Categorie archief: muziek

Yesterday once more [ 1 ]

Luisteren naar de Top 2000 (1975-1983)

Top PopDe Top 2000 is behalve muziek ook nostalgie. Zo komt het ook dat iedereen zijn eigen hoekje in de Top 2000 heeft. De zestigplussers horen graag de singles terug uit de jaren zestig en de jongeren horen het liefst de mp3′s van nu. En een late veertiger als ik, die van 1975 tot 1983 intensief de hitlijst volgde, hoort graag muziek uit de tweede helft van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Waarom? Niet omdat deze muziek beter is dan de andere, maar vooral omdat bij het horen van de platen uit die tijd herinneringen naar boven komen uit de jaren tussen mijn twaalfde en twintigste. Volgens de bioloog Midas Dekkers is dat dé periode in een mensenleven waarin popmuziek belangrijker is dan op welke leeftijd dan ook. Ik geloof dat ik het met hem eens ben. Daarom een selectie van platen tussen 1975 en 1983.

Agfa bandje 1974
opnemen van de radio was goedkoper dan singles kopen; mijn allereerste cassettebandje (mei 1974) in hard jaren zeventig oranje.

Vandaag op nummer
1966: Sailor (1975) van Sailor
1903: Zoek jezelf broeder (1975) van Het Simplisties Verbond
1895: Winter in America (1976) van Doug Ashdown
1861: Fame (1976) van David Bowie
1877: Copacabana (1978) van Barry Manilow

Zoek jezelf broeder (1975)
van Het Simplisties Verbond
Ik verstond: “wat moet je met Dianne Stok?” Van een Januskop had ik op mijn twaalfde nog nooit gehoord.
Uit het onlangs verschenen boek De Muziek Zegt Alles waarin wetenschappers onder aanvoering van Douwe Draaisma, Huub Wijfjes en Ad Vingerhoets de Top 2000 verklaren, blijkt dat de gemiddelde leeftijd van de stemmer rond de 47 en 48 jaar ligt. Hits uit de jaren zeventig doen de luisteraars denken aan hun eerste platenspelertje, schoolfeesten en jeugdliefdes. Nostalgie lijkt dan ook de basis van de hoge noteringen van Queen & Co.
 
Bron: Milo Lambers donderdag 22 december in Trouw

top2011.radio2.nl/lijst

“hoogste en zuiverste schoonheid”

geluisterd en gekeken naar het Vioolconcert in D van Beethoven
door Thomas Zehetmair en de Radio Kamer Filharmonie

Thomas ZehetmairOp 10 september j.l. speelde de Radio Kamer Filharmonie o.l.v. Thomas Zehetmair tijdens de zaterdagmatinee het Vioolconcert in D opus 61 van Ludwig van Beethoven. Vorige week werd het ‘s avonds laat uitgezonden in het programma nps podium. Ik pakte na het luisteren het XYZ der Muziek (eerste druk 1936) van Casper Höweler erbij. Zijn beschrijving van Beethovens vioolconcert komt tegenwoordig nogal hijgerig op ons over. Na 75 jaar klinkt Höweler’s taal ouderwets. Maar het vioolconcert uit 1806 dat hij beschrijft, is nog veel ouder en spreekt voor ons ook een taal die we zelf niet meer spreken. Een zin als “…ondoorgrondelijke dragers van hoogste en zuiverste schoonheid, wier zeldzaam geheim wel nooit ontraadseld zal worden.” staat in feite dichter bij Beethovens tijd als de onze. Beethoven leefde in de tijd van het geniale en het sublieme en wij leven in een tijd van relativisme en vervlakking.

Na vier zachte paukenslagen op de centrale toon D van het eerste deel zet de hobo het vredige hoofdthema in, begeleid door de overige houtblazers. Wij zijn dan ingesteld op de toonsoort D groot, maar nu intoneren de violen die wonderlijke Dis, die bovendien zo eigenaardig oplost in een Cis, een verrassing die nog herhaaldelijk terugkeert. Nu worden gewone toonladders of gedeelten daarvan en dito drieklanken door de toverstaf van het ritme tot wonderen van melodische schoonheid. Eerst dan heft de solist aan, in een snelle stijging naar een kort triolenthema, dat bijna dadelijk weer verzinkt, nogmaals omhoog stuwt, en dan in een zachte, gedragen wijs zingt van onuitsprekelijke tederheid en gelukzaligheid. Het gehele stuk door worden eenvoudige middelen, in een overgeleverd vormschema, tot ondoorgrondelijke dragers van hoogste en zuiverste schoonheid, wier zeldzaam geheim wel nooit ontraadseld zal worden. Misschien nog wonderlijker is, dat in dit moeilijk te spelen stuk een sfeer van eenzaamheid en wijze rust de boventoon heeft. Hier is het virtuoze volkomen vergeestelijkt.
 
Bron: Casper Höweler in het XYZ der Muziek, 1936
Vioolconcert in D van Beethoven
met solist Thomas Zehetmair
Hier is het virtuoze volkomen vergeestelijkt.

Casper Höweler over
het vioolconcert in D van Beethoven

Lange tijd leidde het Vioolconcert van Beethoven een slapend bestaan. Vrijwel geen violist waagde zich aan de voor die tijd reusachtig moeilijke solopartij. Pas toen een halve eeuw na Beethovens dood de meesterviolist Joseph Joachim er zijn licht op liet schijnen is het een en al glorie met dit werk. Een statisticus heeft eens berekend dat het tegenwoordig gemiddeld elke dag wel ergens wordt gespeeld… De uitmuntende Oostenrijkse violist Thomas Zehetmair soleert en dirigeert tegelijk.
 
Bron: npspodium.nps.nl

Het vioolconcert in D groot, Op. 61 van Ludwig van Beethoven is één van de bekendste en meest gespeelde vioolconcerten uit het late classicisme. Het werd in 1806 geschreven en ging op 23 december van dat jaar in première in het Theater an der Wien in Wenen. Beethoven schreef het stuk voor zijn collega Franz Clement, die het stuk ook voor het eerst uitvoerde samen met Beethoven als dirigent. Echter werd de eerste druk van het stuk in 1808 aan Beethovens vriend Stephan von Breuning opgedragen. Het concert werd niet goed ontvangen en werd in de jaren daarna weinig meer uitgevoerd. (Bron:nl.wikipedia.org)

Big Jim & Hank the Knife

wat ben je groot! – Herinneringen aan 1975

Big JimEen vriendje van mij had in 1975 een Big Jim pop. Die zag er tamelijk opgeblazen uit, maar het was toch geen opblaaspop. Als je Jim uit de doos haalde, droeg hij alleen een boxer short. De fabrikant wilde wel graag dat Jim aangekleed werd, dus bestond er een hele garderobe voor Jim. Zo had je een judopak(je) voor Jim, een tennistenue(tje), een kaki safaripak(je) en een commandopak(je). Er was zelfs een wit kostuum(pje) leverbaar voor een romantisch rendez-vous(tje) met Barbie bij het buurmeisje. Aan mij was dat allemaal niet besteed. Want ik had Hank.

Mijn held Hank the Knife was altijd strak gekleed in een zwart pak, droeg een penose zonnebril en een six string bass. Dat zwarte pak was voor mij vertrouwd, want ik kwam immers uit Veenendaal. Vlak voor mijn twaalfde verjaardag werd Hank mijn held. Guitar King was in het voorjaar van 1975 de hitparade binnengevlogen en voor mij was het onmiddellijk duidelijk dat er een band was tussen Hank, de Guitar King en mijzelf.

The Guitar King - Stan the Gunman
The Guitar King en Stan the Gunman (1975)

Als je Hank net als Jim in een doos met alleen een boxer short aan had moeten verkopen, was je er gegarandeerd mee blijven zitten. Hank was in werkelijkheid een schriel mannetje. Maar zijn gangster imago en zijn riffs maakte op mij als kersverse twaalfjarige veel meer indruk dan het luie biologische kapitaal van Jim. Kleren maken de man. En woorden de guitar king en the gunman.

Hank the Knife & The Jets kwamen in april 1975 met een dijk van een single: Guitar King. Ik hoorde het nummer voor het eerst in d’Olde Heerd. Pé Hawinkels zat aan de bar toen Guitar King op de radio werd uitgezonden. Ik vond het lekker stampende muziek. De bas dreunde in je lichaam. Het was natuurlijk wel vaker vertoond, maar toch vond ik het spannend: een bas in de hoofdrol. stak zonder zijn ogen af te wenden van het boek dat hij las, zijn vinger op en zei: “Hoor je? Arnhem.”
 
Thomas Verbogt in: Herfst in het oosten