Wanneer je de top 2000 serieus neemt, is het vaak storend dat sommige platen zo laag staan. Maar meestal is het nog storender dat sommige platen zo hoog staan. Om de notering maak ik me eigenlijk nooit zo druk, het gaat om de plaat en niet om zijn positie. Toch vind ik het wel jammer dat de waan van de dag soms zo duidelijk aanwezig is. In deze editie wordt deze vooral vertegenwoordigd door het nummer Rood van Marco Borsato dat op 17 binnenkomt.
Dat populariteit lang niet altijd iets over de kwaliteit en duurzaamheid van een plaat zegt, blijkt wel hieruit: wat hebben La danse de zorba, Waarom heb je me laten staan, Ich bau’dir ein Schloss, Huilen is voor jou te laat en Manuela met elkaar gemeen? Het zijn de best verkochte platen uit resp. 1965, 1967, 1968, 1970 en 1971. La Danse de Zorba van Trio Hellenique is zelfs de best verkochte plaat aller tijden. Maar in deze editie van de top 2000 zie ik hem helemaal niet staan. En ook das Heintje is onvindbaar! Terwijl hij misschien ook op 17 zou zijn binnengekomen als het nu 1968 was geweest. Volkomen begrijpelijk natuurlijk dat deze platen niet meer gedraaid worden. Je vraagt je eigenlijk af wat ons land toen bezield heeft.

Het lijkt me beter om voortaan geen platen van de laatste drie jaar (of nog beter: laatste vijf jaar) in de top 2000 op te nemen. Al weet ik bijna nu al zeker dat Rood volgend jaar ‘een paar plaatsjes’ lager staat. De waan van de dag wordt er in de loop der jaren wel uitgefilterd. Alleen jammer dat het vaak zo lang moeten duren…

Vannacht wordt de top 2000 afgesloten met het Top 2000 concert
In 1973 was ik trouwens nog ongevoelig voor jeugdidolen. Het bleef voornamelijk nog bij TitaTovenaar en Pippi Langkous. Pas later zag ik, als man in wording, wat ik destijds in mijn kinderlijk onbenul voorbij had laten gaan: prachtige klavierleeuwinnen als: Chi Coltrane, Carly Simon en eerder genoemde Linsey de Paul. In een aflevering van Top 2000 a gogo van vorig jaar zag ik een reportage over Chi Coltrane die in de Verenigde Staten werd opgezocht. Ze vertelde iets over de totstandkoming van haar grootste hit
Chi Coltrane is een van de weinige zangeressen uit de hitparade met een échte overtuiging. Ik vraag me soms wat er van haar geworden zou zijn als ze nu begin 20 was geweest. Want met haar face value en stem ben je tegenwoordig een commercieel object dat maximaal geëxploiteerd wordt, kijk maar naar een mega-ster als Britney Spears. Bij Chi gaat het allemaal écht om een hoger doel dan de mooie buitenkant. Een beeldschone jonge vrouw die verrukt en vol vuur over haar eigen uitvaart zingt, is in een hedonistische wereld ondenkbaar, maar Chi méént wat ze zingt. Natuurlijk kun je Go like Elijah lacherig afdoen als ‘de ultieme crematoriumplaat’ maar dan gaat de boodschap wel aan je voorbij.



Als de jaren tussen 1965 en 1975 mijn golden years waren, dan is 1975 hét gouden jaar, het jaar waarin ik de lagere school verwisselde voor de brugklas, het jaar van drie kalverliefdes, het jaar van Paloma Blanca, Love is all (de zingende kikker!), Roll over lay down, Sailing , S.O.S., Voulez vous coucher avec moi ce soir en Bohemian Rapsody. Een greep uit de klassiekers van 1975. En natuurlijk was 1975 het jaar van House for Sale. We waren in de zesde klas (nu groep acht) bezig met het voorbereiden van een musical voor ons afscheid van school, toen House for Sale de hitparade binnenkwam en Margriets stem bleef drie maanden lang schallen over de radio. De rillingen lopen me weer over de rug als ik haar hoor. Wat een stem…













