Categorie archief: Duitsland

who the * is … ? [ 1 ]

Friedrich Ludwig Zacharias Werner (1768-1823)

In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en alleen daar ben je onsterfelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schrijvers. Immers, wie schrijft die blijft. Zolang we hen blijven lezen en gedenken, leven zij voort. En wanneer ze zijn weggezonken in het collectieve geheugen, kunnen ze met een lemma op wikipedia weer even tot leven worden gewekt.
Vandaag: Zacharias Werner (1768-1823)

WernerIn de biografie over Arthur Schopenhauer van Rüdiger Safranski las ik in het zesde hoofdstuk over Schopenhauers studietijd in Gotha en Weimar in 1807 en 1808. Schopenhauer had de twintig jaar oudere toneelschrijver Zacharias Werner tijdens zijn studie in Gotha leren kennen. Deze is dan al beroemd geworden door een toneelstuk over Luther, Die Weihe der Kraft (1807). Goethe neemt Werner mee naar Weimar waar hij op de beroemde theekrans van Arthur‘s moeder, Johanna Schopenhauer, wordt uitgenodigd. Ook zoon Arthur is van de partij. Safranski schrijft dat niemand van het illustere gezelschap (Goethe, Brentano, Von Arnim, de Schlegels) dat Johanna’s theekrans bezocht, zich later de twintigjarige Schopenhauer herinnert. Behalve Zacharias Werner.

WernerWie is deze Zacharias Werner nu precies? Wikipedia.de is hem niet vergeten. Wat ik boeiend aan deze man vind, is dat hij zich op zijn 42e bekeerde tot het Rooms-katholieke geloof nadat hij carrière had gemaakt als toneelschrijver. Als iemand zijn succes op geeft voor ‘een hoger doel’, dan is er wel iets aan de hand. Werner keert zich om op de weg van het ego en het succes en wordt in 1814 priester in Wenen. Zijn schrijftalent gebruikt hij nu voor zijn preken.

Friedrich Ludwig Zacharias Werner war der einzige Dramatiker der Romantischen Schule, der Bühnenerfolge errang. Kein anderer bildete so sehr die mystischen Elemente und die Schicksalsidee aus wie er. Immer mehr steigerte er sich in eine düstere Phantastik und Dramatik und fand letztlich seinen einzigen Halt in der “ungebrochenen Macht und Herrlichkeit” der katholischen Kirche.
 
Bron: de.wikipedia.org
Alles, was Freund und Feind des Romantischen sich darunter vorstellen, schien sich in ihm zu vereinigen: christliche Frömmigkeit bis zum Märtyrertod, heidnische Mythen und Riten, Liebe als Sexualität, Schwärmerei und Caritas, Geheimgesellschaften sowie nicht-klassische Formkunst.

Gerhard Schulz

Weihe und Kraft
titelblad van Die Weihe der Kraft 1807
in plaats van Werner’s naam wordt vermeld: Verfasser der Söhne des Thales. Na zijn bekering schrijft Werner in 1813 Die Weihe der Unkraft

Zacharias Werner [ de.wikipedia.org ] | Zacharias Werner [ bautz.de ]

Biedermeier-Middeleeuwen [ 2 ]

Moritz von Schwind (1804-1871)
en de fresco’s in Schloss Hohenschwangau

Von SchwindNa ons bezoek aan Schloss Hohenschwangau begin juli waren we vorige week weer even terug in Duitsland. Daar vond ik in een antiquariaat in Bückeburg een boek over Moritz von Schwind die van Maximilliaan II van Beieren de opdracht had gekregen voor zijn kasteel ontwerpen te maken voor fresco’s met middeleeuwse sagen. Op het internet kon ik weinig vinden over deze laat-romantische Oostenrijkse schilder. Maar in het voorwoord van het boek van Friedrich Haack uit 1897 (waarvan ik een derde druk uit 1924 kocht) vond ik een verwijzing naar een oeuvrecatalogus uit 1906. En deze kon ik voor een spotprijsje bestellen bij een ander antiquariaat in Duitsland. Nu heb ik eindelijk een goed overzicht van Von Schwind‘s omvangrijke oeuvre. Schwind, Des Meisters Werke (herausgegeben von Otto Weigmann, Stuttgart/Leipzig, 1906) telt 1265 afbeeldingen van tekeningen, aquarellen, schilderijen en fresco’s. In het Duitse Keizerrijk stond Moritz von Schwind nog zeer hoog aangeschreven. Zijn oeuvrecatalogus verscheen als negende deel in de reeks Klassiker der Kunst nadat Raffael, Rembrandt, Titiaan, Dürer, Rubens, Velasquez en Michelangelo hem waren voorgegaan. Honderd jaar later moeten we vaststellen dat Von Schwind het modernisme niet heeft overleefd. Toch leeft hij voor mij voort in sprookjestuinen en brave fantasy art.

ontwerpen van Von Schwind
ontwerp voor fresco in Schloss Hohenschwangau (1834-1836) voor de kamer met de legende over Karel de Grote

Moritz von Schwind was dertig toen de koning van Beieren hem de opdracht gaf voor de fresco’s in zijn kasteel Hohenschwangau. Hij ontwierp in totaal vijf reeksen voor verschillende kamers: De Wilkinasage in de heldenzaal, de legende van de geboorte van Karel de Grote in de Berchtakamer, scenes uit het ridderleven in de schrijfkamer, Rinaldo en Armida in de slaapkamer en de Autharisage in de Autharikamer.

Hohenschwangau interieur
de Berchtakamer in Schloss Hohenschwangau met muurschilderingen naar een ontwerp van Von Schwind
Der zweite Zyklus behandelt die Legende von der Geburt Karls des Großen, die eine alte Sage in die Reißmühle im Würmtale verlegt. Auf diese lokalgeschichtliche Tradition weist das erste Bild: Bavaria reicht Germania den kleinen Karl, der von ihr mit Szepter und Krone geschmückt wird. Als Erzähler erscheint Aventinus in bischöflichem Gewand, ein kleiner historischer Irrtum, den man dem Romantiker nicht zu sehr verübeln darf. Die Sage vermeldet: Auf einem Jagdzug im Würmtal findet Pippin bei einem Müller die britannische Königstochter Berchta, an deren Stelle ihm der betrügerische Hofmeister die eigne Tochter als Gemahlin zugeführt hatte. Er erkennt sie und erhebt sie zu seiner Gattin. Nachdem an den Schuldigen das Strafgericht vollzogen, führt er Berchta, die inzwischen eines Knäbleins Karl genesen ist, im Triumph auf seine Burg Weihenstephan. Der Darstellung liegt eine Publikation des Freiherrn von Aretin, „Aelteste Sage über die Geburt und Jugend Karls des Großen”, München 1803, zugrunde.
 
Bron: Schwind des Meisters Werke in 1265 Abbildungen, herausgegeben von Otto Weigmann, Stuttgart/Leipzig 1906
Von Schwind
Deze potloodtekening laat goed zien dat Von Schwind de apollinische vormgestrengheid van de meesters uit de Hoogrenaissance nastreefde

Hohenschangau [ castles.org ] | Moritz von Schwind [ de.wikipedia.org ]

moderne visie anno 1843

portretten van de Deense beeldhouwer Bertel Thorvaldsen
door Friedrich W. von Schadow, Carl J. Begas en Friedrich Amerling

Eenvoudige, intieme en ijverig geschilderde Biedermeier portretten kunnen mij soms erg raken. Het portret van de Deense beeldhouwer Bertel Thorvaldsen door de Oostenrijkse schilder Friedrich Amerling (rechtsonder) is een prachtig voorbeeld van zo’n Biedermeier portret. Amerling schilderde de 73-jarige beeldhouwer in 1843, een jaar voor zijn dood, toen de fotografie nog in de kinderschoenen stond. Het portret ademt iets van een Daguerreotypie waarbij de geportretteerde in een bevroren houding de lange sluitertijd trotseert. Het is een droge, maar zeer nauwkeurige registratie.

Thorvaldsen
Bertel Thorvaldsen door Carl Joseph Begas (1794-1854) en Friedrich Amerling (1803-1887) in resp. 1820 en 1843

Wanneer je Amerlings portret vergelijkt met een ander portret van Thorvaldsen, dat ongeveer 23 jaar eerder geschilderd werd door Carl Joseph Begas (linksboven), zie je een heel andere visie. Begas presenteert zijn model hier in een 16e eeuwse setting die associaties oproept met portretten van oude Duitse meesters. Nog een ander portret van Thorvaldsen is geschilderd door Friedrich Wilhelm von Schadow (onder). In 1816 beeldde hij zichzelf af samen met zijn broer Rudolph en de beroemde beeldhouwer. Ook zijn visie is historisch bepaald. Maar het portret van Amerling is eigentijds en loopt vooruit op de objectiviteit, die door de fotografie gerepresenteerd wordt.

Thorvaldsen
Bertel Thorvaldsen (midden) door Friedrich Wilhelm von Schadow (1789-1862) in 1816

Friedrich von Amerling [ nl.wikipedia.org ]