Categorie archief: Italië

Bayern – Italien [ 1 ]

de Via Claudia Augusta van Augsburg naar Venetië

catalogus Bayern ItalienDeze zomer is in de Beierse steden Augsburg en Füssen de tentoonstelling Bayern-Italien te zien die gaat over 2000 jaar culturele betrekkingen tussen Beieren en Italië. Augsburg wordt wel eens de noordelijkste Italiaanse stad genoemd en het is waar, het oude stadscentrum ademt onmiskenbaar iets Italiaans. Het ligt ook voor de hand om en reis naar Italiëvanuit Augsburg te beginnen. Hier begint namelijk de 2000 jaar oude Via Claudia Augusta en deze loopt via Füssen aan de voet van de Alpen, over de Fernpas, Landeck, de Reschenpas, Merano, Bolzano, Trento en Vicenza naar Venetië.

Via Claudia Augusta
vanuit Füssen hebben we eerst de Via Claudia Augusta (oranje) naar Venetiëgevolgd. Terug hebben we deze gecombineerd met het omgekeerde traject (geel) dat Goethe in september 1786 heeft gevolgd via Mittenwald, Innsbruck, de Brenner, Bozen, Trento, Verona, Vicenza en Padua naar Venetië. We eindigden weer in Füssen.

Vrijdag 2 juli bezochten we vlak voor onze tocht over de Via Claudia Augusta naar Venetiëde tentoonstelling Bayern-Italien in het Benedictijner klooster Sankt Mang in Füssen.

In Füssen stehen zwei Ebenen im ehemaligen Benediktinerkloster St. Mang für die Landesausstellung zur Verfügung. Der prächtige barocke Kaisersaal wird in den Ausstellungsrundgang einbezogen und mit lichttechnischen Mitteln den Besuchern nähergebracht. In dem beeindruckenden denkmalgeschützten Gebäudekomplex des Klosters St. Mang in der touristisch gut positionierten Stadt Füssen nahe Schloss Neuschwanstein im Allgäu werden die historischen Themenbereiche der bayerisch-italienischen Verbindungen und Beziehungsgeflechte von der Antike bis ins ausgehende 18. Jahrhundert an ausgewählten Personen und Episoden dargestellt. Dieser spannungsreiche lebensgeschichtliche Ansatz erleichtert den Zugang in verschiedene historische Zusammenhänge.
 
Bron: hdbg.de/bayern-italien

God tussen de potten en pannen

gezien op DVD: il vangelo secondo Matteo (1964) van Pasolini

il vangelo secondo MatteoTheresa van Avila heeft wel eens gezegd dat God in de keuken rondwaart tussen de potten en de pannen. Dat aardse beeld past helemaal bij het Mysterie van de menswording van God. In deze tijd wordt dit Mysterie vaak niet meer begrepen. We hebben van de God-mens een mens gemaakt, een historische en inspirerende figuur. Maar Jezus van Nazareth als Gods Zoon die Zélf God is? Dat gaat er na de Verlichting nog moeilijk in. De volledig transcendente god van de moslims of ‘de god’ van de New Age, de voortdurende wedergeboorte van het Zelf, is voor ons verstand enigszins nog te begrijpen. Maar de ménswording van God? Jezus als dé Zoon van God? Misschien is dat wel hét Grote Verhaal waar de postmoderne mens afstand van heeft gedaan.

il vangelo secondo Matteo
Margherita Caruso als de jonge Maria

Italiaanse cineasten verstaan de kunst om van het alledaagse theater te maken. Het alledaagse zoals het is: een brood op tafel, de schaduw van een boom, een jongetje met ongewassen voeten. Caravaggio heeft dat, natuurlijk. Ladri di biciclette (fietsendieven, 1946) van Vittorio de Sica heeft het ook; in zijn film is het alledaagse verplaatst naar het naoorlogse Rome. Pasolini’s il vangelo secondo Matteo heeft het helemaal. Het droge Zuid-Italiaanse landschap en de Bijbelse wereld vallen in zijn film samen. De rauwe volkse koppen zijn die van tijdgenoten van Jezus, nog altijd. De tijd staat stil. En in dat magische moment vertelt Pasolini het Evangelie volgens Mattheus. Zonder franje. Ook al kijkt hij door een bril met dikke communistische glazen en maakt hij van Jezus een Che Guevarra look-a-like, het verhaal blijft recht overeind staan.

Voor zijn verfilming van het leven van Jezus van Nazareth ging Pier Paolo Pasolini uitsluitend uit van het eerste Evangelieboek, dat van Mattheüs: niets werd toegevoegd, alle gesproken teksten zijn letterlijke citaten. In tegenstelling tot de bombastische Hollywood-bijbelfilms uit de jaren „50 en „60 streefde Pasolini een eenvoudige, pure en poëtische stijl na. Hij liet een aan het volk toebehorende Christus zien, een Christus van de armen, strijdbaar en sociaal geëngageerd. De locaties vond hij in het arme zuiden van Italië. Alle acteurs (waaronder zijn moeder, die Maria op latere leeftijd speelt) zijn amateurs. Met deze film leverde Pasolini de meest zuivere en volgens velen de beste verfilming van het het leven van Christus af.
 
Bron: italiaansefilms.nl

Il vangelo secondo Matteo wordt door velen gezien als de beste film ooit over het leven van Jezus gemaakt. Pasolini’s film was zeker niet de eerste Jezusfilm. Toen het medium film nog maar net bestond werd er al een film over het leven van Jezus gemaakt. Volgens christianitytoday.com is La vie et la passion de Jésus Christ uit 1902-05 nog altijd de beste Jezusfilm aller tijden.

Pier Paolo Pasolini en zijn moeder
Pier Paolo Pasolini met zijn moeder die in de film Maria op latere leeftijd speelt
Right from its very first frames, when a visibly upset Joseph beholds a very pregnant Mary, this film challenges the soft-focus piety that affects many adaptations of the Gospels. Director Pier Paolo Pasolini, a gay Marxist atheist who was famous for his poetry before he turned to filmmaking, certainly wanted to confront the conventional spirituality of his day, and his Jesus is more aggressive than most. But nearly every single line of dialogue comes from Matthew’s Gospel (a pattern that would be followed decades later by Campus Crusade’s adaptation of Luke and the Visual Bible’s adaptations of Matthew and John), and the film’s gritty, down-to-earth realism underscores the revolutionary nature of Christ’s message; you can believe the authorities would want to crucify this guy. While the film is often hailed for stripping the story down to its basics, it also reflects Pasolini‘s belief in finding transcendence within the everyday, an effect that is especially achieved on the eclectic soundtrack, which includes Bach, Negro spirituals, and the Missa Luba.
 
Bron: christianitytoday.com

Il vangelo secondo Matteo [ movie2movie.nl ]

achttiende eeuwse meesters [ 1 ]

Pompeo Batoni (1708-1787) en zijn Engelse klanten in Rome

Pompeo  BatoniDe Grand Tour was er niet alleen voor kunstenaars. In de achttiende eeuw was de reis naar Italiëvoor welgestelden een verplicht nummer geworden voor de culturele vorming. Voor je toenmalige CV was het net zo belangrijk als tegenwoordig een post-universitaire opleiding in de Verenigde Staten. Rond het midden van de achttiende eeuw kwamen er steeds meer Engelsen naar Italiëen daarbij was Rome meestal het hoofddoel van hun reis. Ze waren kapitaalkrachtig en voor de Romeinse portretschilders vormden ze een ideale klantenkring. Halverwege de achttiende eeuw was Pompeo Batoni (1708-1787) de beste portretschilder van Rome. In de gedistantieerde voornaamheid die hij zijn opdrachtgevers laat uitstralen, doen zijn verfijnde portretten mij denken aan die van zijn zestiende eeuwse voorganger Agnolo Bronzino. Omdat hij zo goed was, portretteerde hij voornamelijk vooraanstaande Engelsen. Samen met de ontelbare portretten van Joshua Reynolds, die van 1749 tot 1752 ook in Rome verbleef, biedt zijn oeuvre een representatief beeld van de Engelse jetset uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Twee jaar geleden was er in de National Gallery in Londen een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk.

Batoni
Pompeo Batoni
portret van Richard Miles, ca.1760
Pompeo Batoni (1708-1787) was one of the most esteemed artists of the age. Rather like the Mario Testino or Lord Litchfield of his day, everyone who was anyone wanted Batoni to do his portrait. He captured them at the culmination of a long journey to Rome, displaying the learning, clothes, and fineries they had acquired on their trip. The poses and props in the portraits provide us with good insights about who these men were. Sir Humphry Morice reclines below in beautiful scenery. Batoni had already used this landscape for another painting about the Roman gods Diana and Cupid. Displaying him in this learned context was almost as essential as including fine portraits of his dogs. ( … ) While travel has changed beyond recognition since the Grand Tour, it did leave a lasting legacy. The works of art and the tastes young men brought back have influenced collections of art throughout Britain, including the National Gallery.
 
Bron: nationalgallery.org.uk
Batoni
details uit een portret van Richard Miles of Nackington Miles wijst op de kaart de naam ‘Grisoni’ aan, een Zwitsers kanton dat hij bezocht op weg naar Rome
the Grand Tour
At its height, from around 1660 – 1820, the Grand Tour was considered to be the best way to complete a gentleman’s education. After leaving school or university, young noblemen from northern Europe left for France to start the tour. After acquiring a coach in Calais, they would ride on to Paris, their first major stop. From there they would head south to Italy or Spain, carting all their possessions and servants with them. Their most popular destinations were the great towns and cities of the Renaissance, along with the remains of ancient Roman and Greek civilisation. Their souvenirs were rather more durable than holiday snaps, replica Eiffel Towers or t-shirts – they filled crates with paintings, sculptures and fine clothes. Travel was somewhat more of an ordeal than today (even accounting for the worst airport queues and hold-ups). However rich these young men were, there was no hot shower after a day on the road, no credit card to get them out of a tight spot, and no mobile phone to ring people for help. Furthermore transport was slow. Instead of taking a 12 month trip, some went away for many years. Most went for at least two, spending months in essential spots along the way. The plan was to set young noblemen up to manage their estates, furnish their houses and prepare for conversation in polite society. But did the Grand Tour turn them into gentlemen? Sometimes a taste for vice got in the way.
 
Bron: nationalgallery.org.uk