Categorie archief: Duitsland

So schnell schießen die Preußen nicht!

gekocht in Duitsland: driemaal Pruisen en Frederik de Grote

Ich FriedrichDe afgelopen dagen waren we voor het eerst dit jaar voor langere tijd in Duitsland en was er tijd om in de boekhandels te neuzen naar de nieuwste uitgaven over Duitse geschiedenis. Frederik de Grote werd op 24 januari 1712 geboren en met de nationale herdenking in Potsdam beleefde het Friedrich Jahr 2012 al vroeg zijn hoogtepunt. Uitgevers en magazines hadden hun boeken en bijlagen in 2011 al klaar liggen en in de Duitse boekhandels is dat niet over het hoofd te zien. Geschiedenis leeft in Duitsland sowieso veel meer dan hier. Zo kocht ik nota bene bij een klein pompstation twee geschiedenis magazines van GeoEpoche over Pruisen en Wilhem II. In een boekhandel in Celle kocht ik Ich Friedrich II van Hans Bentzien waarin deze in de huid kruipt van der Alte Fritz (en ook van de junge Fritz). De 85-jarige Bentzien werd een halve eeuw geleden minister van cultuur in de DDR, maakte televisieprogramma’s en schreef boeken over geschiedenis. Het boekje is geïllustreerd met tekeningen die Adolph Menzel oorspronkelijk maakte voor Geschichte Friedrichs des Großen (1839-1842) van Franz Kugler.

Preussen
twee specials over Pruisen 1701-1871: Stern EXTRA (2012) en GeoEpoche (2006)
Auch mehr als 60 Jahre nach der Staatsauflösung durch die Sieger des Zweiten Weltkriegs lässt Preußen die Deutschen nicht los.

Stern EXTRA 2012

Afgelopen weekend heb ik mij een beetje onder laten dompelen in de Silezische oorlogen die Frederik de Grote halverwege de achttiende eeuw voerde tegen Oostenrijk, Frankrijk, Rusland en Zweden. In 1761 leek het lot voor Pruisen bezegeld en stond het aan de rand van de afgrond. Maar op 5 januari 1862 (25 december 1861 in Sint Petersburg) geschiedde een wonder: tsarina Elisabeth overleed en werd opgevolgd door Peter III die een bewonderaar was van Frederik de Grote. Rusland sloot vrede met Pruisen en trok zich daarmee terug uit de Zevenjarige Oorlog. De coalitie viel uit elkaar en Oostenrijk moest uiteindelijk ook de strijd tegen Pruisen opgeven. In 1763 werd de oorlog afgesloten met de Vrede van Hubertusburg. Pruisen had standgehouden maar was wel pleite. Toch werd in 1763 in Potsdam een begin gemaakt aan het Neues Palais (foto onder) waar honderd jaar later de wieg zou staan van Wilhelm II.

Neues PalaisDe kaart van Europa was vrijwel onveranderd gebleven maar van nu af aan was Pruisen een grote mogendheid en speelde het in de daaropvolgende eeuw zijn deuntje mee in het concert der grote mogendheden. En wat voor een deuntje! Tussen 1861 en 1871 smeedde Bismarck Duitsland onder Pruisische aanvoering tot een eenheid. Aan het einde van de negentiende eeuw ging het Duitse Rijk in het concert der grote mogendheden steeds meer overstemmen. Het werd de grootste macht op het continent én na 1900 ook een bedreiging voor Engeland op zee. Hierdoor en door zijn centrale ligging in Europa was het Duitse Rijk in 1914 veroordeeld tot een meerfrontenoorlog tegen een coalitie van grote mogendheden die uiteindelijk sterker zou blijken. Na twee vernietigende wereldoorlogen waarin de Pruisische militaire agressie onmiskenbaar aanwezig was, werd Pruisen door de geallieerden in 1947 tenslotte opgeheven.

Der Preußenkönig zieht an seinem Lebensabend Bilanz. Es spricht der Despot, der Kriege führte und zum Inbegriff »preußischer Tugenden« wurde. Es spricht der aufgeklärte Herrscher und »der erste Diener seines Staats«, der große Reformen anstrebte und sich politischen Tagesgeschäft aufrieb. Es spricht auch der einsame, störrische alte Mann, der sein Leben lang darin geübt war, die eigenen Gefühle zu beherrschen, aber zu voller Bosheit aufläuft, wenn er auf seine Feinde zu sprechen kommt. In respektvoller Näherung an diese historische Figur von Rang macht Hans Bentzien den Leser zum intimen Zeugen eines königlichen Selbstgesprächs, das zu einer lebendigen Geschichtsstunde wird. Sorgsam ausgewählte Originaldokumente und zahlreiche Illustrationen von Adolph Menzel liefern die Kulisse.
 
Bron: die-ostgebiete.de

Pruisen [ nl.wikipedia.org ] | Preußen 1701-1871 [ shop.stern.de ]

Weltgeist zu Pferde

gelezen in Duitse Filosofie 1760-1860 van Terry Pinkard
de systeemfilosofie van Georg Friedrich Wilhelm Hegel

In de geschiedenis van de filosofie is het historische feit al ontelbare malen genoemd. Karl Vorländer is er in zijn Geschichte der Philosophie (1908) kort over. Hij besteedt er slechts één bijzin aan: -in Napoleon hatte er den “Weltgeist zu Pferde” bewundert-. En Joachim Störig schrijft in zijn Kleine Weltgeschichte der Philosophie (1959) : “Hij had Napoleon gezien. “Het is inderdaad een wonderlijke ervaring zulk een individu te zien, dat, hier in één punt geconcentreerd, op een paard zittend, in de wereld ingrijpt en haar beheerst.” Het gaat hier natuurlijk over Georg Friedrich Wilhelm Hegel, de onbetwiste krachtpatser van het Duitse idealisme.

Napoleon trekt over de Alpen
David schilderde Napoleon in 1801 als Wereldgeest te paard. Rond 1850 schilderde Paul Delaroche een minder heldhaftig beeld van Napoleon.

Wereldgeest te paard. Sinds we niet meer kunnen geloven dat God op een ezeltje zijn intocht in Jeruzalem maakte, is er een breuk tussen hemel en aarde, en deze is zo dramatisch dat de hemel nu aan scherven op straat ligt. Het is bijna een nostalgisch plaatje, zo’n wereldgeest te paard. Het hoogste woord dat vlees geworden is, zoals het in die goeie ouwe tijd gewoon nog kon. Hegel’s Weltgeist is in deze tijd eigenlijk niet meer zonder ironie te verstaan. Voor Hegel had zijn “ontmoeting” met Napoleon een religieuze dimensie. In de kleine korporaal op zijn witte paard zag hij werkelijk de Absolute Geest die in en door de wereldgeschiedenis werkzaam is. Hij bewonderde Napoleon ook als zodanig, niet als persoon of om zijn strategische talent, maar omdat volgens hem in Napoleon de Weltgeist zijn uitdrukking had gevonden.

Hegel zou in de jaren twintig van de negentiende eeuw school maken in Berlijn zoals nog nooit een filosoof school had gemaakt, zelfs Kant niet. Hegel’s systeemfilosofie werd de officiële staatsfilosofie van Pruisen. Talloze studenten hebben college van hem gehad. Wanneer je zijn systeem niet volgde, kon je een leerstoel in de filosofie wel vergeten. Dat verklaart ook waarom de eerste druk van Die Welt als Wille und Vorstellung van Arthur Schopenhauer in 1819 op de plank bleef liggen. Er was in Pruisen gewoon geen ruimte voor een andere filosofie dan de filosofie van Hegel. Zeker niet voor de pessimistische filosofie van Schopenhauer. Hegel regeerde vanuit Berlijn als alleenheerser over het Duitse denken. Daarbij speelde de politiek van de Restauratie geen onbelangrijke rol.

Terry PinkardEigenlijk nam de systeemfilosofie van Hegel tijdens de Vormärz dezelfde positie in als het systeem Leibniz-Wolff in de eerste helft van de achttiende eeuw: het rechtvaardigde de staat. Zoals de theodicee van Leibniz (“God heeft de beste wereld van alle mogelijke werelden geschapen.”) in Duitsland de verlichte despoten in het zadel hield, zo steunde de centrale gedachte van het systeem van Hegel (“het werkelijke is redelijk en het redelijke is werkelijk.”) de Restauratie. De staatsfilosoof zag dat het goed was. Pas na de maartrevolutie van 1848 was het met de hegemonie van Hegel aan de Duitse universiteiten gedaan en begon men open te staan voor de pessimistische filosofie van Schopenhauer. Deze was na dertig jaar wachten op erkenning zo verzuurd geraakt, dat hij niet meer van zijn succes heeft kunnen genieten.

Aanvankelijk had de conservatieve Hegel helemaal opengestaan voor de idealen van de Franse Revolutie. Tijdens zijn studietijd in Tübingen deelde hij met zijn vrienden Hölderlin en Schelling de passie voor de oude Grieken en het enthousiasme voor de revolutie. Schelling was een geniale leerling. In 1798 werd hij op 23-jarige leeftijd al hoogleraar in Jena, terwijl de vijf jaar oudere Hegel als privéleraar moest zien rond te komen. Maar de vriendschap bleef bestaan en een paar jaar later kwam ook Hegel naar Jena. Daar werkte hij verder aan een eigen denksysteem. Hegel was een erg diepgravende denker en net als Kant had hij veel tijd nodig om zijn klus te klaren. Maar toen het er eenmaal was, bleek zijn systeem consistenter dan dat van Schelling. Naar eigen zeggen voltooide Hegel zijn magnum opus Phänomenologie des Geistes op 14 oktober 1806, in de nacht vóór de Slag bij Jena. Het leidde tot een breuk met Schelling. Hegel vond dat deze het absolute zag als “die Nacht, worin, wie man zu sagen pflegt, alle Kühe schwarz sind”. In hun studententijd in Tübingen hadden ze nog een vrijheidsboom geplant en hoopten ze op een nieuw tijdperk. In 1806 was voor Hegel niet alleen het einde van de geschiedenis bereikt maar ook het einde van zijn vriendschap met Schelling.

Dichter und Denker
twee eigen interpretaties van de bekende portretten van Hegel en Schelling

Hegel had in de jaren negentig van de achttiende eeuw een aantal theologische verhandelingen geschreven over het Christendom, in het bijzonder over de liefde van Christus. Aanvankelijk zag hij in de liefde van Christus de kracht die alle tegenstellingen verzoent. Maar in Der Geist des Christentums und sein Schiksal (1799/1800) komt hij tot de conclusie dat deze “idee” te eenvoudig en te beperkt is. De liefde heft volgens Hegel de objectiviteit op, omdat er in de liefde geen scheiding meer bestaat. Objectiviteit kan echter alleen bestaan bij gratie van de subjectiviteit. Voor Hegel is objectiviteit noodzakelijk voor zijn systeem. Het lot van het Christendom is om te worden opgeheven. Tot die conclusie komt hij in 1799. Hegel gebruikt hier het Duitse woord ‘aufheben’ in drie betekenissen: beendigung, aufbewahrung, erhöhung. Deze “aufhebung” moet komen van een Aufheber die Hegel zelf meent te zijn. We wisten al dat filosofen die denksystemen bouwen geen bescheiden types zijn.

De Absolute Geest die Hegel in 1806 in Phänomenologie des Geistes presenteert, is niet de Heilige Geest uit het Christendom. Het is een uiterst abstract begrip en het doet op het eerste gezicht vermoeden dat Hegel een monist is, een erfgenaam van Plotinos. Maar Hegel is juist een erfgenaam van Heraklitos. In zijn Logik (1817) schrijft hij dat er geen woord van Heraklitos is dat hij niet in zijn logica heeft opgenomen. In de negentiende eeuw komt er een heuse Heraklitos-revival op gang. Soms spreekt men zelfs van “neoheraklitisme” en je zou zelfs een lijn kunnen trekken van Hegel, via Nietzsche naar Heidegger. Zoals er voor Heraklitos alleen nog “een worden” bestaat, zo is er voor Hegel een dialectische ontwikkeling waarin de tegenstellingen zich uiteindelijk opheffen.

Het grote gebeuren van de werkelijkheid zélf, het wereldgebeuren waaronder Hegel de wereldgeschiedenis verstaat, wordt volgens hem aangedreven door strijd tussen de tegenstellingen. Daarin zijn de twee uitspraken van Heraklitos terug te vinden: “De tegengestelden hebben elkaar nodig zoals de boog en de pees” en “Oorlog is de vader van alle dingen”. De tegenstelling tussen de subjectieve geest (het individu) en de objectieve geest (de wet) lost zich volgens Hegel op in de Absolute Geest. Hegel heeft het Christendom opgeheven en schept nu zelf een nieuwe drie-eenheid: subjectieve geest, objectieve geest en Absolute Geest. In de Absolute Geest plaatst hij vervolgens een hiërarchie die uit drie sferen bestaat: de kunst, de religie en de filosofie. De filosofie overtreft bij Hegel de kunst en de religie. En onder de filosofie verstaat hij natuurlijk zijn eigen filosofie. Denken en zelfgenoegzaamheid gaan soms uitstekend samen en als de staat daar nog bij komt, heb je totalitarisme.

Geen Duits idealisme zonder ethiek [ athenaeum.nl ]

de terugkeer van het Duitse Rijk

van Kees gekregen: Van Bismarck tot Hitler (1987)
Het Duitse Rijk 1871-1945 door Sebastian Haffner

Von Bismarck zu HitlerDe Duitse journalist en historicus Sebastian Haffner is samen met zijn Berlijnse stadsgenoot Joachim Fest en de Britse historici Alan Bullock en Ian Kershaw een van de gezaghebbende Hitler-biografen. Net als Joachim Fest (1926-2006) was Sebastian Haffner (1907-1999) een ooggetuige van de ondergang van het Derde Rijk. Een van zijn laatste boeken was Von Bismarck zu Hitler: Ein Rückblick dat in 1987 verscheen. Haffner was niet meer in staat het zelf te schrijven en dicteerde het aan zijn vriend Arnulf Baring en assistent Volker Zastrow in elf lange sessies.

Vijfentwintig jaar later is de Duitse geschiedenis ingrijpend veranderd. Haffner sprak in de inleiding bij zijn terugblik in 1987 over de ondergang van het Duitse Rijk en de twee nieuwe Duitse staten die door de Sovjet Unie en westerse geallieerden in 1949 op de kaart waren gezet. Dat deze nauwelijks vier decennia later zouden worden herenigd in het “Bismarckse” Duitsland van na 1990 had Haffner bij het dicteren van zijn terugblik in 1987 niet voorzien.

Een einde van deze twee nu al bijna vier decennia oude Duitse staten (BRD en DDR) is in ieder geval niet te voorzien.
En juist dit stelt ons in staat om, wat vroeger niet mogelijk was,
het tijdperk van het Duitse Rijk
als door een telescoop te bekijken.

Sebastian Haffner in 1987

Want dat is het lugubere van deze geschiedenis: dat het Duitse Rijk bijna vanaf het begin aan zijn eigen vernietiging lijkt te hebben gewerkt. Met zijn steeds grotere en minder voorspelbare machtsontplooiing schiep het zich de wereld van vijanden aan wie het ten onder is gegaan – en tussen wie het tenslotte gedeeld werd. Met de deling echter hielden deze vijanden als bij toverslag op vijanden te zijn. Van de beide Duitse staten, die sinds 1949 de plaats van het Bismarckse Rijke innemen, had van het begin af aan de Bondsrepubliek in het westen, de DDR in het oosten geen vijand meer. En heden ten dage leven wij in een tijdperk, waarin geleidelijk ook het oosten bij het voortbestaan van de Bondsrepubliek, het westen bij dat van de DDR belang lijkt te hebben. Een einde van deze twee nu al bijna vier decennia oude Duitse staten is in ieder geval niet te voorzien. En juist dit stelt ons in staat om, wat vroeger niet mogelijk was, het tijdperk van het Duitse Rijk als door een telescoop te bekijken.
 
Sebastian Haffner in Von Bismarck zu Hitler. Ein Rückblick (1987)

Haffner stierf in 1999 op 91-jarige leeftijd en had het tijdens zijn leven allemaal meegemaakt: het Duitse Keizerrijk, de Weimar Republiek, het Derde Rijk, de BRD/DDR én het herenigde Duitsland na 1990. Wanneer er in 2012 een terugblik op het Duitse Rijk 1871-1945 geschreven zou worden, zou het herenigde Duitsland dat een nieuw perspectief plaatsen. Een vooruitblik op het Euro Reich van Merkel is nu al geen wilde speculatie meer.

EMU Reich
Euro Reich (2011- ?)
Duitsland is sinds vorig jaar weer terug als dé Europese grootmacht sinds de balans in de as Parijs-Berlijn is doorgeslagen
In der vergangenen Woche hat Deutschland den Zweiten Weltkrieg gewonnen. Ups. Habe ich da was ausgeplaudert?

Georg Diez in Der Spiegel,
11 november 2011

Op 11 november 2011 schreef Georg Diez in Der Spiegel: “In der vergangenen Woche hat Deutschland den Zweiten Weltkrieg gewonnen. Ups. Habe ich da was ausgeplaudert?” Duitsland is sinds vorig jaar weer helemaal terug in het centrum van de Europese macht. Toen Frankrijk zich in 1990 economisch bedreigd voelde door zijn herenigde erfvijand, moest de D-Mark verdwijnen en kwam de Euro ervoor in de plaats. Maar de Euro zou tien jaar na zijn invoering juist de kracht van de Duitse economie op het continent bevestigen en dat hadden de Fransen niet voorzien. De as Parijs-Berlijn heeft de erfvijanden vreedzaam samengebracht, maar nu het zwaartepunt in Berlijn is komen te liggen, is Duitsland weer als grootmacht teruggekeerd in de geschiedenis. De “telescoop” van Haffner uit 1987 kan worden ingeruild voor een “vergrootglas”.

Der deutsche Nationalismus, der vor und in den Befreiungskriegen gegen Napoleon entstand, krankte schon zu Beginn an einer “ungeheuren Selbstüberhebung und Selbstanbetung” und zugleich an dem furchtbaren Hass gegen die Franzosen, der zum Beispiel in einem Kleist-Zitat zum Ausdruck kommt: “Schlagt sie tot! Das Weltgericht fragt euch nach den Gründen nicht.” Einerseits wollte man die verhasste Franzosenherrschaft abschütteln, andererseits wirkte Napoleons Stärke auch als Vorbild.
 
Bron: dieterwunderlich.de

Von Bismarck zu Hitler. Ein Rückblick [ dieterwunderlich.de ]