In november 2001 stuurde Michaela mij deze CD, die ik de laatste dagen weer aan het beluisteren ben. Het begint en eindigt met het schitterende Parce mihi, Domine van Cristóbal de Morales uitgevoerd door Jan Garbarek en The Hilliard Ensemble.
Het werk dateert uit 1550 en werd in 1993 door de Noorse Jazzsaxofonist Jan Garbarek letterlijk en figuurlijk nieuw leven ingeblazen. De track is o.a. gebruikt voor de film Loving Annabelle (2006).
Parce mihi, Domine
Parce mihi, Domine, nihil enim sunt dies mei.
Quid est homo, quia magnificas eum?
Aut quid apponis erga eum cor tuum?
Visitas eum diluculo et subito probas illum.
Usquequo non parcis mihi, nec dimittis me, ut glutiam salivam meam?
Peccavi, quid faciam tibi, o custos hominum?
Quare posuisti me contrarium tibi, et factus sum mihimetispsi gravis?
Cur non tollis peccatum meum, et quare non aufers iniquitatem meam?
Ecce, nunc in pulvere dormiam, et si mane me quaesieris, non subsistam.

translation:
Spare me, Lord, for my days are as nothing.
What is Man, that you should make so much of us?
Or why should you set your heart upon us?
You visit us at dawn,
and put us to the test at any moment.
Will you not spare me and let me be,
while I swallow my saliva?
If I have sinned, how have I hurt you,
O guardian of mankind?
Why have you set me up as your target,
so that I am now a burden to myself?
Why do you not forgive my sin
and why do you not take away my guilt?
Behold, I shall now lie down in the dust:
if you come looking for me I shall have ceased to exist.
Almost famous is geen realistische film, maar een sprookje. Kleine gebeurtenissen zijn uitvergroot en de anno 1973 niet (meer) zo gemoedelijke sfeer in de Amerikaanse rockscène is bewust geromantiseerd. Toch is het een eerlijke film. Almost famous is Cameron Crowe’s persoonlijke waarheid en bij het vertellen daarvan valt hij niet op leugens te betrappen. Zelfs niet in de scène waarin de beginnende, vijftienjarige popjournalist William Miller (Patrick Fugit) door een stel groupies wordt ontmaagd. Die valt in dezelfde categorie als de scène in High fidelity waarin John Cusack als tweedehands platenhandelaar een liefdesnacht beleeft met een mooie singer-songwriter – de categorie waarin de wens vader is van de gedachte en de grens tussen werkelijkheid en fantasie wat dunner is dan anders. En de waarheid verfraaien is, zoals iedere journalist weet, heel iets anders dan liegen.
Leusink houdt van een enthousiaste Bach. In veel cantates is dat een prima aanpak. Bij cantate 197: “Gott is unsere Zuversicht” krijg je bij Leusink een koor dat bruist van het enthousiasme. Dat enthousiasme hoor je soms wel terug bij Harnoncourt/Leonhardt, maar veel te weinig bij de anderen. Minder geslaagd bij Leusink zijn die koorfragmenten die om een ingetogen karakter vragen. Het openingskoor uit cantate 21: “Ich habe viel Bekümmernis” heeft echt geen dans-tempo nodig. Herreweghe heeft dat uitstekend door.
De goedkope uitvoering (dankzij een enorme oplage van 5 miljoen!) van de cantates van Pieter Jan Leusink voor het Brilliant-label (












