Categorie archief: Duitsland

keizerlijke fotoalbums

veertig fotoalbums van Wilhelm II op fotocollectie.huisdoorn.nl

Op 4 juni was het precies 70 jaar geleden dat Wilhelm II overleed. De laatste Duitse keizer was in november 1918 naar Nederland gevlucht en leefde ruim twintig jaar in ballingschap in Doorn. Toen Duitsland in 1940 Nederland was binnengevallen, hoopte de tachtigjarige keizer op een rehabilitatie. Een jaar voor zijn dood was hij nog naar de Grebbeberg gegaan om de gevallen Duitse soldaten te herdenken. Wilhelm II was nu misschien Heim ins Reich, maar de nationaal-socialisten lieten de afgedankte oude man liever in Doorn en nodigden hem niet uit om naar Berlijn te komen.

Wilhelm II
Wilhelm II bij een kranslegging op de Grebbeberg op 17 juni 1940

Op youtube vond ik unieke beelden van de begrafenis van keizer Wilhelm II in Doorn op 9 juni 1941. Even lijkt het Tweede Keizerrijk te herleven door de vele ijzeren kruisen en Pickelhauben. Maar de Stahlhelme van het Derde Rijk tonen een nieuwe orde, die afstand heeft gedaan van het keizerrijk. De laatste keizer wordt bijgezet in het mausoleum in Doorn en daar rust zijn gebalsemde lichaam nog steeds.

Als op 4 juni 1941 Wilhelm II komt te overlijden zal hij, in tegenstelling tot veel van zijn voorouders, niet worden bijgezet in de statige Berliner Dom. Al in 1933 had hij bij testament bepaald in Doorn begraven te willen worden. Teminste als ten tijde van zijn overlijden de monarchie in Duitsland niet zou zijn hersteld. De zoon van Wilhelm II, kroonprins Wilhelm, verzoekt architect Martin KieBling om een ontwerp te maken voor een mausoleum te midden van de door Wilhelm II zo geliefde rododendrons in het park. Hier vindt Wilhelm II zijn laatste rustplaats. Op het dak staat een koperen bol met kruis, deze is clandestien door de Doornse smid vervaardigd met behulp van oude koperen pannen uit de keuken van het huis. Men moest in de loop van de Tweede Wereldoorlog alle koper bij de Duitse bezetter inleveren, die er wapentuig mee fabriceerde.
 
Bron: huisdoorn.nl
Wilhelm II
enkele stills uit onderstaande film van de begrafenis op 9 juni 1941 in aanwezigheid van o.a. Seyss-Inquart
historische opnamen 9 juni 1941
… even lijkt het Tweede Keizerrijk te herleven door de vele ijzeren kruisen en Pickelhauben …

De mooiste ontdekking deed ik op een subdomein van de website huisdoorn.nl Toen Wilhelm II in november 1918 hals over kop naar Nederland gevlucht was, had hij nauwelijks spullen bij zich. Eenmaal geïnstalleerd in Huis Doorn mocht hij een deel van de keizerlijke inboedel uit Berlijnse en andere paleizen naar Doorn laten komen. Wagonladingen vol Wilhelmische meubels, schilderijen, serviesgoed, en snuisterijen werden naar Huis Doorn gebracht. Daaronder bevonden zich ook de keizerlijke fotoalbums. Deze zijn nu gedigitaliseerd en staan integraal online. Fantastisch! Veertig keizerlijke fotoalbums van 1888 tot 1912 zijn nu voor iedereen toegankelijk gemaakt.

fotocollectie.huisdoorn.nl

Fidus

neoromantiek vanaf 1890 : Hugo Höppener (1868-1948)

Romantiek. Een Duitse AffaireTerwijl de Romantiek als tijdvak meestal tussen 1795 en 1820 gesitueerd wordt, zijn romantische tendenzen in de negentiende en twintigste eeuw zich blijven ontwikkelen. In het tweede deel van Romantiek. Een Duitse Affaire volgt Rüdiger Safranski het romantische spoor van 1820 tot in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Het romantische is in de Biedermeiertijd (1815-1848) nog zo sterk vertegenwoordigd dat men vaak over de ‘late Romantiek’ spreekt. Als na 1848 het geestelijk klimaat verzakelijkt, stroomt het romantische ondergronds door en beleeft het bij Wagner en Nietzsche heftige uitbarstingen. In hoofdstuk 15 is Safranski aangekomen in de jaren negentig van de negentiende eeuw. Nietzsche was in 1890 afgezonken in een geestelijke afgrond waar hij nooit meer uit zou komen. Veel intellectuelen beschouwden hem nu als een ‘martelaar van de geest’ en in er ontstond zelfs een hype rond zijn persoon en zijn ‘profeet’ Zarathustra. Safranski schrijft over het geestelijke klimaat in de jaren negentig:

‘Leven’ werd het begrip waar alles om draaide, zoals vroeger ‘zijn’, ‘natuur’, ‘God’ of ‘ik’, een strijdbegrip bovendien dat op twee fronten werd ingezet. Enerzijds tegen het halfhartige idealisme van de plicht, zoals het op Duitse leerstoelen, in de retoriek van de officiële instanties en door de burgerlijke conventies werd uitgedragen. Anderzijds was het parool ‘leven’ gericht tegen een zielloos materialisme, dus tegen de erfenis van de op zijn eind lopende eeuw. ‘Leven’ betekende de eenheid van lichaam en ziel, dynamiek en creativiteit. Er vond een herhaling plaats van het protest van de Sturm und Drang en van de Romantiek. Toentertijd waren ‘natuur’ respectievelijk ‘geest’ de strijdleuzen tegen rationalisme en materialisme geweest. Het begrip ‘leven’ heeft nu diezelfde functie.
 
uit: Romantiek. Een Duitse Affaire. Hoofdstuk 15, blz. 302-303 (vertaling: Mark Wildschut)

LichtgebetNietzsche en het toverwoord ‘leven’ inspireren na 1890 het symbolisme en allerlei expressionistische tendenzen. Maar ook de Jugendstil ontstaat in het de neoromantische klimaat aan het einde van de negentiende eeuw. In de decoratieve Jugendstil wordt vooral het plantaardige leven afgebeeld, het groeien uit de aarde naar het licht. “Wees de aarde trouw” had Nietzsche verkondigd. De Duitse schilder Hugo Höppener (1868-1948) noemde zich Fidus (‘de getrouwe’) en schilderde vanaf 1908 vele versies van een zonaanbiddende figuur die zich als een zonnebloem naar de zon uitstrekt. Lichtgebet werd de icoon van de Reformbeweging, van Freie Körper Kultur en van communes als de Neue Gemeinschaft van Gustav Landauer en de Brüder Hart en de Kosmischer Kreis rond Alfred Schuler en Ludwig Klages. Rond 1910 bloeide er een nieuw heidendom en droomde men van een universele natuurreligie. Maar de vruchten van het neopaganisme waren niet goed. In de jaren twintig trok ‘de Nieuwe Mensch’ de laarzen aan. En een bruin uniform.

Hugo HöppenerHugo Höppener wurde am 8. Oktober 1868 (…) in Lübeck geboren. Ostern 1887 wurde er von seinen Eltern auf die Vorschule der Münchner Akademie geschickt. Nach nur drei Monaten verließ er die Akademie und wurde Schüler des Malers und Naturapostels Karl Wilhelm Diefenbach in Höllriegelskreuth, von dem er seine stilistische Prägung und den Künstlernamen „Fidus“ (Der Getreue) erhielt. Er verschrieb sich den lebensreformerischen Ideen des Vegetarismus, der Lichtgläubigkeit, der Freikörperkultur und einer naturgemäßen Lebensweise.
 
Anarcho-sozialistische Vorstellungen von Bodenreform und vegetarischer Pazifismus beherrschten die Geisteswelt des jungen Fidus. So war Fidus unter anderen Mitglied der lebensreformerischen Verbände Deutsche Gartenstadtgesellschaft, des Bundes Deutscher Bodenreformer sowie Mitglied im Bund für allseitige Lebensreform des gesamten Deutschtums, im Verein für Körperkultur und im Deutschen Verein für vernünftige Leibeszucht.
 
1889 setzte Fidus sein Studium an der Münchner Akademie fort. Die Bekanntschaft mit dem Theosophen Wilhelm Hübbe-Schleiden führte zur Mitarbeit als Illustrator der Zeitschrift Sphinx. Fidus vertrat fortan eine mystische Naturreligion und setzte sich für Ideen einer Sexualreform ein. Der spezifische Jugendstil seiner Bilder wurde fortan mit esoterischen Symbolen – Lotosblüten, Eiformen, Kreuzen und Sonnenzeichen – angereichert. Die zyklische Kreisstruktur des Lebens, die Rückkehr des Mannes in den göttlichen Mutterschoß, die Verschmelzung der Geschlechter und die Erlösung durch das Licht waren immer wiederkehrende Bildmotive. Zudem entwarf er Pläne zu gigantischen Tempelanlagen für eine neue Natur- und Lichtreligion, in denen sich das Volk zur Andacht versammeln sollte. Sein berühmtestes Bild wurde das in mehrfacher Ausfertigung, erstmals 1908, entstandene „Lichtgebet“. Es zeigt einen jungen, schlanken, fast androgynen Mann auf einem Berggipfel, die Arme in Form einer Lebensrune spreizend und die Sonne anbetend. Dieses Bild wurde zur Ikone der Jugendbewegung.
 
Bron: de.wikipedia.org

Altijd de ramen openlaten [ nrcboeken.nl ]

vulgair materialisme

de drooglegging van het Duitse idealisme rond 1850 volgens Safranski

Nu ik mij steeds dieper heb ingenesteld in de biografieën van Rüdiger Safranski, valt mij op hoe zijn boeken over Schopenhauer (1987), Heidegger (1994), Nietzsche (2000) en de Romantiek (2007) met elkaar verweven zijn. De filosofen Schopenhauer (1788-1860), Nietzsche (1844-1900) en Heidegger (1889-1976) zijn geworteld in de Romantiek en dat is vooral een Duitse affaire. Safranski‘s biografieën zijn daarom ook een onderzoek naar de Duitse identiteit en een studie van het geestelijk klimaat van de negentiende eeuw.

boeken van Safranski In de historische achtergrond bij het denken van Schopenhauer, Nietzsche en Heidegger kom je in de onderstaande boeken telkens een passage tegen die Safranski ‘de drooglegging van het Duitse idealisme’ noemt. In Arthur Schopenhauer. De woelige jaren van de filosofie vanaf pagina 463 (Olympus 2002), vervolgens in Heidegger en zijn Tijd vanaf pagina 46 (Olympus 2000), in Nietzsche. Een biografie van zijn denken vanaf pagina 100 (Olympus 2000) en tenslotte in zijn nieuwste boek Romantiek. Een Duitse Affaire vanaf pagina 277 (Atlas 2009). Halverwege de jaren tachtig moet Safranski voor het eerst geschreven hebben over het geestelijk klimaat rond 1850. In zijn biografie over Schopenhauer kun je vanaf pagina 463 lezen hoe het realisme rond 1850 het idealisme verdrongen heeft.

In plaats van de subjectieve tendens van de geest is er nu de ‘objectieve’ tendens in de dingen en omstandigheden zelf. Allerwege, uit de wereld van de politiek, de literatuur, de wetenschap, het dagelijks leven en ook de filosofie klinkt de roep: terug naar de feiten!”(Nederlandse vertaling: Mark Wildschut)

Safranski refereert in vier van zijn boeken aan een aantal bestsellers uit de jaren veertig en vijftig van de negentiende eeuw. Psychologische Briefen (1847) en Köhlerglaube und Wissenschaft (1854) van Karl Vogt, Kreislauf des Lebens (1852) van Jakob Moleschott, Kraft und Stoff van Ludwig Büchner en Neue Darstellung des Sensualismus (1855) van Heinrich Czolbe. In dit overzicht van wetenschappelijke bestsellers (brevieren van ontnuchtering noemt hij ze) beperkt Safranski zich tot het Duitse taalgebied, maar de zegetocht van de objectiverende wetenschap was in de eerste plaats een Angelsaksische affaire.

Ludwig BüchnerVulgärmaterialismus
Der naturwissenschaftliche Materialismus ab 1850, auch bezeichnet als wissenschaftlicher Materialismus oder abwertend als Vulgärmaterialismus, ist eine Variante des Materialismus, die seit Mitte des 19. Jahrhunderts von den Naturwissenschaftlern Carl Vogt, Ludwig Büchner und Jakob Moleschott vertreten wurde. Diese bildeten eine radikale und populäre Gegenbewegung zu den philosophischen Systementwürfen des deutschen Idealismus und zu dem gesellschaftlich dominierenden christlichen Weltbild. Sie argumentierten dabei mit dem Erfolg der rasanten wissenschaftlichen und technischen Entwicklung des 19. Jahrhunderts sowie mit den Erkenntnissen und Folgerungen der Evolutionstheorie von Charles Darwin. Die Überwindung der Kluft zwischen organischer und anorganischer Chemie durch Friedrich Wöhlers Synthese eines organischen Stoffes (Harnstoff) wurde von ihnen als Argument gegen vitalistische und für materialistische Ansätze benutzt. ( Bron: de.wikipedia.org )

The Origin of Species (1859) van Charles Darwin is misschien wel hét boek dat de triomf van de materialistische wetenschap in de negentiende eeuw symboliseert. Vooral op het denken van de jonge Friedrich Nietzsche had deze geestelijke ontwikkeling veel invloed. Hij las als een van de eersten de Duitse vertaling (1860) van Darwin’s beroemde boek. In de zestiger jaren begon Nietzsche een diepe afkeer te krijgen van het eigentijdse geestelijk klimaat dat in zijn beleving door gedreven werd door een bangelijk realisme dat de mensen klein hield. Safranski schrijft in zijn biografie over Nietzsche (pagina 100), een passage die hij overigens letterlijk heeft overgenomen uit zijn biografie over Heidegger (pagina 47).

Het is al verbazingwekkend hoe sinds het midden van de negentiende eeuw, na de idealistische hoge vluchten van de absolute geest, plotseling overal het verlangen opkomt de mensen klein te maken. Toendertijd maakte de volgende stijlfiguur opgang: “De mens is niets ander dan…”Voor de romantiek begon zoals bekend de wereld te zingen als je maar het toverwoord vond. De poëzie en de filosofie van de eerste helft van de eeuw was het meeslepende project om steeds nieuwe toverwoorden te ontdekken en te verzinnen. (Nederlandse vertaling: Mark Wildschut)

In Romantiek. Een Duitse Affaire komt de passage over het ontnuchterende realisme voor in hoofdstuk 14 waarin Nietzsche langs de meetlat van de Romantiek wordt gelegd. Hier legt Safranski uit wat de kracht was (en is!) van het materialisme.

De zegetocht van het materialisme was ondanks scherpzinnige tegenwerpingen niet te stuiten, vooral niet omdat het vermengd was met een bijzonder metafysicum, het geloof in de vooruitgang.
De zegetocht van het materialisme was ondanks scherpzinnige tegenwerpingen niet te stuiten, vooral niet omdat het vermengd was met een bijzonder metafysicum, het geloof in de vooruitgang. Als we de dingen en het leven maar tot op het bot, tot de meeste elementaire bestanddelen analyseren, dan kunnen we, zo leert dat geloof, het fabrieksgeheim van de natuur ontdekken. Als we erachter komen hoe alles is gemaakt, zijn we in staat het na te maken. Hier is een bewustzijn aan het werk dat van alles de kneepjes wil kennen, ook van de natuur, die men -in experiment- op heterdaad moet betrappen en die men, als men weet hoe ze werkt, wel eens zal laten zien hoe de vork in de steel zit. (Nederlandse vertaling: Mark Wildschut)

Naturwissenschaftlicher Materialismus ab 1850 [ de.wikipedia.org ]