Categorie archief: Frankrijk
allons, enfants
de componist van het Franse volkslied
In de Jura merk je niet veel van Quatorze Juillet. De plaatselijke oorlogsmonumenten zijn weliswaar voorzien van tricoleres, maar een feestdag? Misschien sparen de Fransen hun energie voor morgenavond als ze in Moskou wereldkampioen voetbal worden? In ieder geval was de nationale Feestdag voor mij een aanleiding om in Lons-le-Saunier het geboortehuis van Claude Joseph Rouget de Lisle te bezoeken, nu een klein museum. De componist van het Franse volkslied was in de winter van 1791/1792 officier in een garnizoen dat in Straatsburg gelegerd was.

Het is algemeen bekend dat dit revolutionaire strijdlied zijn naam kreeg doordat garnizoenen uit Marseille dit zongen terwijl ze naar Parijs marcheerden. Maar het werd geschreven in Straatsburg in april 1792. Rouget de Lisle was bevriend met Dietrich, de burgemeester van Straatsburg, die bekend was met het muzikale talent van zijn vriend. In zijn Portraits de Révolutionnaires schrijft Alphonse de Lamartine over de geboorte van de Marseillaise.

Op de avond van 25 april 1792, terwijl er hongersnood heerste in Straatsburg , zei Dietrich tegen zijn vriend “L’abondance manque à nos festins: mais qu’importe, si l’enthpusiasme ne manque pas à nos fêtes civiques et le courage aux coeurs de nos soldats? J’ai encore une dernière bluteille de vin dans mon cellier.” tegen een van zijn dochters zei hij ” Qu’on l’apporte et buvons-la à la liberté et à la patrie! Strasbourg doit avoir bientôt une cérémonie patriotique: il faut que De Lisle puise dans ces dernières gouttes un de ces hymnes qui portent dans l’âme du peuple l’ivresse d’où il a jailli.”
Rouget de Lisle kreeg dus van de burgemeester van Straatsburg de opdracht een lied te componeren “dat de volksziel in de roes brengt waaruit dit lied is opgeborreld.” Patriottischer kun je het niet verwoorden. De vonk vloog over en in de nacht van 25 op 26 april 1792 componeerde Rouget de Lisle het Chant de guerre de l’Armee du Rhin dat in dde zomer van 1792 massaal bekend zou worden onder een andere naam: de Marseillaise.
koningin zoekt boerderij
De Zonnekoning was al zeventig jaar dood toen de koningin van Frankrijk, Marie Antoinette, in de tuin van Versailles haar droom liet realiseren: een boerendorpje waar ze zichzelf letterlijk even kon bevrijden van het knellende korset van het protocol. Hier kon ze even vrij adem halen, van een geïdealiseerd boerenleven genieten en met haar koninklijke handen de koeien melken of de (geparfumeerde!) schapen hoeden. Een boerderij op Versailles, Lodewijk XIV zou zich omdraaien in zijn graf.

… ontmoeting tussen rococo en romantiek …
En toch had de stichter van Versailles onbedoeld de aanzet hiertoe gegeven. Hij was de bedenker van een hofcultuur waarin hij de complete adel van Frankrijk in een soort bijenkorf gevangen hield en deze vervolgens om hem heen liet zwermen. Wie het best zijn rol speelde, werd beloond door bijvoorbeeld ‘s morgens aanwezig te mogen zijn tijdens het koninklijk toilet. Er ontstonden ontelbare regels die de etiquette aan het hof bepaalden en waarin iedereen zat ingesponnen. Het korset van de dames was een materialisatie van dat andere korset: de etiquette. Degenen die zich het beste aanpasten, hadden de meeste kansen om op Versailles te overleven én om hogerop te komen.
Deze hofcultuur waarbij alles draaide om de rol die men behoorde te spelen, moest wel tot een heftige reactie leiden. Versailles was in feite een theater en de hovelingen waren de acteurs. De mens zou door een mens in opstand komen tegen dit nepleven. Die mens heette Jean-Jacques Rousseau. De wal had voor hem het schip gekeerd. De Franse cultuur, die inmiddels de toenmalige beschaafde wereld in zijn greep had gekregen, was overgecultiveerd geworden en moest terug naar de natuur.
Het appèl van Rousseau vond overal gehoor. In de jaren zeventig van de achttiende eeuw nam zijn invloed steeds meer toe en toen hij in 1778 stierf, brak er een Rousseau-mania uit. Marie Antoinette was toen 23 jaar en al acht jaar gekneed aan het hof van Versailles. Ze droeg belachelijk hoge kapsels die in de tweede helft van de jaren zeventig mode waren geworden. De rol van koningin die ze vanaf 1775 moest spelen, was de hoogste rol die er voor een vrouw was en dus een voorbeeld voor alle andere vrouwen aan het hof.
In 1775 had ze van haar gemaal Lodewijk XVI het Petit Trianon cadeau gekregen, een klein paleisje dat op afstand lag van het grote paleis van Versailles. Door zich daarin terug te trekken, kon ze ook afstand nemen van alle etiquette waarin het leven aan het hof van Versailles verstrikt was. Na 1780 ging er een andere wind waaien. De ideeën van Rousseau en andere Verlichtingsdenkers kregen steeds meer invloed. Ook de koningin van Frankrijk wilde terug naar de natuur.

De afkeer van het protocol aan het hof van Versailles en de terugkeer naar de natuur zouden er komen. Rond 1785 werd achter het Petit Trianon een Engelse tuin aangelegd met daarin een pittoresk boerendorpje. Het telt een tiental huizen waaronder een watermolen (die verder geen functie heeft), een schapenstal en een boerderij. Of Marie-Antoinette nu een authentiek mens was geworden, valt te betwijfelen. Ze speelde nu gewoon af en toe ook een andere rol, die van boerin.

Bron: arte.tv
















