Categorie archief: Duitsland

het wonder van Kevelaer

vanmiddag met Patrick, Gabriël en Michaela Kevelaer bezocht

De kunstenaar, historicus en psycholoog in mij vinden het boeiend, maar de protestant in mij heeft nog steeds moeite met volksdevotie. Toch geloof ik dat wonderen bestaan. Maar we moeten er ook voorzichtig mee zijn. Geloof ik. Waar eindigt geloof en begint bijgeloof? Nog altijd een lastige en heel persoonlijke vraag.

Kevelaer
basiliek, genadekapel en fontein in Kevelaer
In Nederland en België is Kevelaer vooral bekend als Maria-bedevaartsoord. Sinds 1642 wordt er in het plaatsje een als wonderbaarlijk beschouwde afbeelding van de Maagd Maria vereerd. Veel katholieken pelgrimeren jaarlijks naar dit genadebeeld, dat in Latijn bekendstaat als de Consolatrix Afflictorum, ofwel de “Troosteres der Bedroefden”.
 
De marskramer Hendrick Busman (1607-1649) zou van de Maagd zelf tot drie maal toe de opdracht hebben gekregen een kapelletje voor haar te bouwen. Hij gaf hieraan gehoor op 1 juni 1642 toen hij op het kruispunt van de weg Geldern/Kleve in de Kevelaerer Heide bij het hagelkruis stond, waar hij bij herhaling de opdracht kreeg. Al gauw kwamen er pelgrims en werden er genezingen gemeld. In 1647 erkende de Kerk acht van deze genezingen als wonderbaarlijk, tijdens een synode in Venlo, gehouden in het klooster ter Weide. In 1645-47 werd een bedevaartskerk gebouwd, de huidige Kaarsenkapel. In 1654 werd om de bidzuil een barokke koepelkapel gebouwd, de genadekapel. De grote Mariabasiliek verrees in de 19e eeuw en werd in 1923 tot basiliek verheven.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Kevelaer
Orthodox Kevelaer
Kevelaer speelde een bijzondere rol voor de Nederlandse katholieken in het protestantse noorden waar alle katholieke geloofsuitingen verboden waren. Zij konden in Kevelaer in het openbaar hun geloof uitoefenen, want in het koninkrijk Pruisen bestond wel godsdienstvrijheid. Naast Heiloo, Maastricht en ‘s-Hertogenbosch is Kevelaer nog steeds één van de belangrijkste pelgrimsoorden voor Nederlandse katholieken.
 
Bron: nl.wikipedia.org

wallfahrt-kevelaer.de

augustus 1914

The guns of August (1962)van Barbara Tuchman
over de eerste oorlogsmaand van de Eerste Wereldoorlog

The guns of August (Pulitzer Prize 1963) is misschien wel het bekendste boek over de eerste maand van de Eerste Wereldoorlog. Het zal op dit moment in de hele wereld veel gelezen worden. Op een zoveelste spoor in mijn hoofd volg ik de gebeurtenissen van precies honderd jaar geleden. Nu de maand augustus ten einde loopt, kijk ik terug naar de eerste oorlogsweken.

Duitse troepen waren op 4 augustus 1914 België binnengevallen. Drie weken later was Brussel gevallen en waren de Duitse legers Noord-Frankrijk binnengedrongen. Maar het Plan Schlieffen stond op het punt te mislukken. Voor veel historici was het bij voorbaat al mislukt omdat generaal-veldmaarschalk Helmuth von Moltke (1848-1916), de opperbevelhebber aan het westelijk front, het oorspronkelijke plan had aangepast. Hij zou de linkervleugel versterkt hebben ten koste van de rechtervleugel. Dit zou zich eind augustus en vooral in de eerste week van september wreken toen de Franse legers de Duitsers terugdrongen tijdens het Marne Offensief. Gewoonlijk wordt daarmee de Eerste Slag bij de Marne (5-9 september 1914) aangeduid.

Macht mir den rechten Flügel stark

laatste woorden van Von Schlieffen

Daarna zou het westelijk front vier jaar muurvast komen te liggen boven de rivier de Aisne op de lijn Noyon-Verdun. Het plan van Alfred von Schlieffen (1833-1913) had een tangbeweging om Parijs moeten maken en binnen zes weken de overwinning op Frankrijk moet behalen. Maar eind augustus moest het Eerste Leger onder leiding van Alexander von Kluck (1846-1934) naar het oosten afbuigen om het Tweede Leger van Karl von Bülow (1846-1921) te ondersteunen. De tangbeweging, waarbij het Eerste Leger westelijk om Parijs had moeten trekken, was mislukt en daarmee ook het Schlieffenplan.

Het plan Schlieffen
Het Plan Schlieffen mislukte omdat het Eerste Leger van Alexander von Kluck naar het oosten moest afbuigen en daardoor geen tangbeweging om Parijs kon maken. Daarna drongen de Fransen de Duitse legers aan de Marne terug achter de Aisne.
The guns of August is een militair geschiedenisboek geschreven door Barbara Tuchman. Het beschrijft de gebeurtenissen van de laatste weken voor en de eerste maand van de Eerste Wereldoorlog. Het boek richt zich op de geschiedenis vanaf de Duitse oorlogsverklaring aan Frankrijk tot het moment waarop het Duitse offensief vastloopt. Het focust zich in de eerste plaats op het Westelijk front, maar schenkt ook ruim aandacht aan het Oostelijk front, waar Duitsland een Russische invasie tracht te stoppen. In de marge heeft Tuchman het ook over de gebeurtenissen in de Middellandse Zee. De oorlog in de Balkan laat ze zo goed als helemaal links liggen. In 1963 kreeg Tuchman voor dit boek de Pulitzerprijs voor literatuur in de categorie non-fictie.
 
De Amerikaanse president John F. Kennedy was een bewonderaar van het boek. Hij gaf alle leden van zijn kabinet en militaire staf een kopie ervan en beval hen om het te lezen. Kennedy leerde van het boek hoe een snelle escalatie van gebeurtenissen kon leiden tot een wereldoorlog. Het hielp hem om een vreedzame oplossing te vinden voor de Cubacrisis en hij wist zo een Derde Wereldoorlog te voorkomen.
 
Bron: nl.wikipedia.org

eerste hoofdstuk uit de kanonnen van Augustus [ PDF ]

drie boeken uit München

gekocht in München: Zwischen Habsburg und Preußen 1815-1866
Die Münchener Malerei im 19. Jahrhundert 1 Teil,
en Münchener Landschaftsmalerei 1800-1850

Zwischen Habsburg und Preußen 1815-1866Net als vorig jaar keerden we in juli uit München terug met een stapeltje boeken. Dat Duitsland een Land der Denker und Dichter is, is te merken aan de hoge dichtheid boekwinkels. In München, na Berlijn en Hamburg de grootste stad van Duitsland, wordt dat gegeven nog eens uitvergroot. Zeker in de wijk Schwabing, waar veel studenten en kunstenaars wonen. Net als voor de Von Humboldt Universität in Berlijn staan er bij de Ludwig-Maximilians-Universität dagelijks boekenstallen. Je vindt er goede boeken die vaak met de stad te maken hebben. Ik kocht o.a. een boek over de Duitse geschiedenis tussen 1815 en 1866. Het behandelt de Vormärz (tot 1848) en het dualisme tussen Habsburg en Pruisen tot 1866. In dat jaar werd Oostenrijk in de Slag bij Königgrätz door Pruisen verslagen en kwam er een einde aan de Duitse Bond (1815-1866).

De volgende dag kocht ik bij een antiquariaat in de Theresienstraße twee boeken over schilderkunst in München tijdens de eerste helft van de negentiende eeuw. Toen in 1825 Ludwig I koning van Beieren was geworden, begon hij kunstenaars naar München te trekken. Architecten, beeldhouwers, schilders en decorateurs moesten München omtoveren tot een stad der kunsten. Het koninkrijk Beieren, dat na Habsburg en Preußen als das Dritte Deutschland gold, wedijverde met Berlijn en Wenen. Met succes. De Beierse hoofdstad zou in de negentiende eeuw uitgroeien tot een van de voornaamste kunstcentra in Europa. In de schilderkunst spreekt men zelfs van de Münchner Schule. In de negentiende eeuw stond ze in hetzelfde aanzien als de Düsseldorfer Malerschule en trok ze schilders aan uit heel Europa en zelfs uit de verenigde Staten.

Münchener Landschaftsmalerei 1800-1850
Münchener Landschaftsmalerei 1800-1850
op de omslag: Ernst Kaiser, Blick von Oberföhring auf München, 1835/40

De landschapsschilderkunst in München is een lang verhaal. In 1979 werd hier in het Lenbachhaus in München een omvangrijke tentoonstelling aan gewijd. Ik kocht de catalogus Münchener Landschaftsmalerei 1800-1850 bij deze tentoonstelling, waarin ruim 450 schilderijen waren samengebracht afkomstig uit diverse musea uit Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Een paar bekende Münchener landschapsschilders zijn Johann Georg von Dillis, Wilhelm von Kobell en Carl Rottmann.

Wat mij vorig jaar in het Lenbachhaus zo opviel, is de marketing achter de schilders van de Blaue Reiter en andere klassieke modernen.

Die Münchener Malerei im 19. Jahrhundert 1 TeilDie Münchener Malerei im 19. Jahrhundert 1 Teil is een heruitgave van Bruckmann Verlag uit 1983 van het boek van Rudolf Oldenbourg dat oorspronkelijk in 1922 bij deze uitgever verscheen. Het prettige is dat het een visie op de schilderkunst van de negentiende eeuw geeft, die nog niet door het modernisme is ingekleurd. Wat mij vorig jaar in het Lenbachhaus zo opviel, is de marketing achter de schilders van de Blaue Reiter en andere klassieke modernen. In de zalen waar de schilderijen van Wassily Kandinsky, Franz Marc, August Macke, Alexej von Jawlensky, Marianne von Werefkin, Gabriele Münter, Lyonel Feininger en Paul Klee hingen, was veel publiek. Maar in de zalen met schilderijen van de Münchner Schule uit de negentiende eeuw waren wij bijna de enige bezoekers. Wat mij betreft mag dat omgekeerd zijn. Na honderd jaar promotie van de avant garde van de vroege twintigste eeuw, zouden we de blik wel weer eens mogen richten op de schilderkunst van de negentiende eeuw, toen het ambacht nog een zeer hoge standaard had en toen aandacht op meer waardering kon rekenen dan provocatie of felle kleurtjes.

Münchner Schule [ de.wikipedia.org ]