
Museo di Capodimonte, Napoli (in bruikleen van de Galleria dell’Accademia)
Bron: nl.wikipedia.org




Bijna dertig jaar geleden kocht ik op de bazaar in Istanbul een hoogbejaarde jaargang van het Italiaanse tijdschrift Scena Illustrata. Inmiddels is deze jaargang 112 jaar oud en alleen Venere Pizzinato-Papo (1896) en Dina Manfredini (1897), de enige twee Italiaanse supercentenarians die nog in leven zijn, hebben de natte drukinkt nog meegemaakt. Op het web ontdekte ik een pagina waar je het meinummer van 1898 kunt bekijken. Toch gaat er niets boven het verdwaalde, maar echte exemplaar uit Istanbul.

Scena Illustrata was een ‘glossy’ in zijn tijd, met een omslag in primitieve kleurendruk. Halftoonrasters kwamen nog zelden voor en de meeste afbeeldingen zijn staalgravures. Vaak zijn het sentimentele plaatjes met moedergeluk of juist hartverscheurende taferelen met bijvoorbeeld een flauwgevallen jonge vrouw met een brief in haar hand en een hoofdschuddend oud dametje op de achtergrond. De begeleidende gedichten moeten een soortgelijke inhoud hebben.

Voordat Lodewijk Napoleon in Nederland in 1808 de Prix de Rome instelde, waren er al generaties lang schilders van de Lage Landen naar Italiëgereisd om daar de antieken te bestuderen en, niet in de laatste plaats, het Italiaanse landschap in zich op te zuigen. De schetsen die zij in de open lucht hadden gemaakt, werden soms jaren later op het atelier uitgewerkt in olieverfschilderijen. Net als wij op een regenachtige zondagmiddag in de herfst onze vakantiefoto’s bekijken, speelde ook toen heimwee naar het Zuiden een grote rol. De voorstellingen van de zogenaamde Italianisanten uit de 17e eeuw zijn sterk geïdealiseerd. Meestal schilderden ze pastorale taferelen in een avondstemming, badend in een warm, zuidelijk licht.
In de zomer van 2001 was in het prentenkabinet van het Rijksmuseum de tentoonstelling Tekenen van warmte te zien. Onlangs kocht ik de catalogus en was vooral getroffen door de techniek die Cornelis van Poelenburch en Bartholomeus Breenbergh voor het eerst toepasten. Zij werkten met bruine inkt en drenkten grote delen van de tekening in een tint, de zogenaamde ‘gewassen tekening’. De delen die in het volle zonlicht vielen, spaarden ze daarbij uit zodat het net lijkt alsof in de tekening de zon schijnt. Deze accentuering van het licht pasten ze ook in hun schilderijen toe. Van Poelenburch was overigens een van de oprichters van de Bentvueghels, een soort broederschap van kunstenaars uit de Lage Landen in Rome die ongeveer honderd jaar bestaan heeft (1620 tot 1720). Ook Bartholomeus Breenbergh behoorde tot dit gezelschap.

In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things