Categorie archief: natuur

meevliegen [ 1 ]

één met de vogels in Le Peuple Migrateur (2001)

Vorig jaar keek ik met Michaela naar Microcosmos, Le Peuple de l„Herbe (1996), een wonderbaarlijke natuurfilm over de wereld van insecten. Het was een openbaring om te zien welke vreemde, mooie, lieve en wrede wereld zich in het alledaagse van een grasmat verborgen houdt. Dat gevoel een andere wereld te betreden, kreeg ik ook weer bij die andere Franse natuurfilm Le Peuple Migrateur. Vier jaar lang volgden verschillende cameraploegen op zeven continenten de trek van ganzen en andere trekvogels. Door uitgekiende technieken met de camera bevestigd aan allerlei soorten vliegtuig, is het mogelijk geworden door te dringen in het leven van de trekvogels. Het wat theatrale commentaar bij deze documentaire spreekt over ‘een herschepping van de vogel’ en de makers lijken zich ervan bewust dat deze film meer artistiek dan wetenschappelijk gehalte heeft. Meestal vind ik het vanzelfsprekend dat de camera een alziend oog is, maar als ik mij realiseer dat de camera ook een ‘lichaam’ is en verbonden met een cameraman die in deze wereld meebeweegt, dan blijkt deze documentaire een reusachtige prestatie waarvan de eindeloze creditlist aan het einde van deze film ook getuigt.

fragment uit ‘the making of’
meer fragmenten uit de film op youtube
The movie was shot over the course of four years on all seven continents. Shot using in-flight cameras, most of the footage is aerial, and the viewer appears to be flying alongside birds of successive species, especially Canada geese. They traverse every kind of weather and landscape, covering vast distances in a flight for survival.
 
Much of the aerial footage was taken of “tame” birds. The filmmakers raised birds of several species, including storks and pelicans, from birth. The newborn birds imprinted on staff members, and were trained to fly along with the film crews. Several of these species had never been imprinted before. Film was shot from ultralights, paragliders, and hot air balloons, as well as trucks, motorcycles, motorboats, remote-controlled robots, and a French Navy warship.
 
The film states that no special effects were used; however, this is not entirely true. While it is true that no computer-generated imagery (CGI) was used in the filming of the birds, several entirely-CGI shots were used to augment the real-life footage.
 
Bron: en.wikipedia.org

Le Peuple Migrateur [ en.wikipedia.org/wiki ]

het onweerstaanbaar vreeswekkende

Friedrich Nietzsche over ‘crimen laesae majestatis humanae’
en Rudolf Otto over ‘mysterium tremendum ac fascinans’
De neutraliteit van de grote natuur (in de berg, de zee, het woud en de woestijn) bevalt ons, maar slechts voor een korte tijd: daarna worden we ongeduldig. “Willen deze dingen ons dan helemaal niets zeggen? Bestaan wij niet voor ze?” Er ontstaat een gevoel van een crimen laesae majestatis humanae (misdaad tegen de menselijke waardigheid)
 
Friedrich Nietzsche in Also sprach Zarathustra
Mönch am Meer
Caspar David Friedrich
Der Mönch am Meer, 1809-10
“Bei diesem Bild, besonders wenn man es mit anderen aus der Zeit um 1800 vergleicht, tut sich ein Abgrund auf, der sonst oft mit vordergründigen Schönheiten übermalt wird. Dieses Bild ist radikal, es führt bis an ein Ende, wo es nicht mehr weitergeht und sich das Ungeheure zeigt.”

Rüdiger Safranski

Mysterium Tremendum Ac Fascinans

Nieuwe uitgave van Het HeiligeDe fijnzinnige Marburgse theoloog en godsdiensthistoricus Rudolf Otto heeft ons in zijn beroemde boek Das Heilige (1917) een magistrale analyse geschonken van de structuur van dit begrip. Otto begint zijn studie door een originele benaming voor het heilige in te voeren, n.l. het numineuze. Dit begrip is afgeleid van numen, wat in het Latijn oorspronkelijk betekent: de door een knik gegeven wenk of wilsuiting. In numineus zit dus het oncontroleerbare, soevereine karakter van het Heilige. Tevens de gedachte, dat het zich aan rationeel begrip en ethische beoordeling onttrekt. Vervolgens karakteriseert Otto het Heilige als een mysterium tremendum ac fascinans. Deze Latijnse kunstterm is ook buiten de kring van theologen bekend geworden en is met enige uitleg direct doorzichtig. Dat het Heilige een mysterie is (…) behoeft geen nader betoog.

Dit mysterie is naar zijn structuur een soort contrastharmonie, d.w.z. het oefent een invloed uit waarin een polaire spanning zit. Het is tremendum, wat betekent, dat het gevreesd moet worden en dat het een onbeperkt ontzag wakker roept, maar het doet zich ook kennen als fascinans, wat inhoudt dat het onweerstaanbaar bekoort en een onbeschrijfelijke staat van zaligheid (hoogste geluk) schenkt. Otto zelf was blijkbaar zeer gefascineerd door het moment van tremendum in het Heilige. Onvermoeibaar schetst hij de verschillende graden van huivering die de mens voor het bovennatuurlijke voelt, vanaf het kippevel dat ons bekruipt bij een griezelige ervaring, tot aan de sprakeloze aanbidding voor Gods overweldigende soevereiniteit. Daarbij spreidt hij zijn meesterschap ten toon in het fijnzinnig bepalen van de godsdienstige kwaliteitsverschillen. Zo onderkent hij aan het tremendum een aantal aspecten: het totaal andere, het daadkrachtige, het majesteitelijke, het zogenaamde mirum en het sanctum. Het Heilige is om te beginnen totaal anders dan al het wereldlijke en menselijke. Het behoort tot een eigen orde van zijn. Het is verder daadkrachtig, d.w.z. het is geen bleek idee, maar het laat zich gelden, het is een willende macht. In die zin spreekt de Bijbel van een levende God.

FriedrichTen derde vertegenwoordigt het heilige een ‘majestas’, waartegenover de mens zich in het niet voelt zinken. Een welsprekende getuigenis van dit besef kan men in de psalmen aantreffen. Vervolgens het mirum, het wonder: dit slaat de mens met stomme verwondering. Otto, die zijn uiteenzetting van stap tot stap verduidelijkt met prachtige citaten, verwijst hier naar de grenzeloze verbazing die de hoorders beving, toen zij Jezus hoorden prediken, met macht, en niet zoals de schriftgeleerden.

Tenslotte het sanctum. Om te peilen, wat deze notie inhoudt, leze men hoofdstuk zes van de profetieën van Jesaja, waarin de profeet beschrijft, hoe hij in een visioen staat voor Gods verterende heiligheid en zich daarbij bewust wordt van zijn onheiligheid, zijn fouten en schuld. Aan dit hoofdstuk ontleende Vondel het thema voor zijn onsterfelijk schone rei der engelen in Lucifer. Het tegenwicht tot het tremendum vormt het fascinans. Daarvan getuigen alle liederen die in stamelende, opgetogen woorden Gods goedheid bezingen en het hoogste geluk van het geloof willen uitspreken.

(Bron: home.versatel.nl/rudolfotto)

Het Heilige ( De Appelbloesem Pers Amsterdam, 2002 )