Categorie archief: Frankrijk

blonde onschuld uit 1965

Onschuldige liedje van France Gall blijft mij ontroeren

Luisterend naar de top 2000 kwam vanmiddag op 1383 France Gall voorbij met Poupee de cire, poupee de son. Ik heb mijn hele leven al een zwak voor dit lieve liedje, waar ik toch ook iets onmiskenbaar dramatisch-Frans (of Frans-dramatisch) in hoor. Het is geschreven door Serge Gainsbourg, in Nederland vooral bekend van Je t’aime-‚ moi non plus (op nummer 1729 dit jaar)

Gall

Het jonge ding kwam tijdens het Songfestival in 1965 ( bleef het maar eeuwig 1965, toen was ik twee en de wereld nog een paradijs ) voor Luxemburg uit en won. France Gall heb ik nooit bij toppop gezien en weet pas sinds vanmiddag dankzij Google hoe ze eruit zag: het ultieme toppopmeisje (of bloemenmeisje, hippiemeisje, enz…) Type Michelle Philips van de mamas and the papas. In Frankrijk schijnt ze nog steeds een fenomeen te zijn. Op een van haar fansites vond ik deze schattige foto’s.

Gall
France Gall stemt net als Brigit Bardot
Partij voor de Dieren

Poupee de cire, poupee de son

Je suis une poupe de cire
Une poupe de son
Mon coeur est grav dans mes chansons
Poupe de cire poupe de son
Suis-je meilleure suis-je pire
Qu’une poupe de salon
Je vois la vie en rose bonbon
Poupe de cire poupe de son

Mes disques sont un miroir
Dans lequel chacun peut me voir
Je suis partout la fois
Brise en mille clats de voix

Autour de moi j’entends rire
Les poupes de chiffon
Celles qui dansent sur mes chansons
Poupe de cire poupe de son

Elles se laissent sduire
Pour un oui pour un non
L’amour n’est pas que dans les chansons
Poupe de cire poupe de son

Mes disques sont un miroir
Dans lequel chacun peut me voir
Je suis partout la fois
Brise en mille clats de voix

Seule parfois je soupire
Je me dis quoi bon
Chanter ainsi l’amour sans raison
Sans rien connatre des garons

Je n’suis qu’une poupe de cire
Qu’une poupe de son
Sous le soleil de mes cheveux blonds
Poupe de cire poupe de son

Mais un jour je vivrai mes chansons
Poupe de cire poupe de son
Sans craindre la chaleur des garons
Poupe de cire poupe de son

ik heb nog steeds geen idee waar het plaatje over gaat, maar vroeger zongen wij dit mee op de radio als “poep in de zee, poep in de zon”.
(reactie op top2000.radio2.nl)

France Gall [ wikipedia ]

Franse Passie

Courbet, Daubigny, Monet: Franse schilderkunst in Nederlands bezit
Centraal Museum Utrecht, 11 november 2006 t/m 11 maart 2007

Gisteren besteedde ik aandacht aan de tentoonstelling Van Corot tot Cézanne twee jaar geleden in het Haags Gemeentemuseum. Helaas heb ik deze toen moeten missen. Maar gelukkig is er nu weer een tentoonstelling van negentiende eeuwse Franse schilders in het Centraal Museum Utrecht: Franse Passie. Deze draait nog tot 11 maart 2007, maar ik kan hem beter maar gelijk gaan zien.

Daubigny
Daubigny, l’Ile d’amour, 1852
bruikleen Van Baaren collectie

Veel nieuws toont deze tentoonstelling overigens niet, want het zijn allemaal werken uit Nederlands bezit. Het grootste deel van de getoonde schilderijen komt uit de Van Baaren collectie(zie kader). Maar alleen al voor bovenstaande Daubigny die permanent in het Centraal Museum hangt, heb ik een reisje Utrecht over.

Rond 1830 trokken de eerste kunstenaars naar de landelijke gebieden rond Parijs om in de open lucht te gaan schilderen. In „Franse Passie„ zijn werken te zien van bijvoorbeeld Charles Daubigny en Theodore Rousseau. Meerdere kunstenaars schilderden vanaf de jaren zestig niet langer het geïdealiseerde landschap, zoals het aan de academies werd onderwezen, maar gaven een „impressie„ van de natuur. Daarnaast zijn er in „Franse Passie„ werken te zien van de meer klassieke „salon- en genreschilderkunst„, met kunstenaars als Bouguereau en Bonvin. Modernistische ontwikkelingen in de Franse schilderkunst zijn te zien in de werken van o.a. Monet, Signac, Gauguin, Cézanne, Sisley en anderen. „Franse Passie„ toont ca. 120 schilderijen van 55 kunstenaars uit de periode ca. 1830 tot 1900.
 
Bron: centraalmuseum.nl

Van Baaren collectie
Josephina Francisca van Baaren (1890-1959) en haar broer Lambertus Hendricus van Baaren (1888-1964) verzamelden tussen 1925 en 1964 ongeveer 420 kunstvoorwerpen, bestemd voor hun woonhuis aan de Utrechtse Oudegracht. Rond de 120 schilderijen in hun collectie zijn van Franse meesters. Sinds 1980 beheert het Centraal Museum de Van Baaren Collectie, die vooral wat betreft de Franse negentiende-eeuwse schilderkunst een belangrijke aanvulling op de collectie vormt. Veel meer Nederlandse privé-collectioneurs hebben werk van Franse meesters aangekocht in de negentiende en vroeg twintigste eeuw. Ze zijn zo van grote betekenis geweest voor de aanwezigheid van Franse schilderkunst in Nederlandse musea. Een groot aantal van deze werken is te zien in Franse Passie.

Iets over de restyling van centraalmuseum.nl
Op 6 oktober heeft de website van het Centraal Museum Utrecht een restyling ondergaan. Musea met moderne kunst in hun collectie volgen vrijwel allemaal een soort anti-design en dat leidt tot een zekere inteelt. In elk marktsegment is dat eigenlijk onvermijdelijk, maar bij veel websites over hedendaagse kunst treedt het wel erg storend op de voorgrond: moedwillige doorbreking van tekstblokken door kaders of lijnen, vaak harde kleuren of een opzettelijke pixellook. Ook de typografie is vaak bewust elementair gehouden. Het ‘no-nonsense design’ van de website van het Stedelijk Museum Amsterdam is zo helder en transparant dat het design zich prettig op de achtergrond houdt, maar op de website van het Centraal Museum Utrecht dringt het design zich teveel op.

nieuwe klanken [2]

pianowerken van Claude Debussy (1862-1918)

Claude DebussyIn bijna elk inleidend stuk dat je over Claude Debussy leest, wordt gerefereerd aan zijn bezoek aan het paviljoen van Nederlands-Indiëop de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1889 waar hij in de ban raakte van een gamelan-orkest. We zijn nu gewend aan het verschijnsel wereldmuziek, maar in 1889 was de West-Europese muziek nog gesloten en volgde haar eigen traditie. In navolging van Chopin hadden in de tweede helft van de negentiende eeuw vooral de Russische componisten interesse getoond voor de eigen volksmuziek en deze in hun composities verwerkt. Zo waren er al invloeden uit de Slavische cultuur de Westerse muziek binnengestroomd.

Debussy stond in zijn vroege werk sterk onder invloed van Moessorgsky en vooral de opera Boris Godoenov maakte diepe indruk op hem. Vanaf 1890 begint er bij hem een nieuw geluid door te klinken. De Suite Bergamasque bestaat uit de delen Prélude, Menuet, Clair de Lune, en Passepied en markeert het begin van een ontwikkeling die uiteindelijk zal uitmonden in de zogenaamde nieuwe pianistiek. Met het werk Estampes uit 1903 is de doorbraak definitief een feit. Estampes bestaat uit de delen Pagodes, La soirée dans Grenade en Jardins sous la pluie. In het eerste deel Pagodes hoor je onmiskenbaar oosterse klanken. Debussy was de gamelan uit 1889 niet vergeten… Overigens was het Maurice Ravel die claimde de nieuwe pianistiek te hebben geïntroduceerd met zijn compositie Jeux d’eau uit 1901, zie nieuwe klanken [1]

Eén, soms wat te veel benadrukt aspect van zijn stijl, is het impressionisme. Deze term duidde aanvankelijk op een school van Franse kunstenaars die haar bloeiperiode had van 1880 tot het einde van de negentiende eeuw.
Het impressionisme in de muziek staat voor een benadering die is gericht op het weergeven van stemmingen en zintuiglijke indrukken, met harmonie en klankkleur als belangrijkste middelen. Het im­pressionisme is dus een soort programmamuziek, maar verschilt van de mees­te programmamuziek omdat het niet de uitdrukking van diepe emoties of de uitbeelding van een verhaal tot doel heeft. Het wil alleen een bepaalde stem­ming oproepen, een vluchtige sfeer of beleving. Suggestieve titels en verwijzingen naar natuurlijke geluiden, een ‘zwevend’ ritme, karakteristieke flarden melodisch materiaal en dergelijke moeten dit streven ondersteunen. Daarnaast gaat het bij impressionisme om de zinspeling en het understatement. In zeke­re zin is het de antithese van het uitgesproken, energieke en diepgravende expressionisme van de romantiek.
 
Verscheidene vroege invloeden hebben bijgedragen tot de vorming van Debussy’s stijl. Tot de directe achtergrond behoorden César Franck, Saint ­Saëns en de spitsvondige en originele Emmanuel Chabrier (1841-1894); maar contemporaine kunstenaars bepaalden waarschijnlijk evenzeer De­bussy’s overwegingen. Andere invloeden waren Wagner, Moessorgski, Grieg en na 1900 Ravel. Enkele technische aspecten van de impressionistische stijl hadden hun pre­cedenten in het werk van Chopin en dat van Liszt. Van de Franse traditie erfde Debussy zijn fijngevoeligheid, zijn aristocratische smaak en zijn anti-romantische visie op de functie van muziek. In zijn laatste werken wend­de hij zich met hernieuwde overtuiging tot het erfgoed van Couperin en Ra­meau.
 
Bron: kunstbus.nl

Pianowerken van Claude Debussy in mijn collectie
Deux Arabesques (1888)
Petite Suite (1889)
Suite bergamasque (1890)
(including Prélude, Menuet, Clair de Lune, and Passepied)
Rêverie (1890)
Valse romantique (1890)
Nocturne (1892)
Pour Le Piano (1899)
Estampes (1903)
L’Isle Joyeuse (1904)
Images, sets one and two (1905, 1907)
(a very notable piece being Reflets dans l’eau)
Children’s Corner Suite (1909)
Préludes, book one and two (1910-1913)
(including La Fille aux Cheveux de Lin, La Cathédrale Engloutie and Canope )
La plus que lente (valse pour piano) (1910)
Etudes, book one and two (1915)

uitvoering: Gordon Fergus-Thomson en Paul Crossley