Categorie archief: natuur

twee “kunstenaarsbergen”

Mathildehöhe (Darmstadt) en Monte Verità (Ascona)

Vakantie gaat bij mij vaak samen met voorpret. Sinds internet 2.0 er is, kun je virtueel op reis gaan, een route uitstippelen via Google Maps, inzoomen met de satelliet en zelfs ter plekke om je heen kijken. Ook al zou de reis tenslotte niet doorgaan of de andere kant opgaan, de voorpret van de virtuele reis pakt niemand je meer af. De route die op dit moment staat uitgestippeld, loopt tussen twee kunstenaarskolonies van de Jahrhundertwende: de Mathildehöhe in Darmstadt en de Monte Verità aan het Lago Maggiore bij Ascona.

Mathildehöhe
de Mathildehöhe in Darmstadt vlak na de voltooiing ruim honderd jaar geleden
Die Künstlerkolonie Mathildehöhe wurde 1899 durch Großherzog Ernst Ludwig von Hessen und bei Rhein (Hessen-Darmstadt) ins Leben gerufen. Unter dem Leitspruch “Mein Hessenland blühe und in ihm die Kunst” erwartete er aus einer Verbindung von Kunst und Handwerk eine wirtschaftliche Belebung für sein Land. Das Ziel der Künstler sollte die Erarbeitung neuzeitlicher und zukunftsweisender Bau- und Wohnformen sein. Dafür berief Ernst-Ludwig als Mäzen die Jugendstilkünstler Peter Behrens, Paul Bürck, Rudolf Bosselt, Hans Christiansen, Ludwig Habich, Patriz Huber und Joseph Maria Olbrich nach Darmstadt.
 
Bron: de.wikipedia.org
Monte Verità
twee boeken over de kunstenaarskolonie Monte Verità met de onvermijdelijke naaktlopers
Von 1900 bis 1920 betrieben Ida Hofmann und Henri Oedekoven auf dem Monte Verità ein vegetarisches Naturheilsanatorium. Mit Rohkosternährung, »Lichtluftkuren« und Sonnenbädern wollten sie ihre Gäste zu einem »naturgemäßen« Leben führen. Sie verfochten hohe Ansprüche und suchten mit Frauenemanzipation, Genossenschaftswesen und Gemeinbesitz ein Modell für ein neues Leben zu schaffen. Unter ihrer Leitung entstand ein Zentrum für Sinnsucher und Lebensreformer, die sich in »Reformkleidern« ablichten ließen. Da sich aber ihre Ziele nicht erfüllten, verließen Ida Hofmann und Henri Oedenkoven 1920 den Monte Verità  und wanderten über Spanien nach Brasilien aus.
 
Bron: limmatverlag.ch

mathildenhoehe.info | monteverita.org

Greatest Show on Earth

de theatrale landschappen van Thomas Cole (1801-1848)
en de Hudson River School

De vader van de Amerikaanse Hudson River School, Thomas Cole, bracht de autonome landschapsschilderkunst van Europa naar Amerika en combineerde deze met de grandeur van het Amerikaanse landschap. Het resultaat was een theatrale landschapsschilderkunst. Cole was net als zijn tijdgenoot Caspar David Friedrich gevoelig voor het ontzagwekkende van de natuur, dat hij vooral in de woeste en ongetemde elementen tot uitdrukking zag komen. Maar terwijl Friedrich de numineuze ervaring verinnerlijkt en versobert, gaan bij Cole alle registers open en geeft hij zich schaamteloos over aan kitscherige rotspartijen en zonsondergangen. Wie overweldigd wordt door de natuur, maakt zich niet meer druk over het onderscheid tussen kunst en kitsch, lijkt hij te willen zeggen.

Thomas Cole
De verdrijving uit het Paradijs, ca. 1828
Thomas Cole
De elementen, ca. 1828
Wie overweldigd wordt door de natuur, maakt zich niet meer druk over het onderscheid tussen kunst en kitsch, lijkt hij te willen zeggen.
Thomas Cole
Na de zondvloed, 1829

In de jaren dertig gaat Thomas Cole zijn landschappen doorspekken met symboliek. Een schilderij als The Voyage of Life uit 1842 laat zien dat eigentijdse new age of fantasy kitsch niets nieuws is.

Thomas Cole
The Voyage of Life, 1842

Toen Thomas Cole in 1848 op 47-jarige leeftijd stierf, werd de vader van de Hudson River School opgevolgd door zijn kroonprins Frederic Edwin Church (1826–1900). In het derde kwart van de negentiende eeuw schilderde deze imposante landschappen waarmee hij in Verenigde Staten én in Europa triomfen vierde. De Hudson River School had van het landschap een circusattractie gemaakt, een Greatest Show on Earth.

Frederic Edwin Church
Frederic Edwin Church
Heart of the Andes, 1859
Metropolitan Museum New York

Nature and the Sublime