Categorie archief: Italië

Italiëgangers [ 10 ]

Antonie Sminck Pitloo (1790-1837)
Pitloo (die eigenlijk Pitlo heette, maar een extra letter aan zijn naam toevoegde om tijdens zijn verblijf in Italiëte voorkomen dat hij voor een Italiaan werd aangezien), volgde van 1803 tot 1808 een opleiding aan het Stads-Tekengenootschap in Arnhem. Vervolgens trok hij naar Parijs, waar hij de bescherming genoot van Lodewijk Napoleon, destijds vorst van het Koninkrijk Holland. Hij studeerde hier tussen 1808 en 1810 bij de schilders Jean-Joseph Bidauld en Jean-Victor Bertin. Aan zijn verblijf kwam na de val van Napoleon in 1815 een eind.
Antonie Sminck Pitloo
Veduta di Ischia 34 x 47 cm.
Museo di Capodimonte, Napoli (in bruikleen van de Galleria dell’Accademia)
Van 1811 tot 1819 verbleef hij in Rome. Uiteindelijk vestigde hij zich in Napels, op uitnodiging van de Russische diplomaat en kunstkenner graaf Grigory Vladimirovich Orloff. In Napels werd Pitloo de voorman van de door hem opgerichte School van Posillipo, genoemd naar de wijk van de stad waar hij verbleef. De schilders, onder wie zijn leerlingen Giacinto Gigante en Achille Vianelli en zijn Belgische vriend Frans Vervloet, werkten onder zijn invloed en in navolging van Camille Corot en William Turner in de open lucht (en plein air) en kunnen daarmee als voorlopers worden beschouwd van de latere impressionisten. Rond 1830 werd Pitloo benoemd tot directeur van de Academie van Beeldende Kunsten in Napels. Hij overleed tijdens een cholera-epidemie in de stad en werd begraven op de plaatselijke Engelse begraafplaats.
 
Bron: nl.wikipedia.org
Antonie Sminck Pitloo
Castel dell’Ovo dalla spiaggia ca. 1820

meer Italiëgangers | Opere di Antonio Pitloo

Scena Illustrata

Scena Illustrata 1898
Scena Illustrata banner

Bijna dertig jaar geleden kocht ik op de bazaar in Istanbul een hoogbejaarde jaargang van het Italiaanse tijdschrift Scena Illustrata. Inmiddels is deze jaargang 112 jaar oud en alleen Venere Pizzinato-Papo (1896) en Dina Manfredini (1897), de enige twee Italiaanse supercentenarians die nog in leven zijn, hebben de natte drukinkt nog meegemaakt. Op het web ontdekte ik een pagina waar je het meinummer van 1898 kunt bekijken. Toch gaat er niets boven het verdwaalde, maar echte exemplaar uit Istanbul.

Scena Illustrata banner

Scena Illustrata was een ‘glossy’ in zijn tijd, met een omslag in primitieve kleurendruk. Halftoonrasters kwamen nog zelden voor en de meeste afbeeldingen zijn staalgravures. Vaak zijn het sentimentele plaatjes met moedergeluk of juist hartverscheurende taferelen met bijvoorbeeld een flauwgevallen jonge vrouw met een brief in haar hand en een hoofdschuddend oud dametje op de achtergrond. De begeleidende gedichten moeten een soortgelijke inhoud hebben.

Scena Illustrata 1898
Scena Illustrata 1898
Scena Illustrata 1898
detail van een staalgravure

Scena Illustrata 1898

Italiëgangers [ 9 ]

Cornelis van Poelenburch (1594-1667) en de Bentveughels

Voordat Lodewijk Napoleon in Nederland in 1808 de Prix de Rome instelde, waren er al generaties lang schilders van de Lage Landen naar Italiëgereisd om daar de antieken te bestuderen en, niet in de laatste plaats, het Italiaanse landschap in zich op te zuigen. De schetsen die zij in de open lucht hadden gemaakt, werden soms jaren later op het atelier uitgewerkt in olieverfschilderijen. Net als wij op een regenachtige zondagmiddag in de herfst onze vakantiefoto’s bekijken, speelde ook toen heimwee naar het Zuiden een grote rol. De voorstellingen van de zogenaamde Italianisanten uit de 17e eeuw zijn sterk geïdealiseerd. Meestal schilderden ze pastorale taferelen in een avondstemming, badend in een warm, zuidelijk licht.

Tekenen van warmteIn de zomer van 2001 was in het prentenkabinet van het Rijksmuseum de tentoonstelling Tekenen van warmte te zien. Onlangs kocht ik de catalogus en was vooral getroffen door de techniek die Cornelis van Poelenburch en Bartholomeus Breenbergh voor het eerst toepasten. Zij werkten met bruine inkt en drenkten grote delen van de tekening in een tint, de zogenaamde ‘gewassen tekening’. De delen die in het volle zonlicht vielen, spaarden ze daarbij uit zodat het net lijkt alsof in de tekening de zon schijnt. Deze accentuering van het licht pasten ze ook in hun schilderijen toe. Van Poelenburch was overigens een van de oprichters van de Bentvueghels, een soort broederschap van kunstenaars uit de Lage Landen in Rome die ongeveer honderd jaar bestaan heeft (1620 tot 1720). Ook Bartholomeus Breenbergh behoorde tot dit gezelschap.

Van Poelenburgh
een prachtig voorbeeld van een gewassen tekening van Cornelis van Poelenburch
uit de collectie van het Rijks Prentenkabinet
Cornelis van Poelenburch was een leerling van Abraham Bloemaert te Utrecht. Na zijn opleiding reisde hij rond 1617 naar Italië, waar hij tot de oprichters van de Bentvueghels behoorde, de club van Nederlandse schilders te Rome. Zijn bijnaam daar was Satyr. Evenals zijn generatiegenoot Bartholomeus Breenbergh uit Amsterdam werd hij in Rome sterk beïnvloed door de landschappen van Paul Bril en de werken van Adam Elsheimer, en hij begon zelf Italiaanse landschappen te schilderen, die opvielen door een meer naturalistische benadering dan tot dan toe gebruikelijk.
 
Hij had in Rome veel succes en kreeg onder meer opdrachten van groothertog Cosimo II de’ Medici. Rond 1625 keerde Poelenburch terug naar Utrecht, waar hij een studio opzette. Hij had veel leerlingen en genoot veel aanzien met zijn kleine kabinetstukjes. Rubens kocht bij zijn bezoek aan Utrecht in 1627 enkele schilderijen van Poelenburch. In 1631 maakte hij een reis naar Parijs en op uitnodiging van koning Karel I werkte hij van 1637 tot 1641 in Londen. De Utrechtse verzamelaar baron van Wyttenhorst bezat maar liefst vijfenvijftig schilderijen van hem, en in de verzameling van stadhouder Frederik Hendrik was geen andere schilder zo goed vertegenwoordigd als Poelenburch.
 
Bron: nl.wikpedia.org

voorgaande posts over Italiëgangers