Categorie archief: Duitsland

Celle

heute war ich mit Michaela und ihrer Mutter in Celle
Michaela en Celle
Celle, 21 mei 2008
Celle is de grootste stad bij de Lüneburger Heide, en ligt ongeveer 40 km ten noordoosten van Hannover, 60 km ten noordwesten van Braunschweig, en 120 km ten zuiden van Hamburg. De oppervlakte van het stadsdistrict bedraagt ongeveer 175 km². In Celle mondt van rechts de Lachte en verder stroomopwaarts van links de Fuhse uit in de Aller. De Aller zelf deelt zich in twee armen, die een eiland omsluiten, waarop zich onder andere het havengebied bevindt. De oude binnenstad ligt op de linkeroever. De Aller is vanaf Celle bevaarbaar.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Celle

historische stadskern met Fachwerkbauten

De eerste vermelding van Celle (Kellu, wat nederzetting aan de rivier betekent) dateert van 986, maar dit Kellu was niet het huidige Celle, maar het vier kilometer oostelijker gelegen Altencelle. Al in de 11e eeuw beschikte Celle over muntrecht: munten uit de stad zijn op het eiland Sandoy in de Faeröer teruggevonden. 1292 kan als het jaar van de stichting van de huidige stad gezien worden, omdat hertog Otto de Strenge in dat jaar de burcht en het hof vanuit Altencelle hierheen verplaatste. In 1378 werd Celle de residentie van de hertogen van Saksen-Wittenberg. Vanaf 1433 resideerden er de hertogen van Brunswijk-Lüneburg. Celle was inmiddels een belangrijke handelsplaats op de route tussen Brunswijk en Bremen: goederen konden vanaf hier resp. tot hier per schip worden vervoerd. In de periode 1665-1705 beleefde Celle een bloeiperiode als residentie onder hertog George Willem. In deze periode werden de Franse en Italiaanse tuinen aangelegd en het nog altijd gebruikte barokke slottheater gebouwd. In 1705 stierf de laatste Celler hertog en werd het vorstendom geërfd door de Welfen.

George I van EngelandGeorge Lodewijk werd als George I koning van Engeland. Nog steeds zijn daardoor de banden met Engeland nauwer dan in vele anderen steden van Duitsland. Ter compensatie van het verlies van haar status als residentiestad kreeg Celle verschillende bestuurlijke en juridische instellingen binnen haar grenzen. Tijdens de Kristallnacht van 1938 werd de synagoge van Celle niet geheel verwoest, omdat zich in de nabijheid oude vakwerkhuizen bevonden. De oude binnenstad is overigens ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog gekomen, omdat alleen het stationsgebied werd getroffen door geallieerde luchtbombardementen. De vernietiging van de stad kon worden voorkomen door overgave van de stad aan de Geallieerde troepen in april 1945.

Rezidenzmuzeum Celle

realist

vrijdag gekregen: Adolph von Menzel door Wolfgang Hütt
Ausstellung Adolph von Menzel, Radically Real
Kunsthalle der Hypo-Kulturstiftung München 16 mei – 31 augustus 2008

Gisteren besteedde ik hier aandacht aan het boek van Adam Zamoyski over het Congres van Wenen. Nadat de grote mogendheden de kaart van Europa opnieuw hadden ingevuld, bleef een grote oorlog op Europees grondgebied honderd jaar lang uit. Tegenwoordig zijn veel historici het erover eens geworden dat we de negentiende eeuw niet tussen 1800 en 1900 maar tussen 1815 en 1914 moeten bepalen. Dat is het tijdperk van vooruitgangsoptimisme, industrialisering, nationalisme en imperialisme. Elke negentiende eeuwer kon daarvan getuigen.

Adolph Menzel Een daarvan is de Berlijnse schilder Adolph von Menzel die geboren werd in 1815 en stierf in 1905. Hij heeft het allemaal meegemaakt en tijdens zijn lange leven zijn stad en zijn wereld ingrijpend zien veranderen. Berlijn, de stad waar hij vanaf zijn vijftiende bleef wonen, telde rond 1800 nog 170.000 inwoners. Aan het eind van zijn leven waren dat er met twee miljoen ruim tien keer zoveel geworden. In de eerste helft van zijn leven zag hij de eerste fabrieken en spoorwegen, de eerste foto’s en telegraafverbindingen. Toen hij een oude man was, waren er telefonische verbindingen en elektrisch licht gekomen en verschenen in Berlijn de eerste auto’s op straat. Menzel was bijzonder klein van stuk; hij kwam niet boven de 1.40m uit. Maar ook van binnen bleef hij klein, iedere vorm van grootdoenerij was hem vreemd. De voorstellingen die hij bijvoorbeeld maakte van Frederik de Grote zijn vaak huiselijk en alledaags en missen de grandeur die je bij een staatsschilder zou verwachten.

Anton von Werner
Adolph von Menzel op een schilderij van Anton von Werner uit 1895 tijdens een hofbal in 1878 met keizer Friedrich I als kroonprins. De dwergachtige Menzel verkeerde toen al in de allerhoogste kringen.

Zijn tijdgenoot Anton von Werner met wie Menzel goed bevriend was, maakte wéll de schilderijen die het trotse Pruisische zelfbewustzijn propageerden, zoals het beroemde schilderij van de proclamatie van het Duitse Keizerrijk. Toch werd Adolph von Menzel met zijn alledaagse voorstellingen over het leven van Frederik de Grote in het Duitse Keizerrijk mateloos populair. Toen hij in 1905 overleed, kreeg hij in Berlijn een staatsbegrafenis en liep keizer Wilhelm II met zijn familie achter de kist aan.

MenzelAls echte Pruis werkte hij met grote zelfdiscipline en bleef hij trouw aan de directe waarneming. In de Nationalgalerie in Berlijn hangt een prachtig schilderijtje uit 1876 van nog geen 40 bij 35 centimeter met daarop zijn eigen voet op ware grootte afgebeeld. In de Europese kunstgeschiedenis wordt meestal Gustave Courbet als de vader van het realisme naar voren geschoven. Maar Adolph Menzel was hem waarschijnlijk voor. En niet alleen Courbet of Manet, maar ook de impressionisten. In de jaren veertig van de negentiende eeuw, schilderde de autodidactische Menzel als zelfstudie kleine schilderijen, vaak van interieurs op directe wijze met zoveel gevoel voor licht en sfeer dat ze in de twintigste eeuw in de categorie ‘pre-impressionistisch’ zijn geplaatst. Tegenwoordig wordt aan dit vroege werk (Menzel schilderde het voor zijn 35e) de meeste aandacht gegeven. Vooral der Balkonzimmer uit 1845 (Nationalgalerie Berlin) en die Schwester des Künstlers uit 1847 (Neue Pinakothek, München) zijn eindeloos gereproduceerd.

Menzel 1845-47
der Balkonzimmer uit 1845 (Nationalgalerie Berlin) en die Schwester des Künstlers uit 1847 (Neue Pinakothek, München)

Die Schwester des Künstlers hangt deze zomer ook op de tentoonstelling in München. In plaats van de gedetaileerde en fijne penseelstreek die men in de Biedermeierzeit in Duitsland gewend was, zien we hier een enorme vrije beweging die aan de late Rembrandt of impressionisten doet denken. De kleine kunstenaar schilderde met bijzondere bravoure, een Biedermeier-bravoure die altijd ingetogen bleef.

Eisenwalzwerk 1871-75
Eisenwalzwerk, 1871-75

Doordat hij zijn leven lang trouw bleef aan de waarneming, werd hij een chroniqueur van de negentiende eeuw. Hij schilderde bijvoorbeeld het eerste schilderij van een trein in Duitsland, Der Berlin-Potsdamer Eisenbahn in 1847, al is het niet meer dan een ruige olieverfschets a la Constable. Een schilderij dat een icoon geworden is van de industriële revolutie in Duitsland, is het grote atelierstuk Eisenwalzwerk uit 1871-1872. In de jaren kort na de proclamatie van het Duitse Keizerrijk trok Menzel zich terug in de krochten van de zware staalindustrie in Sileziëom daar ‘naar de natuur’ studies te maken van de staalarbeiders. Het schilderij kreeg al gauw de bijnaam Moderne Zyklopen, naar de mythologische dwangarbeiders in de onderaardse smidse van Vulcanus. Voor Menzel was het doek geen politieke aanklacht of socialistisch pamflet; zijn oog had in de hoogovens als een camera geregistreerd, zoals hij een paar jaar later zijn eigen voet zou registreren.

Adolph MenzelAdolph von Menzel wird 1815 als Sohn eines Schulvorstehers in Breslau geboren. Sein Vater gründet eine Steindruckerei, in der er schon mit 14 Jahren tätig ist. Die Familie zieht 1830 nach Berlin um, und der junge Menzel muss nach dem frühen Tod des Vaters für den Lebensunterhalt der Familie sorgen. In den Jahren 1833 bis 1834 besucht Adolph von Menzel die Königliche Akademie der Künste und lernt dort seinen späteren Freund und Förderer, den Tapetenfabrikanten Carl Heinrich Arnold, kennen.
 
Den ersten künstlerischen Erfolg bringt Menzel ein Auftrag des Kunsthändlers und Verlegers Louis Sachse, er schafft eine lithografische Folge zu Goethes “Künstlers Erdenwallen”. Im Jahr 1834 wird er in den “Verein der Jüngeren Künstler” aufgenommen. Zu diesem Zeitpunkt widmet sich Adolf von Menzel zunehmend der Ölmalerei und wird 1838 schließlich Mitglied im “Verein der Älteren Künstler”. Im folgenden Jahr erhält Menzel den Auftrag für die Illustrationen zu Franz Kuglers “Geschichte Friedrich des Großen”. Noch im selben Jahr sieht Adolf von Menzel erstmals Gemälde des englischen Malers John Constable. Unter den Empfindungen und Eindrücken der Revolution entsteht im Jahr 1848 die unvollendet gebliebene “Aufbahrung der Märzgefallenen” (Kunsthalle Hamburg). Im Jahr 1849 beginnt Menzel mit der Gemäldefolge zu Leben und Wirken Friedrichs des Großen und vollendet 1850 mit der “Tafelrunde Friedrich des Großen in Sanssouci” eine seiner bekanntesten Darstellungen aus dem Leben des Herrschers.
 
Adolf von Menzel wird 1853 in die Königliche Akademie der Künste aufgenommen, seine Ernennung zum Professor und die Zugehörigkeit zum Senat seit dem Jahr 1875 dokumentieren den Erfolg des Künstlers. Anlässlich der Weltausstellung reist er 1855 erstmals nach Paris und besucht dort den “Pavillon du Réalisme” von Courbet. Es folgen weitere Besuche in der französischen Hauptstadt. 1867 wird Adolph von Menzel dort mit dem Kreuz der Ehrenlegion ausgezeichnet und erhält für sein Gemälde “Friedrich und die Seinen in der Schlacht bei Hochkirch” eine Medaille. Im Jahr 1875 vollendet er das “Eisenwalzwerk” (Nationalgalerie Berlin) und im Jahr 1884 wird dort die erste große Ausstellung Menzels präsentiert, darüber hinaus folgen zahlreiche Werkschauen im In- und Ausland. Zu seinem 70. Geburtstag verleiht ihm die Berliner Universität die Ehrendoktorwürde, er wird zum Ehrenbürger der Stadt Breslau und zum Ehrenmitglied der St. Petersburger Akademie ernannt, es folgen die Ernennung zum Ehrenbürger der Stadt Berlin, die Verleihung des Titels eines Geheimen Rats mit dem Prädikat “Exzellenz” und die Aufnahme in die Akademien in Paris und London. Die Krönung seiner künstlerischen Laufbahn erfährt Adolf von Menzel schließlich mit der Ernennung zum Ritter des Schwarzen Ordens und der Erhebung in den Adelsstand. Adolph von Menzel verstirbt 1905 in Berlin.
 
Bron: adolph-von-menzel.de

hypo-kunsthalle.de | Adolph von Menzel [ de.wikipedia.org ]

Max Planck

vandaag geeft de Deutsche Post een postzegel uit
ter gelegenheid van 150e geboortedag van Max Planck
Max Planck zegel 10 april 2008Max Planck verrichtte onderzoek naar de wetten van de thermodynamica en de uitstraling van energie door zwarte lichamen (black body radiation) en zocht naar de oplossing voor het probleem waar de klassieke natuurkunde niet uit kwam: hoe luidt de formule die het continue energieverloop beschrijft van een energie uitstralend lichaam. Het was al bekend dat de golflengte van elektromagnetische straling korter wordt naarmate de temperatuur van het lichaam stijgt. Wilhelm Wien vond in 1893 een formule voor de energiedistributie van straling vanuit zwarte lichamen, die gold voor het violette eind van het spectrum en John Rayleigh en James Jeans produceerden een formule voor het rode gebied, maar niemand kon een formule vinden die gold voor het hele spectrum. Zijn onderzoekingen brachten Planck er in 1900 toe de klassieke Newtoniaanse principes te verwerpen en een heel nieuw principe te introduceren, wat uiteindelijk resulteerde in de kwantumtheorie. Hij publiceerde zijn bevindingen in de verhandeling Zur Theorie des Gesetzes der Energie-Verteilung im Normal-Spektrum. Plancks theorie komt erop neer dat energie wordt uitgestraald in kleine ‘pakketjes’ of eenheden, die hij quanta (kwanta) noemde, meervoud van het Latijnse quantum (kwantum), wat “hoeveelheid” betekent.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Max Planck
Max Planck stond in 1952 al op een postzegel van de Deutsche Post Berlin

150. Geburtstag Max Planck [ philatelie.deutschepost.de ]