Toen Michaela en ik vorig jaar in de Allgäu waren, uitten we onze verrukking over het landschap soms met de kreet “Wat mooi, net een schilderij!” Landschapsschilderkunst heeft iets paradoxaals. Aan de ene kant is ze een bedrieglijke illusie en valt ze in het niet bij de natuur. Maar aan de andere kant is landschapsschilderkunst een versterking van de natuur. Ze intensiveert de ervaring die oorspronkelijk door het aandachtige oog van de schilder is gegaan. En het oog van de schilder is ook het oog van zijn hart, het puntje van zijn ziel.
De Amerikaanse schilders van de Hudson River School waren verrukt over de machtige natuur die zij in het ongerepte Westen van hun onmetelijke land aantroffen. Het was een Amerikaans arcadië. Sommigen schilders gingen zelfs zo ver om hun schilderijen te bevolken met indianen als waren zij de nieuwe nymfen en saters in het buccolische landschap van de Nieuwe Wereld. Frederic Edwin Church en Albert Bierstadt waren voor mij altijd de bekendste vertegenwoordigers van de Hudson River School. Maar de laatste dagen ben ik ook eens wat beter naar het werk van Sanford Robinson Gifford (1823-1880) gaan kijken. In zijn schilderijen ligt de nadruk op (tegen) licht en atmosfeer. Zijn landschappen doen mij soms denken aan het werk van Italianisanten en de Engelse ‘pre-impressionist’ Joseph William Mallord Turner.


Bron: en.wikipedia.org
sanfordrobinsongifford.org | meer Amerikaanse landschapsschilders
Thomas Cole is de vader van de 















