Categorie archief: Italië

Duecento [ 1 ]

op 21 juni j.l. bezochten we Perugia
gelezen: Duecento (1951) van Hélène Nolthenius
 

Een ouder Nederlands echtpaar dat we in Umbriëontmoetten, liet er geen twijfel over bestaan: Perugia was veel en veel mooier dan Assisi. In Duecento (1951) van Hélène Nolthenius dat ik als literaire reisgids gebruikte, las ik een soortgelijk oordeel. Nadat we Assisi en Perugia bezocht hadden, moest ik ze gelijk geven. Als je echt iets van de rauwe, bonkige Middeleeuwen wilt proeven, kun je beter naar Perugia gaan dan naar Assisi. Binnen de muren van Perugia en andere stadjes die als adelaarsnesten op de heuvelkam liggen, kun je de dertiende eeuw nog ervaren.

Perugia
impressies uit Perugia 21 juni 2013
Ziet ge haar liggen daar boven op de berg, de kleine stad in haar grauwe wallen? Noem haar zoals ge wilt: Todi of Orvieto, Spello of Cortona. Zij is overal dezelfde, want overal houdt ze de Middeleeuwen vast binnen haar ringmuur. Daarom moet ge haar eigenlijk kennen, als ge van die oude tijden en het lief en leed begrijpen wilt. Rome, daar leert u weinig van, Milaan en Napels behoeft ge er niet voor te bezoeken, misschien zelfs Florence niet, die Renaissance-schrijn. Maar de kleine Umbrische stad op haar rots moet ge kennen.
 
Bron: Duecento (1951) van Hélène Nolthenius
Perugia
impressies uit Perugia 21 juni 2013
Maar de kleine Umbrische stad
op haar rots moet ge kennen

Hélène Nolthenius in Duecento

Hebt ge wel op de namen gelet, die de stegen en trapjes hier dragen, op de “: Straat der Gelukkigen”, het “Paadje van het Arme Leven”, het “Trappetje van de Heilige Geest”? Door ieder boogje en steegje heen ziet gij steeds weer, over de wingerd van de stadsmuur, het wijde verschiet: de magere Umbrische bergen in een blauw zonnewaas. Ergens achter een kloostertje vallen de rotsen steil naar omlaag. Geleund over de bonkige borstwering ontdekt ge beneden langs de slingerweg een slenterende processie ossenwagens die van heinde en ver de vruchten der akkers aanrijden naar de markt van deze metropolis.
 
Bron: Duecento (1951) van Hélène Nolthenius

Perugia [ nl.wikipedia.org ]

Italiëgangers [ 16 ]

gekocht in Brussel: Alle wegen leiden naar Rome
Kunstenaarsreizen in Europa
(16e-19e eeuw) van Dominique Vautier
Alle wegen leiden naar RomeVoor vele reizigers uit het noorden was de ‘Grand Tour’ een eerste lijfelijke kennismaking met overblijfselen van de klassieke wereld en de idealen die zo vaak – zij het abstract – werden bezongen. Het voornaamste doel van de reis waren de Italiaanse kunststeden, maar ook andere bestemmingen in Zuid- en Midden-Europa waren populair. Het was in de eerste plaats een studiereis, maar ook het ‘wandern’ – het doelloos en flanerend rondzwerven – was een doel. En er ontstond een heuse souvenir-business, waar bijvoorbeeld vedutisti als Panini en Canaletto hun faam mee konden maken. De omgeving werkte inspirerend.
 
Velen kropen in de pen om de reisindrukken in de details te beschrijven. Het reizen zelf werd een doel op zich. Europa werd overspannen met transnationale routes en reiswegen en de vreemdeling werd een toerist. Alle wegen leiden naar Rome verzamelt vele getuigenissen van kunstenaars, schrijvers, politici en filosofen als Erasmus, Brueghel, Chateaubriand, Stendhal, Balzac, Dumas of Freud. Vele aspecten van de reis worden behandeld: de voorbereiding, de haltes, de herbergen, de soms moeilijke omstandigheden en verrassende manieren van verplaatsen. Wat de schrijvers vertellen wordt in verband gebracht met schilderijen van kunstenaars als Jean-Honore Fragonard, Joseph Vernet, Jan Both, Michael Sweerts, Salomon Van Ruysdael, Nicolas Tournier en Jacques Volaire, maar ook met allerhande voorwerpen die reizigers nodig hadden of tegenkwamen.
 
Bron: zvab.com

meer Italiëgangers