Staatlichen Kunsthalle Karlsruhe, 11 september tot 28 november 2010

Kloster Santa Scolastica bei Scubiaco
Blechen’s werk valt onmiddellijk op door het krachtige coloriet en de grote picturale vrijheid
Bron: kunsthalle-karlsruhe.de

In het beoordelen van schilderijen wordt mijn blik vaak vertroebeld door mijn mateloze bewondering voor het virtuoze gebaar of voor de noeste arbeid. De blik blijft prettig steken aan de oppervlakte, in het handschrift en vooral ook bij het plezier van de meester die losjes zijn métier beheerst. Tijdens onze reis door Beieren en Italiëviel mij dit weer eens op. Eerst in Würzburg waar ik mij vergaapte aan de fresco’s van Tiepolo en later in Venetiëwaar ik overdonderd werd door de Venetianen in de Gallerie dell’ Accademia: Bellini, Giorgione, Titiaan, Veronese, Tintoretto… Krachtpatsers in olieverf. Handige jongens natuurlijk ook. Hun soepele penseelvoering doet aan acrobatiek denken. Ik kijk er met ademloze bewondering naar.
De kracht van bravoure is tegelijkertijd ook een zwakte: verwacht van een krachtpatser geen poëtische verbeelding. Die tref je eerder aan in een onbeholpen portret van een derderangs schilder. Maar de Italianen verbazen, want bravoure en poëzie gaan bij hen gewoon samen. In het Italiaans is er een term voor het vermogen dat fabelachtige materiaalbeheersing paart aan ongedwongen natuurlijkheid en verbeeldingskracht: sprezzatura. Baldassare Castiglione, de Italiaanse humanist uit de 16e eeuw, introduceerde de term. Hij meende dat degene die de ware kunst beheerst, de indruk wekt dat het geen kunst is. Met sprezzatura wordt de inspanning verborgen achter het moeiteloze gebaar. Vergelijk het met de lachende acrobaat met vier mannen op zijn schouders. Critici willen sprezzatura daarom nog wel eens vergelijken met een circusact, een truc. Maar dat is juist niet wat Castiglione bedoelt. De gekunsteldheid, die hij in het maniërisme zag, beschouwde hij juist als een gevaar voor de kunstenaar en als een bedreiging van het leven in het kunstwerk. Met sprezzatura kan krampachtigheid vermeden worden of getransformeerd tot een soort nonchelante zelfbeheersing.

In Il Rosa Tiepolo van Roberto Calasso wordt de sprezzatura als een typisch Italiaanse eigenschap gezien. Bij Giambattista Tiepolo (1696-1770) knalt de sprezzatura van de muren en van de plafonds. Halverwege de achttiende eeuw was hij een halfgod maar na 1789 raakte ‘de laatste grote Venetiaan’ volledig uit de gratie. Zijn theatrale voorstellingen werden in de volgende stijlperioden, het classicisme en de romantiek met weerzin bekeken. “Wel vuurwerk, maar geen vuur”, zo oordeelde men. Het negatieve oordeel over de rococo moeten we tegenwoordig vooral begrijpen vanuit de diepe afkeer van het Ancien Régime waarvan Tiepolo een lakei was geweest. De bekoorlijke hemel van Tiepolo was de hemel van het ancien régime. Opstijgen naar de hemel en neerdalen in zintuigelijk genot was voor de schatrijken in de achttiende eeuw blijkbaar één en dezelfde beweging. Niet voor niets lijken de wolken op matrassen waarin de luie lijven een laatste bestemming hebben gevonden. Daar is dus weinig visionairs aan. In de romantiek moest men niets meer hebben van de oppervlakkige schijnwerelden waarmee Tiepolo de plafonds van de paleizen had opengebroken. Zijn sprezzatura en gevoel voor de ‘bella figura’ werd met achterdocht bekeken. Als Tiepolo niet in 1770 was gestorven, dan had hij wellicht hetzelfde lot moeten dragen als Jean-Honoré Fragonard (1732-1806), die andere meester van het rococo. Deze stierf als een fossiel van het gewraakte ancien régime in grote armoede en totaal vergeten.

Toch bestaat er naast de decoratieve en pastelkleurige Tiepolo nog een andere, duistere en visionaire Tiepolo. In Udine is tot 31 oktober de tentoonstelling Giambattista Tiepolo tra scherzo e capriccio te zien met zijn scherzi, een serie van 23 gravures die pas na zijn dood in 1770 in de openbaarheid kwamen. Deze prenten worden wel eens vergeleken met de Los desastres de la guerra van Goya, maar dat is toch niet helemaal terecht. Tiepolo‘s gravures zijn lastiger te duiden dan Goya’s donkere symfonie. Bovendien was Tiepolo een lichtvoetige Venetiaan die de ellende van de Franse Revolutie nooit heeft meegemaakt. In Il Rosa Tiepolo doet Roberto Calasso een poging om tot die andere Tiepolo door te dringen. Het is een aardige voorbereiding op een bezoek aan de tentoonstelling in Udine.

Tiepolo Pink
“Tiepolo: the last breath of happiness in Europe,” Calasso declares. The 18th century was a paradise of frivolity, which solemnly recognised the pursuit of happiness as the legitimate aim of human life. Tiepolo (1696-1770) illustrated that idyll in paintings that are frothily theatrical and warmly carnal. Even his angels have nubile bodies and secondary sexual characteristics. On a painted ceiling in Venice that is meant to be “strictly devotional”, Calasso notices that one of these seraphic beings raises his arm to disclose a “soft down” of armpit hair, “not customary with angels”. The clouds on which Tiepolo’s goddesses float, as Calasso nicely puts it, have the springy consistency of “congealed foam”, like vast beds. Heaven is nothing more than a sublimation of earthly pleasures. All are welcome to the revels: in a weird multicultural reverie, Calasso suggests that Tiepolo’s ceilings represent “the sky of Europe – the only sky capable of embracing, with equal benevolence, all images, of gods and men, saints and nymphs, Olympus and Bethlehem”. I’m not so sure: you were more likely to be invited to join in this aerial carnival if your skin was pink.
Bron: guardian.co.uk
De Via Claudia Augusta loopt van Augsburg naar Venetiëover een lengte van 600 kilometer. De ontelbare kunstenaars die sinds de zestiende eeuw vanuit het Noorden hun Grand Tour naar Italiëmaakten, moeten deze route gevolgd hebben. Bovendien nog talloze diplomaten en handelsreizigers. De koopman uit Würzburg bijvoorbeeld die voor prins-bisschop Karl Philip von Greiffenklau contact moest leggen met de frescoschilder Giovanni Battista Tiepolo. Omdat we onze reis naar Venetiëin Würzburg waren begonnen, reisde ik in gedachten met hem mee, terwijl ik mij probeerde voor te stellen hoe die reis in 1750 moet zijn geweest. Veel kunstenaars en schrijvers hielden een dagboek bij van hun reis naar het Zuiden. Zo heeft Goethe een beroemd verslag geschreven over zijn Grand Tour, die hij begon in september 1786. Wij volgden Goethe’s reis per postiljon naar Venetië in omgekeerde volgorde op de terugweg: Padua, Vicenza, Verona, Rovereto, Trento, de Brenner, Innsbruck, Mittenwald. Deze (gele) route valt ten dele samen met de Via Claudia Augusta. Heen volgden wij de (oranje) route: Augsburg, Füssen, Resschenpas, Merano, Bolzano, Trento, Vicenza, Venetië.
Goethe kwam op 28 september 1786 in Venetië aan. Het duurde nog elf jaar voordat Napoleon een einde maakte aan de onafhankelijkheid van de eens zo machtige republiek. De laatste doge van VenetiëLudovico Manin (1789-1797) kwam aan de macht toen er in Europa een nieuw tijdperk begon. Met het einde van de Republiek Venetië in 1797 ging een oude wereld verloren.



In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things