Steve Harley & Cockney Rebel Make me smile 1975
Ik zat in ‘de zesde klas van de lagere school’ (zoals groep acht van de basisschool toen nog heette) toen in het voorjaar van 1975 Steve Harley met lange jas en bolhoed in Toppop verscheen. Omdat ik toen al een verzamelaar was, had ik het jaar daarvoor met mijn verjaardag een cassetterecorder gekregen. Het ding klonk blikkerig en had een ingebouwde microfoon zodat je deze voor de radio moest plaatsen en je adem in moest houden bij iedere opname.

Gelukkig kreeg ik in 1975 van sinterklaas, omdat ik als brugklasser zo’n fraai kerstrapport had afgeleverd, een Philips cassetterecorder met een metertje erin en een kabel zodat ik veel betere opnamen kon maken. Make me smile (Come up and see me) was een van de eerste nummers die ik met dat apparaat heb ingeblikt. Om heel precies te zijn: dat was op tweede kerstdag 1975 tijdens de uitzending van de top 100. Steve Harley stond daarin op een 63e plaats.
Make me smile
You’ve done it all, you’ve broken every code
And pulled the rebel to the floor
You spoilt the game, no matter what you say
For only metal – what a bore!
Blue eyes, blue eyes, how come you tell so many lies?Come up and see me, make me smile
Or do what you want, run on wildThere’s nothing left, all gone and run away
Maybe you’ll tarry for a while
It’s just a test, a game for us to play
Win or lose, it’s hard to smile
Resist, resist, it’s from yourself you have to hideCome up and see me, make me smile
Or do what you want, run on wildThere ain’t no more, you’ve taken everything
From my believe in Mother Earth
How can you ignore my faith in everything
When I know what Faith is and what it’s worth
Away, away, and don’t say maybe you’ll tryCome up and see me, make me smile
Or do what you want, run on wild
Johanna van Castilië huwde op 20 oktober 1496 met Filips de Schone in de Sint-Gummaruskerk in Lier. Na de dood van een aantal familieleden, haar enige broer Juan, haar oudste zus koningin Isabella van Portugal en dier zoon Miguel werd zij in 1502 door de Cortes erkend als troonopvolgster van de Spaanse koninkrijken Castilië en Aragón. Na haar moeders dood in november 1504 werd ze koningin van Castilië, maar bleek ongeschikt om te regeren. Deze taak werd waargenomen door haar vader Ferdinand en daarna voor korte tijd door haar man Filips. Tot op heden bestaat er in Lier een groot gebouw, genaamd Hof van Aragón.
Reeds tijdens haar verblijf in de Nederlanden, toen zij haar echtgenoot Filips achterna gereisd was, vertoonde Johanna tekenen van onevenwichtig gedrag, maar toen Filips in september 1506 stierf, raakte zij geestelijk volledig de weg kwijt. Zijn lijk werd gebalsemd en in een loden kist gelegd, die Johanna in haar slaapkamer liet plaatsen. Elke ochtend liet ze de kist openen in de hoop dat Filips tot leven zou zijn gekomen. Ook als zij op reis ging nam ze het lijk van haar echtgenoot met zich mee. Uiteindelijk werd Johanna krankzinnig verklaard en haar vader, Ferdinand, wist haar ervan te overtuigen dat Filips moest worden begraven. Ze werd opgesloten in een kasteel te Tordesillas, waar zij ook verbleef tijdens het bewind van haar zoon Karel V (in Spanje Karel I), die haar koel en liefdeloos behandelde. Tijdens de opstand van de comunidades in Castiliëin 1520 werd zij even door de steden als koningin erkend, maar toen de opstand nog hetzelfde jaar werd onderdrukt, bleef zij voorgoed in dezelfde vesting opgesloten. Zij leefde nog heel lang in totale afzondering, tot zij er in 1555 overleed. Officieel is ze steeds koningin van Castilië gebleven.













