Bron: Milo Lambers donderdag 22 december in Trouw
Op mijn zestiende vond ik ska wel cool…
Vandaag op nummer
1067: Show me the way (1976) van Peter Frampton
1021: Love is all (1975) van Roger Glover & Guests
980: Night boat to Cairo (1979) van Madness
945: Uncertain smile (1983) van The The
914: Make me smile (1975) van Steve Harley & Cockney Rebel
Samen met Blue Monday van New Order een van mijn favourieten dat jaar
De walkman was een uitvinding van SONY, sinds jaar en dag de aartsvijand van Philips, dat in 1963 het cassettebandje introduceerde. Kinderen die nu een jaar of tien zijn, hebben geen flauw idee wat dat plastic ding met wieltjes is, laat staan dat ze snappen waarom je er soms een potlood bij nodig had. Hoe snel en resoluut het bandje uit ons leven verdwenen is. wordt duidelijk als je de verkoopcijfers erbij pakt: vijftig tot honderd miljard werden er wereldwijd verkocht. (Als je die allemaal op elkaar stapelt, schijn je twee tot vier keer de afstand van hier naar de maan te overbruggen.)
Bron: Maarten Vermeulen in het Nederlands Dagblad, 28 december 2011

De Top 2000 is behalve muziek ook nostalgie. Zo komt het ook dat iedereen zijn eigen hoekje in de Top 2000 heeft. De zestigplussers horen graag de singles terug uit de jaren zestig en de jongeren horen het liefst de mp3′s van nu. En een late veertiger als ik, die van 1975 tot 1983 intensief de hitlijst volgde, hoort graag muziek uit de tweede helft van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Waarom? Niet omdat deze muziek beter is dan de andere, maar vooral omdat bij het horen van de platen uit die tijd herinneringen naar boven komen uit de jaren tussen mijn twaalfde en twintigste. Volgens de bioloog Midas Dekkers is dat dé periode in een mensenleven waarin popmuziek belangrijker is dan op welke leeftijd dan ook. Ik geloof dat ik het met hem eens ben. Daarom een selectie van platen tussen 1975 en 1983.












