in de reeks ‘Vroeger was alles beter’
Het is voor de luisteraar erg verleidelijk en gemakkelijk om vroeger als beter te beschouwen. Aan vroeger weet je wat je hebt. Vroeger is klaar, het verandert niet meer, het is wat het is, take it or leave it. Je kiest er je favoriete meesterwerken uit, je dierbare net-niet meesterwerken, plus nog wat ditjes en datjes, want het moet wel een beetje gezellig blijven. De rest negeer je gewoon. Geen haan die ernaar kraait. Vroeger is namelijk meer selectie, constructie en interpretatie dan realiteit.Ik koester en wantrouw mijn vroeger in gelijke mate. Zijn de opwindendste premières niet die waarbij je, omdat je te laat geboren bent, eenvoudig niet aanwezig kán zijn? Stel dat ik in de zaal had gezeten, op die beruchte 29ste mei 1913, toen in het spiksplinternieuwe Théàtre des Champs-Elysées „Le sacre du printemps„ in première ging. Wie had er niet bij willen zijn? Dankzij de beschrijvingen van zowel de muzikale uitvoering als de bijbehorende choreografie van Nizjinski hebben we van deze roemruchte première een beeld dat in gedetailleerdheid de herinnering aan vele, zo niet alle door ons lijfelijk bijgewoonde concerten verre overtreft.
het verandert niet meer,
het is wat het is,
take it or leave it.

Vertelde gebeurtenissen zijn mooier dan echte gebeurtenissen, foto’s zijn betoverender dan de gefotografeerde werkelijkheid, opnamen zijn magischer dan reële klanken, mits stammend uit een vroeger dat zich aan of over „de rand van ons geheugen„ bevindt, daar waar het stof van de geschiedenis definitief is neergedaald.
Aan de hoogbejaarde Stravinsky werd ooit de vraag gesteld of het componeren tegenwoordig moeilijker was dan vroeger. Ja, luidde zijn antwoord. Maar, voegde hij eraan toe, dat is het altijd al geweest.
Zo is het ook met de muziek van vroeger. Ja, die was beter. En dat zal zij altijd en eeuwig blijven. De toekomst is aan vroeger.
Bron: trouw.nl
vroeger was alles beter
We leven in doemdenkende tijden. De een voorspelt de rappe ondergang van de planeet dankzij de klimaatverandering. De ander maakt zich zorgen over de seksualisering van de samenleving, of weet zeker dat het onderwijspeil schrikbarend is gedaald. Vroeger, kortom, was alles beter. Of toch niet?
auteurspagina van Elmer Schönberger bij uitgeverij j.M. Meulenhoff
Revolution in the Head met daarin een analyse van alle 178 Beatles songs verscheen voor het eerst in 1994 en is sindsdien een onmisbaar standaardwerk geworden. McDonald stierf in augustus 2003 terwijl de derde druk nog in voorbereiding was, bijna een jaar na het overlijden van George Harisson. Als naslagwerk heeft de derde druk uit 2005 nu een vaste plek gekregen bij mij naast de Beatles LP’s onder mijn draaitafel. Elk Beatlesnummer wordt door McDonald van zowel historisch als muziektechnisch commentaar voorzien en daarbij komen de gegevens over de bezetting en opnamedata. McDonald oogste ook kritiek met zijn benadering. Alles wat er na 1970 in de muziek gebeurd is, blijft voor hem slechts een verwerking van wat er in het decennium daarvoor gemaakt is. Ik vind dat trouwens wel een aantrekkelijke tunnelvisie. De popmuziek uit de sixties is waarschijnlijk de invloedrijkste uitdrukkingsvorm van de counter culture, die sindsdien mainstream is geworden voor bijna iedereen die na 1945 geboren is. En die tegencultuur was doordrenkt van geestverruimende middelen die de revolution in the head een handje hielpen.
Het psychedelische jaar 1967 kwam niet zomaar uit de lucht vallen. In de eerste helft van de zestiger jaren waren de voortekenen al zichtbaar. Voor The Beatles zorgden Rubber Soul (1965) en Revolver (1966) voor de grote ommekeer, de weg naar binnen. Ook heel letterlijk. De reden waarom de band vanaf eind 1965 de studio indook had een even praktische als banale oorzaak. Door de constante massahysterie in het publiek konden ze zichzelf niet meer horen spelen! De weg naar binnen werd paradoxaal ook een weg naar buiten, een ontdekkingsreis door onbekende werelden met tangerine trees and 













