelijk van Boedapest. Daar kwam hij met muziek van de plattelandsbevolking (boeren en zigeuners) in contact. Aldaar musiceerde hij met muzikanten en verzamelde melodieën. Op 7-jarige leeftijd schreef hij zijn eerste kleine stukken. Van 1925 tot 1929 bezocht hij de Felix Mendelssohnschool voor muziek en theater te Leipzig en studeerde compositie bij Hermann Grabner, alsook aan de Universiteit Leipzig musicologie bij Theodor Kroyer. In 1929 gingen zijn Noord-Hongaarse Boerenliederen en -dansen, voor viool en orkest, op.5a in première.
 
Bron: nl.wikipedia.org

The Miklós Rózsa Treasury (1949–1968) [ filmscoremonthly.com ]