Op 27 september 1810 werden de Franse troepen van maarschalk André Masséna (1758-1817) in de Serra do Buçaco verslagen door het Anglo-Portugese leger onder het opperbevel van Arthur Wellesley, eerste hertog van Wellington. Ondanks deze overwinning was het Anglo-Portugese leger toch gedwongen zich terug te trekken voor de overmacht van het revolutionaire Franse leger. Wellington trok daarna zijn troepen samen bij Torres Vedras ten noorden van Lissabon achter een reeks versterkte linies. Deze grootschalige militaire operatie had grote gevolgen voor de bevolking van de hele regio rond Torres Vedras. Tienduizenden Portugezen moesten hun huizen verlaten waarna Wellintong in de geëvacueerde regio de tactiek van de verschroeide aarde toepaste. De Fransen konden zich daardoor niet meer bevoorraden wanneer ze de Portugese hoofdstad wilden innemen.
Toen het werk klaar was, stonden er 600 kanonnen en 152 forten langs twee linies tussen de zee en de rivier de Taag. De ene was 46 km lang en liep van de monding van de Sizandra, ten westen van Torres Vedras, naar Alhandra, ten zuiden van Vila Franca de Xira, De tweede liep achter de eerste tot aan de zee en was 39 km lang. Een korte derde linie was bedoeld voor het geval men zich op schepen zou moeten terugtrekken. Een vierde linie werd ten zuiden van de stad aangelegd om bescherming te bieden tegen een invasie van zee.
Bron: wikipedia.org
Deze situatie vormt het toneel van het Portugese drama Linhas de Wellington (2012). In Nederland is deze verschrikkelijke episode uit de Napoleontische oorlogen nauwelijks bekend, maar op de Portugese geschiedenis heeft deze strijd die op eigen grondgebied uitgevochten werd, dezelfde impact als de Tweede Wereldoorlog of Tachtigjarige Oorlog op onze vaderlandse geschiedenis.
Linhas de Wellington was in 2014 de Portugese inzending voor de oscar voor de beste buitenlandse film maar werd niet genomineerd. De film duurt lang en is daardoor meer geschikt als miniserie. De fotografie van art director André Szankowski en het product design zijn fenomenaal.

In een brief aan aan Gabriele Piccolomini schreef Leonardo da Vinci de beroemde zin: “Noi tutti siamo esiliati viventi entro le cornice di una strano quadro. Chi sa questo vive da grande, gli altri sono insetti.” (Wij zijn alle ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overige zijn insecten.) Godfried Bomans gebruikte deze als motto van Erik of het klein insectenboek en fantaseerde volgens het inzicht van Da Vinci een hele wereld binnen de lijst van het schilderij van de Wollewei. 
Jeugdsentiment leert mij dat uitgemolken onderwerpen als twee boeven die door twee politieagenten achterna gezeten worden of een taartengevecht mij ooit in vuur en vlam konden zetten. Pippi Langkous is een compilatie van situaties die na ons tiende levensjaar sleets geworden zijn, maar superleuk zijn als je acht of negen bent. In 1972 was ik negen jaar oud. Van de films uit 1969 en 1970 was een 21-delige televisieserie gemaakt die in het voorjaar van 1972 op de Nederlandse televisie werd uitgezonden. Naar elke aflevering keek ik een week lang uit. De vale kleuren uit 1969 heb ik nooit gezien, want wij zagen Pippi thuis in hetzelfde zwart-wit als de lachfilmpjes uit Comedy Capers.
Ander jeugdsentiment kwam ik daarna tegen op de Vlaamse zender Een. The Aristocats heb ik nooit gezien, maar door de Aristocats-plaatjes die ik in 1972 verzamelde, had ik kennis gemaakt met de katten uit deze Disneyfilm. Ik vond de plaatjes heel mooi, vooral de achtergronden in aquarelverf. Het is nog een klassieke tekenfilm gemaakt in de geest van de jaren zestig. De film werd in 1970 uitgebracht en het was de laatste tekenfilm waar Walt Disney vlak voor zijn dood in 1966 nog zijn goedkeuring aan gaf. De sfeer, maar natuurlijk ook het thema, doet sterk denken aan 













